Spring naar inhoud

Uitersten

Bij aankomst op Sicilië beginnen we in de grote stad Messina aan een speurtocht naar dieetvoer voor Pinke. Samen met de behoefte aan een wasserette maakt het dat we diep in de arme buurten van Italiaanse steden komen. Ik voel me bezwaard dat ik met onze camperbus door de smalle straatjes rijd, met aan beide zijden geparkeerde auto’s, maar vanwege wegafzettingen kan ik ze niet ontwijken. Mensen reageren er heel wisselend op. Sommige maken lachend een foto van de camper, anderen kijken sacherijnig of rijden me klem. Daarna moeten ze achteruit, wat nog veel meer oponthoud geeft. En er zijn er die me wijselijk voorrang geven, zodat ik de route vrij kan maken. Het is een wonder dat ik de camper zonder brokken er doorheen loods. Soms scheelt het maar een centimeter.

In de noordoostpunt van Sicilië parkeren we op een heuvelkam in een windstil, mistig bos. Na de drukte van de stad, is onze wereld even heerlijk klein. Een dag later blaast ineens windkracht 8 de lucht open. We schuilen met ons mobielen huisje tussen de bebouwing. Als de wind een dag later weer is gaan liggen zien we veelal mannen met rieten manden, zoekend naar paddenstoelen en kastanjes. Wij doen op onze manier mee door de gevallen vruchten van de aardbeienboom te rapen en maken er jam van. Bijzondere smaak, met niets te vergelijken.
Tussen de bomen liggen zo’n 10 km van de noordkust de Eolische eilanden. Alle zeven eilandjes zijn van vulkanische oorsprong. De Stromboli rookt. Het is de actiefste vulkaan van Europa, waar bijna permanent (kleine) erupties plaatsvinden.
Weerswisselingen gaan hier in zuid Italië in rap tempo. Bijna elk dagdeel is er een ander weerbeeld en dat beleven we in een camper intenser. Met zon is het snel lekker warm, zelfs de meest subtiele regen horen we meteen en wind doet ons stulpje schommelen. Het voelt dicht bij de natuur, terwijl we tóch enig comfort hebben met onze leefruimte. De snel wisselende prikkels zijn soms wel vermoeiend. Gelukkig hebben we een lekker bed én elke avond zin om daar lekker vroeg weer in te duiken. Ik lees Klaas (opnieuw) voor uit Thea Beckman’s ‘Kinderen van moeder aarde’: Na een kettingreactie van catastrofale natuurrampen is bijna de hele wereldbevolking omgekomen. Bovendien heeft de grote ramp de as waarom de aarde draait doen veranderen, waardoor de evenaar bijna 90 graden gedraaid is. Op Groenland zijn de ijskappen gesmolten en is een goed leefklimaat ontstaan. De overlevenden hebben het eiland Thule genoemd. De gemeenschap leeft geweldloos, geleid door vrouwen, alles is van iedereen. Het leven staat in dienst van Moeder aarde en het zorgen voor de natuur. In Thule komt een expeditie schip vanuit het vroegere Europa aan. Daar regeren in het Groot Badense Rijk (mannelijke) alleenheersers. Alle bossen zijn er gekapt en door industrie is het land vervuild, droog en dor en oogsten mislukken. De Baderners willen Thule koloniseren en de ‘wilden’ wat ‘beschaving’ bijbrengen, met geweld.
Het boek is (bijna) een toekomstvoorspelling. Oh, wat zwijmelen wij weg bij Thule!

Op 500 meter hoogte is het niet koud, 15 graden, maar regen en zware bewolking maakt dat we te weinig zonnestroom hebben. We redden het niet met laptops en de stroom-slurpende koelbox voor de groenten. De accu is nagenoeg leeg en dat voelt zorgelijk. Toch vinden we een camping onvrij, dus onaantrekkelijk.
We rijden verder in de mist over de bergkam. Bij de top van 1130 meter komen we boven het dikke wolkendek uit en vangen we licht, waarmee de accu zich weer oplaad. Joepie, wat een verrassing! Het uitzicht is schitterend, alsof we boven de wolken vliegen. Als een zee lijken ze te kolken.
Wanneer het wolkendek open breekt kijken we uit over zowel de Tyrreense zee in het noorden, als de Ionische zee aan de oostkant. De dichtbevolkte dorpen en steden beneden lijken legoblokken.
De wandelmogelijkheden zijn beperkt. Hetzelfde 8-je loop ik met Pinke wel vijf keer per dag, maar door de dynamische wolkenluchten wordt het niet saai. Het is nauwelijks te beschrijven welke vormen ze aannemen. Soms worden de nevelwolken tegen de helling opgestuwd, dansen wolkenslierten om ons heen, waarbij ze al dalend weer oplossen. Bij helder weer zien we de Etna roken en elke avond is er een prachtige zonsondergang.
Zomaar ineens steekt er windkracht 7 op. Gelukkig is het in ons luwe hoekje, bij 14 graden nog steeds aangenaam. Maar als we op een ochtend wakker worden in de dikke, dikke mist vertrekken we. Een paar honderd meter lager rijden we onder de wolken uit. We tappen drinkwater bij een bronnetje. Ook de loco’s komen hier hun waterkruiken vullen… zelfs de politie komt, geheel vanzelfsprekend, voordringen, op zijn Italiaans.

