Spring naar inhoud

Het beloofde land(je)?

We hebben een afspraak met de makelaar van een stuk natuurlandschap van 6,5 hectare in natuurpark Serra de São Mamede. Zijn partner spreekt redelijk Engels. Met een sleutel openen zij een hek, waarna we 400 meter door een weiland lopen. Dan bereiken we een langwerpig perceel van 155 bij 420 meter, afgebakend met zo’n eeuwenoud, gestapeld muurtje, half vervallen. Terwijl de makelaar en zijn vrouw vriendelijk praatjes maken lopen we er 1,5 uur rond. Aan de rand staan in een omgeploegd terrein enkele dikke kurkeiken, vol in blad. Verder zijn 95% van de bomen Pyrenese eiken, die kaal zijn in de winter, wat onder de bewolkte lucht een herfstige indruk geeft. Maar... 2/3 van het perceel wordt ingenomen door gigántische granieten oerkeien, sommigen van wel 20 meter doorsnee, deels bedekt met mos. Mijn hart maakt een sprongetje, maar in het bijzijn van de verkopend makelaar probeer ik niet te enthousiast te doen. Klaas kijkt erg serieus. Wat denkt hij? Ten zuiden zien we op twee heuveltoppen de charmante kasteeldorpjes Castelo de Vide en Marvão liggen.
In het midden van het perceel ligt een ruïne van 33m2, zonder dak. Tussen de buitenmuren van ieder 60 cm dik, liggen de kapotte, rode dakpannen tussen het groeiende onkruid. De makelaar schetst een onrealistisch ideaalplaatje, en de rest van het perceel laten we daarom voor wat het is, om later alleen terug te komen.
Terug in de camper ben ik een beetje bang dat Klaas dit perceel te groot en te bewerkelijk vindt. Aftastend vraag ik wat hij ervan vind. Hij is stil en zegt dan met doodse kalmte: ‘Ik vond het gewéldig!’ Ik kan mijn oren niet geloven en ben blij verheugd. Dít heeft de natuurlijke sfeer waar we naar verlangen! Het is een prachtig stukje land, heel afgelegen, met goeie mogelijkheden én begrenzingen, zodat we niet in oude valkuilen trappen, zoals grote verbouwingen.

Om een keuze te kunnen maken bezoeken we meteen een laatste perceeltje, maar het is pal naast bebouwing, dus niets voor ons…  al vliegt hier ineens de hop over. Er komt even een twijfel op of ik het ‘signaal van de hop' moet volgen of mijn grote vreugde eerder die dag? Klaas zegt wijs: ‘Je moet natuurlijk je gevoel volgen, anders wordt het bijgeloof.’
Een kilometer van de Spaanse grens vinden we een plekje voor de nacht, tegenover een koeienstal. ’s Avonds in het pikkedonker stopt er een auto. Ai, zou dat de boer zijn, om ons weg te sturen? Maar buiten tref ik een Franse jonge vrouw en haar kersverse Duitse echtgenoot, die ons waarschuwen voor de boer die met een hele grote tractor geregeld langs rijdt over dit smalle weggetje. We staan veiliger bij hen op het terrein. We maken gebruik van dit ontzettend aardige aanbod en volgen hen op een donkere, onbekende weg. Zij leefden ook in een camper en zijn hier afgelegen gaan wonen, op zoek naar eenvoud. De volgende dag spreken we elkaar bij daglicht. Het terrein met een paar campers, twee yurts en een oud huis is inderdaad eenvoudig. Tegelijk is zichtbaar hoe ontzettend veel werk het is, om daarin toch wat voorzieningen te realiseren, zoals water, stroom en een moestuin. Het is een goeie les voor ons om het écht eenvoudig te houden!

We nemen meteen afscheid, want we volgen onze impuls om terug te gaan naar het granieten oerlandje. We parkeren naast een rustig weggetje, lopen naar het hek en klimmen eroverheen, om zonder afleiding over het perceel te struinen. Dit doen we vijf dagen achter elkaar, op verschillende momenten van de dag. Het is adembenemend en rustgevend. Waar een laag zandgrond ligt op de granieten ondergrond groeit de woekerende brem. En waar tussen de kolossale stenen wat humus ligt, bloeien de eerste bloemetjes, zoals calendula. De hop zien we maar niet. Deze vogel heeft beschutting van struiken en boomkruinen nodig. Zolang de meeste eiken kaal zijn, zal hij zich vermoedelijk hier niet tonen.
Op de wandeling in de mooie omgeving steekt een vosje de landweg over. Ineens horen we hard krijsen. Wat is dát? Drie vossen rennen achter elkaar aan, boven op de hoge keien. Het blijkt dat ze op deze manier hun territorium verdedigen, maar écht aanvallen doen ze elkaar niet.

