Spring naar inhoud

Midden in het leven

Vanaf juli beheren we het bijna 2,5 hectare weideland bij de Norgerduinen. Eind augustus benader ik opnieuw de lokale natuurboer om het hoge, eiwitrijke gras te maaien. Deze heeft het druk, vermoedelijk met het maaien en hooien van zijn eigen percelen. September is regenachtig, waardoor er niet genoeg droge dagen zijn om het gemaaide gras te laten drogen op het land, om het vervolgens te hooien. Wanneer begin oktober zich een droge, zonnige week aankondigt blijkt het gras over zijn top. De boer heeft er eigenlijk weinig meer aan. ‘De dieren halen hier hun neus voor op’, wordt me verteld.
Op het buurland begint een loonwerker (iemand die in opdracht verschillende werkzaamheden uitvoert voor agrariërs) met maaien en spontaan schakelen we hem in voor ons perceel. Dezelfde ochtend maait hij ruim 1,5 hectare van het weideland. Ik rijd een rondje met hem mee op de kolossale trekker met negen meter brede maaiarmen. Ik wijs hem welke stukken gras blijven staan, zodat dieren daar gedurende de wintermaanden kunnen schuilen en voedsel hebben. Ik ben opgetogen dat het maaien in een uurtje gepiept is, maar even later voel ik me verdrietig. Het landschap is plots zo anders. Het is me te snel gegaan. Wanneer ik lees dat het ‘kneusmaaien’ van de loonwerker 30-60% van de insecten doodt, blijkt dat het ook voor dieren véél te snel gaat. Wanneer ik de loonwerker opnieuw in zou schakelen om te hooien wordt de rest aan insecten opgezogen. Dat is niet de bedoeling.
Ik begin met de hand te hooien. Met een 60 cm brede hooihark maak ik richeltjes die opgerold kunnen worden. Elke ochtend sta ik uren te harken in het land van de buizerd, padjes, kikkers, muizen, wormen, kevers, haasjes en reeën. En ik houd van ze, allemaal! Ik praat met hen en breng sommigen naar een nieuw schuilplekje.

De middagen ga ik verder met het opschonen van de kikkerpoel. Ik zet door ondanks flinke spierpijn in schouders, polsen en handen.
Het is leuk dat hier zulke verschillende biotopen zijn, met allen een eigen unieke atmosfeer.
Ik hak taaie, zware wortelbundels van de wilg weg die lijken op een dooie bever… en zo ruikt het ook. De wilgenwortels laat ik dit jaar voor 1/3 deel zitten. Zo stel ik een deel van de libellenlarven veilig. Er is nou eenmaal nooit een goed moment voor libellen om poelbeheer uit te voeren.
Als ik pauzeer dan komen de vogels meteen terug, pikkend naar rupsen en larfjes in de bladmodder: roodborstjes, meesjes en ook geel-grijze sijsjes die in Nederland alleen in deze maanden te zien zijn.

Wanneer ik voldaan terugkeer bij de camper heeft iemand een boek voor me neergelegd: ‘De wijsheid van wolven, hoe ze denken, leidinggeven en voor elkaar zorgen: wat de wolf ons kan leren over mens zijn’. Prachtige verrassing door een anonieme gever. Ik voel me erkend in waar ik hier mee bezig ben.
Bijna dagelijks ontvang ik waardering wanneer ik uitleg wat hier de bedoeling is. Op een enkeling na. Zoveel mensen zoveel meningen. Nog geen 24 uur later tref ik een vrouw die ontzettend wantrouwend reageert op mijn verblijf hier. Bij elke poging om mijn handelen te veroordelen leg ik kalm uit wat de onderbouwing is, waarna ze zonder weerwoord het volgende oordeel in m’n gezicht gooit. De vrouw, zelf een natuurliefhebster, is zuur en negatief.
Ik zie dat ze een spiegel voor me is. Ik was een tijd ook zuur en bij haar zie ik hoe onaantrekkelijk en vruchteloos dat is. Ik ben dankbaar voor de gave van introspectie, doorleving en wat dat me brengt. Erkennen en aanvaarden van dit deel in mij, maakt dat er geen negatieve lading blijft hangen ten opzichte van deze vrouw. Ik vind het jammer dat ze erin vast zit, maar voel een milde glimlach naar haar. Ik zie dat zij dit niet werkelijk is, ze gelooft alleen maar haar gedachten. Ik vermoed zelfs dat er jaloezie onder haar afwijzing schuilt, dat zij eigenlijk ook het verlangen heeft om zo dichtbij de natuur te leven.