Wanneer we aan de Tyrreense zee parkeren is het helder en… 10 graden warmer. Oh, zó zomers! Zelfs de nachten blijven boven de twintig graden. De onvoorspelbare weersextremen hier maken het tot een intense reis.
Waar we ook staan, direct aan het strand of op een parkeerplaats op vijf meter van zee, het lijkt ook met een camper allemaal toegestaan, buíten het toeristenseizoen.  Het is onrustig. Stedelingen rijden af en aan, de ruimte van de zee in zich opnemend. Maar al gauw vertrekt men weer, te ongeduldig om enige mate van rust toe te laten.
We wandelen op de kiezelstranden aan een blauwe zee en eten ons eerste Italiaanse XL ijsco op de keien in de branding. Het Italiaanse eten smaakt ons trouwens onverwacht goed: verse pasta’s, echte Parmezaanse kaas, pizza en de lokale groente en fruitsoorten. Daarentegen zijn bruin brood en smakelijke vleesvervangers nauwelijks te vinden.

De Apennijnen die in Noord Italië beginnen komen op Sicilië nog éénmaal omhoog. Door de stromende regen rijden we de bergen in naar de megalieten van Argimusco. Op 1200 meter wandelen we in de mist, waar vaag grote rotsstenen opdoemen. Over de paden loopt het vele water als watervalletjes naar beneden. Het is fris en vochtig, dus we gaan snel terug naar de camper voor de warmte van onze houtkachel. Eigenlijk past dit weer wel bij onze mistige stemming. We voelen ons wat ontstemd. Klaas loopt vast in zijn schrijfproject en hij voelt zich nerveus en somber, zonder dat hij precies weet waarom. Ik voel me rusteloos en emotioneel. Is dat de overgang of iets anders?

Twee nachten later schijnt de zon. Dat wandelt heel anders. De warmte en het heldere zicht doet ons goed. Het gebiedje is zeker mooi, maar de naam ‘megalieten’ lijkt een toeristisch trucje. Het zijn natuurlijk gevormde rotsstenen, geen heiligdom of grafmonument. Wél hebben we schitterend panorama-uitzicht op de Tyrreense zee, de Apennijnen en een rokende Etna. De vrij lopende koeien, schapen en geiten, onder begeleiding van schaapshonden, onderhouden het landschap. Het is een prettige, kalme atmosfeer.
Een paar dagen later heeft Pinke een onophoudelijke plasaandrang en plast ze zelfs een keer op ons bed. We vertrekken naar de dierenarts in de stad Randazzo, aan de noordzijde van de Etna. Pink heeft een blaasontsteking, wederom blaasgruis en een te hoog eiwitgehalte in de urine. Het speciale dieet moet nog strakker en ze krijgt 3 soorten medicijnen voorgeschreven.
Het regent en onweert flink. Als ik door de oude stad naar de (mensen)apotheek loop, voor Pinke’s medicijnen, is het al donker. Het lantaarnlicht schijnt op bestrating van zwarte lava-keien, waarover het water uit de dakgoten als een rivier omlaag stroomt. Het is best een leuke belevenis om te ervaren hoe zo’n stad zich voortbeweegt in dit noodweer.

De Etna met zijn 3350 meter is de hoogste berg van de Apennijnen. Door de vulkanische grond is het mega vruchtbaar. In Parco dell Etna parkeren we aan een paradijselijk stuk natuur. Het is één groene, weelderige oase tussen lava-rotsen en steeneiken. Ik raak bijna euforisch door de gigantische diversiteit. Wel honderden soorten mossen en miniplantjes. Het is alsof we aan de oorsprong van het leven staan. Ik kijk en voel en fotografeer. De minuscule perfectie is adembenemend. Wanneer we op de foto’s inzoomen zijn we overweldigd dat de meest imposante schoonheid niet eens met het blote oog zichtbaar is.

Deze dagen is het 12 graden en zonnig, ’s nachts 6 graden. We zien voortdurend de rook uit twee van de vijf kraters van de Etna. Op het nieuws vernemen we dat er 's nachts een vuurstraal waarneembaar was. Vanuit de stad horen we dagelijks de sirene. De Etna is al sinds februari onrustig en elke keer dat de sirene gaat betekent een extra alertheid, maar nog niet gevaarlijk. Het is bijzonder om te zien hoe Sicilië leeft dichtbij de oerkrachten van de aarde.
We rijden voor 1/3 de Etna op. Op 1200 meter wandelen we door de goudgele herfstbossen naar de 10 km lange lavastroom die in 1981 rakelings langs de stad Randazzo ging. Het is imposant om midden in die 750 meter brede, grijze steenstroom te staan. Na 40 jaar groeien er de eerste mossen op.

Italië is een land van uitersten. Snel wisselende weersomstandigheden. De armoede, het afvalprobleem, hele slechte wegen en grootschalige landbouw. De onrust van de werkenden versus de gemoedelijkheid van vrijwilligers in de natuurgebieden. En de vele culturele bezienswaardigheden en schitterende natuurparken.
Het lijkt wel of die uitersten van het hele Italiaanse vaste land, gemixt en geconcentreerd zijn op het eiland Sicilië.

Na 3 maanden reizen door het intense Italië zijn we enorm moe! Ik ben er soms beroerd van. We verlangen naar stabiele warmte en rust. Terwijl ik met dit blog bezig ben klettert de regen al vele uren op het dak. Ineens is er uit het niets een felle flits en één indringende donderklap die de camper doet trillen. Sicilië zet de analyse dat dit land intens is, kracht bij.

Klaas zijn zoon zei: ‘Het is moedig om toe te geven als iets niet meer bevalt en dan een andere keuze te maken.’ We overpeinzen of een nieuwe wending een vlucht is of een zegen. We fantaseren al jaren over een landje in Portugal, zodat Klaas tijdens de winterreizen ook een klei-ateliertje heeft. Ik verlang er soms naar aan te keutelen in een boomgaardje met bloemen. Het intense Italië maakt dat verlangen nog veel sterker. Dat we juist nu dromen van een rustige oase in het Portugese achterland is geen wonder. Dus… geheel onverwacht neemt onze reis een nieuwe wending. We gaan naar Portugal.