Wanneer de zon gaat schijnen nemen we koffie mee naar het granieten landje en nestelen we ons, met taart, in de luwte van de keien. Iets te vieren? Eigenlijk niet, al kunnen we altijd wel een goeie reden bedenken, maar nu zijn de ingrediënten al een half jaar over de datum. Desalniettemin smaakt hij heerlijk. Pinke struint ondertussen de omgeving af naar wild-spoortjes. Als ik rond slenter om details te observeren en te fotograferen, volgt ze me trouwhartig. Klaas is ontspannen onderuit gezakt en valt warempel in slaap. De natuurlijke schoonheid hier resoneert met onze innerlijke natuur. Het versterkt onze innerlijke rust, het brengt balans en raakt aan een diepe vreugde.
Op het perceel naast me maak ik een praatje met een buurvrouw. Ze schrikt van mijn aanwezigheid en rent weg… met haar kalf. Ik vertel haar dat we buren worden, dat ze niet bang hoeft te zijn en we geen dieren eten. Ze blijft staan, wordt steeds nieuwsgieriger en komt dichtbij staan grazen. Haar koebel tingelt meditatief en ze straalt een enorme rust uit. Later volgt ze ons met haar zusters, wanneer we naar de noordkant van het perceel wandelen. Zoals een vriendin mooi verwoordt: het landje wordt door ons ‘vrijelijk besnuffeld, bewierookt en bedroomd’.
Op de laatste dag horen we schietende jagers in de omgeving. Het is mistig en we ontwaren vlakbij een silhouet van een man met geweer. Als we dichterbij komen laten twee felle tekkels zich horen. De man spreekt geen Engels, maar we begrijpen dat er een hol is met vossen, die hij aan flarden wil schieten. Jasses! Maar ja, wij hebben hier (nog) geen zeggenschap. Positief gezien zijn dit twee interessante punten: er is een vossenhol en wij kunnen het officieel tot een jachtvrij gebied maken, met bordjes aangegeven.

Het perceel voelt heel goed en we doen een eerste bod, hopend dat de verkoper ook in is voor een snelle afhandeling. Het antwoord van de makelaar is uitvoerig vriendelijk en vol beleefdheden. Hij noemt ons standaard amigos (vrienden), maar inhoudelijk is het overduidelijk dat ie er zoveel mogelijk uit wil slepen. Ik heb moeite met die onoprechte kanten van de mens, maar Klaas lacht om dit spel.
Nou ja, eerst maar eens meer informatie inwinnen over het perceel.

De weken voor en na de jaarwisseling cirkelen we rond in deze gemeente. We horen nooit ergens vuurwerk. Ook oudjaar nabij ‘ons’ granieten keienlandje is oorverdovend stil. De Portugezen kunnen hun geld wel beter besteden: Het gemiddelde loon voor Portugezen is 3 tot 3,5 euro per uur, dus zo’n € 25,- per werkdag en de producten in de winkels zijn iets duurder dan in NL. Hoog opgeleide specialisten ontvangen zo’n € 2000,- per maand.
In Castelo de Vide klopt een clubje alternatieve camperaars bij ons aan. Ze hadden even het blog gelezen. Zij zijn ook bezig met een stuk land, om daar met een groep van 8 campers met zo’n 30 mensen, waaronder 13 kinderen in alle leeftijden, zelfvoorzienend te gaan leven. Het oogt allemaal heel leuk en harmonieus. Zij hebben voor dit gebied gekozen omdat het hier nog puur is én er een flinke community is van gelijkgestemden. Dat beginnen we inderdaad te merken, nu we hier wat langer verblijven. Wij houden van de stilte, dus zullen ons zeker niet bij hen aansluiten, maar hebben er wel sympathie voor en wisselen contactgegevens uit.