Na een week heb ik pas een kwart hectare schoon, dus ik moet meer uren maken. Zo’n vier uur per dag hou ik het maximaal vol, dan zijn m’n armen overbelast. Als Klaas terugkomt van zijn atelier helpt hij me elke dag een uurtje met het rollen van hooibaaltjes. Inmiddels hebben we beiden een elastieken rugband aangeschaft, waardoor de rug het goed volhoudt.
Het weer is zorgelijk (!) lekker voor oktober als ik in m’n shirt en tuinbroek sta te hooien op het land. Ik geniet ervan hoe mollen en de vos het grasland vernielen ten behoeve van hun voortbestaan. Allemaal tekenen van een gezond bodemleven. Wanneer een dag de miezerregen op me neerdaalt ervaar ik hier midden in het leven te staan: water, lucht en die vuurbal aan de hemel: de basis van al het leven. Werkend met de aarde en wat eruit mag groeien voel ik mijn innerlijke vuur branden. Ik houd van mij!
De beetje norse ponyboer van een perceel verderop komt in de verte het weideland opgelopen. Als we elkaar naderen zeg ik met open armen: ‘Welkom op het schone land!' Hij moet lachen en zegt licht verbaasd: ’Je straalt helemaal!’
Ik kan hem niet helpen bij zijn vraag om informatie over een loslopende hond die een schaap van hem flink te pakken heeft gehad. Al hebben we eerder een spannende uitwisseling gehad over onze hele verschillende omgang met dieren, dat hij honderden meters naar me toekomt gelopen vertelt me dat ik geaccepteerd wordt als 'boerin'. Vanuit een iets andere drijfveer ben ik tenslotte toch ook bezig met graslandkwaliteit, zorg voor dieren en met een grote belangstelling voor de weersomstandigheden.

Klaas gaat eind oktober een weekeind met zijn dochter cranberries plukken op Terschelling. Voordat Klaas de veerboot neemt hebben we ontbijt aan de kade van de Harlinger haven. Er komen steeds meer hulpdiensten aangereden. ‘Een oefening’ oppert Klaas. Wanneer de politie aanklopt vertelt de agente over het dodelijke ongeluk op de Waddenzee, verzoekt ze ons vriendelijk te vertrekken en tipt ons zelfs waar we wel kunnen gaan staan. Achteraf blijkt dat Klaas’ broer, vrijwilliger bij de KNRM, meehelpt in de organisatie van de reddingsactie. Het weekeind op Terschelling merkt Klaas hoe het hele eiland zwaar onder de indruk is. Op het nieuws zie ik onze camper op de beelden van de haven vol met hulpdiensten.
Ik heb me opgewekt voorgenomen om deze dagen rust te nemen en onze winterreis voor te bereiden. Maar als Klaas op de boot zit en ik alleen terug loop, overvalt me weer het ‘verloren voelen in de wereld’. Ik doe boodschappen vraag me af of al die anderen zich misschien ook verloren voelen en dat verdoven met shoppen.
Ik ben hier in de stad voor Klaas, maar hij is er niet. Zonder natuur én zonder m'n lief voelt het bestaan als zinloos. Wat doe ik hier? Klaas gaat daarentegen helemaal op in zijn uitje en is nagenoeg onbereikbaar. Zijn rugzak (met telefoon) heeft ie veilig naast zijn bed gezet, terwijl hij de hort op is.
Zo voelt het dus als Klaas dood is: hij is onbereikbaar en ik ben teruggeworpen op mezelf in een maatschappij waarin ik de aansluiting mis. Elke keer als eenzame zinloosheid in me opkomt keer ik terug naar mijn liefde voor mijzelf, zoals ik die op het weideland ervaar. Dat helpt me om de tijd aardig door te komen, maar m’n levensvreugde is weg. Ook Pinke voelt het, die ligt mat te wachten... totdat onze geliefde Klaas weer terug is.