Bij de gemeente schrijven we ons in voor een fiscaal nummer, waarmee we in Portugal zouden mogen wonen, onroerend goed kunnen kopen en mogelijk ook de boostervaccinatie kunnen krijgen.
We vragen het kadasterdocument en belastinginformatie op, want eventuele schulden zitten hier namelijk vast aan het perceel en niet aan de eigenaar, dus als je niet oppast koop je de schulden zo over.
Als vierde gaan we het bestemmingsplan uitpluizen. De gemeente heeft sinds 1,5 jaar alle documenten online staan. Er zijn ook omgevingskaarten met veel informatie over de ondergrond, soorten begroeiing, alle waterstroompjes, brandrisico-niveau’s, natuurbranden in de afgelopen 15 jaar, cultureel erfgoed en de grenzen van het ecologische natuurreservaat .
We blijken met onze neus in de boter te vallen: dit perceel in Serra de São Mamede is onderdeel van het Natura2000-netwerk, met strenge Europese natuurbeschermingswetten. Fantastisch! Je mag hier bijna niks: niet bouwen, niet wonen, niet vercommercialiseren, alleen de bestaande ruïne herstellen voor opslag/ werkruimte en de beschermde, inheemse flora en fauna ondersteunen. Precies waar ons hart naar uitgaat! Ons wordt alleen niet duidelijk of we er met de camper mogen staan, als we daar een periode aan het werk zijn.

Tussen Klaas en mij ontstaat er wat spanning. Klaas heeft een naïef, positief geloof in het goede van de mens. Mijn jeugd heeft een spoor van wantrouwen achtergelaten. In de praktijk ligt de waarheid meestal in het midden.
In Nederland is een Natura2000-gebied 5 tot 7 keer minder waard dan landbouwgrond. Als je een gebied niet mag uitbuiten, dan is het financieel gezien nauwelijks wat waard. Onze natuurliefde is van een hele andere orde dan de waarden die centraal staan in de wereld van geld.
Klaas bespreekt het met zijn zoon, die heel ontwapenend zegt: ’Maar als je daar niet mag bouwen of wonen en geen activiteiten mag ontwikkelen, dan is het toch niks waard?’ Deze opmerking geeft ons richting om eerst de reële (markt)waarde te achterhalen. Daarna kan onze gevoelswaarde bepalen, hoeveel we bereid zijn om (meer) te betalen.
Voor onze vragen en adviezen schakelen we een adviseur in, een Belgisch-Portugese vrouw. Sinds Covid kan dit allemaal digitaal en telefonisch.

Onze (gepensioneerde) verkoopmakelaar heeft de recente ontwikkelingen van een digitaliserende overheid gemist. In zijn tijd speelde vriendjespolitiek een rol in het verkoopproces en kon er veel gesjoemeld worden bij mondelinge overdracht. Daardoor is er vermoedelijk ook zoveel illegaal gebouwd in Portugal. Ook nu heeft hij ‘vrienden die onze twijfels kunnen weg nemen’.
Zonder daar op in te gaan, mailen we de makelaar de gemeente-documenten en laten weten dat de onderhandelingen nog wel eens moeilijk kunnen worden, aangezien het een beschermd natuurgebied betreft, geen landbouwgrond. Zijn antwoord is kort; geen ‘amigo’ meer, geen hielen-likkende beleefdheden of nieuwe verkooppraatjes. Zijn houding en de rol die hij heeft rijmen nu met elkaar.

Wanneer onze praktische afspraken klaar zijn, is Portugal onder invloed van een koude noordenwind en nachtvorst. BRRR. Om afstand te nemen van het aankoopproces nemen we de gelegenheid om naar het zuiden te rijden. Het is fijn om naast een eigen klimaatbestendig stuk natuur, ook flexibel te blijven en de koudste weken naar de warmte te trekken. In de Algarve is het zwaarbewolkt en aan de Spaanse kant van de grensrivier zien we de zon. We rijden naar de gouden kliffenkust van Mazagon, waar we verblijven in het aangrenzende pijnbomenbos van natuurpark Doñana. Hier is het zonnig en 18 graden. Het is maanden geleden dat we deze temperaturen hadden. Lekker!
Deze omstandigheden zijn uitstekend om te stoppen met het najagen van dit landje en terug te keren naar een ontvangende staat, waarin het ons in alle vrijheid toe kan vallen. In ons hart is er vertrouwen.

Het granieten landje