Een week voor ons vertrek naar zuid Europa moet ik nog één hectare hooien. Ook heb ik zo’n 50 soorten wilde zaden voor grasland, bos, boomsingel, bosrand en waterkant. De tijdsdruk maakt me stressvol en ik slaap slecht. De hele zomer zei ik: ’Het reizen gaat voor, de werkzaamheden pas ik erop aan. De natuur redt zichzelf.’
Tja? Ik verras mezelf als mijn gevoel aangeeft twee weken langer te willen blijven voor het werk op het land. Het gemaaide gras laten liggen verrijkt de grond, waardoor het gras nog harder groeit. Een bloemenweide heeft juist verschraalde grond nodig. Daarnaast zal het hooi volgend jaar niet verteerd zijn en dus is er dan wéér een probleem met maaien. Wanneer we ons afvragen of we opnieuw een loonwerker zullen inschakelen, valt mijn oog op weer een ontbindend muizenlijkje van de maaibeurt. Dat geeft het antwoord: nee! Ik hou van bloemen en beestjes, dus daar wil ik naar handelen. 'Het land komt mij niet toe, maar ik kom het land toe', is het motto van oude, inheemse culturen.
Het weer is nog steeds aangenaam. Overdag warmt de zon door de voorruit de camper op tot boven de 20 graden met de raampjes open. Eigenlijk zoals het in midden Portugal in januari ook is.
We zijn sinds 3 jaar weer een herfst hier en de vele paddenstoelen en het prachtig verkleurende blad zijn een sensatie tijdens de dagelijkse boswandelingen met Pinke.

Op Ecopedia staat waardevolle informatie over fasen van graslandbeheer. Fase 0 is de groene woestijn van raaigras, ook wel ‘grasfalt’ genoemd. Fase 5 is ‘schraalland’ van de hoogste natuurlijke kwaliteit.
Met plezier ga ik goedgemutst verder met hooien. Ik leer elke vierkante meter van het grasland kennen en zie aan de blaadjes van opkomende kruiden welke kwaliteitsfasen aanwezig zijn: fase 1 grassenmix, fase 2 dominantie van 1-2 soorten grassen en fase 3 graskruidenmix wisselen elkaar af. Mijn wens is om het land naar fase 4 te brengen: het bekoorlijke bloemrijke grasland.
Het hooiharken is mindfull, een soort yoga. Ik voel hoe zwaar ik mijn lijf belast en ik word gewaar hoe ik daarmee omga. De hooitechniek moet ik aanpassen, omdat het gras hard groeit, door het hooi heen. Hier wordt zichtbaar dat de noodzakelijke verschraling van het graslandschap echt wel achteruit gaat.
Het hooi heeft geen bestemming en zo ontstaat het idee om een stukje oud cultuurlandschap terug te brengen: arm bloemrijk grasland afgewisseld met rijkere struwelen van struiken en bomen, waar het verzamelde hooi de grond wel mag verrijken.
Nu we in het late najaar toch hier zijn kan ik zaden en jonge aanplant van notenbomen, bessenstruiken, wilde groenten en zeldzame inheemse kruidensoorten terug brengen in het landschap. Het planten en zaaien vind ik spannend. Het uitzoeken van de juiste omstandigheden zoals vocht, licht, zuurgraad, voedingstoestand, landschapstype en zaaiperiode is tijdrovend. Het zal een tijd duren voor ik weet of er resultaat zichtbaar is, dus mijn doelgerichtheid wordt nu niet bevredigd.

Als de camper bij het bos-atelier staat zijn er allerhande klusjes te doen. De tijd glipt door m’n vingers en ik voel onrust. Als ik gejaagd probeer zo snel mogelijk terug te keren naar de weidewerkzaamheden struikel ik over de lijn van Pinke. Ik red het krat met kostbaar geselecteerde zaden, maar m’n rechterduim krijgt een optater. Hij wordt dik, stijf en pijnlijk. Shit! Koelen, een spalkje en wachten op verbetering. Opnieuw een les in overgave: de ongeplande stroom volgen in plaats van verzet tegen wat zich aandient.
Onder invloed van klimaatverandering wordt een drogere en warmere novembermaand voorspeld dan gebruikelijk. Met een tegenstrijdig gevoel hebben we daar nu voordeel van. Ik neem de ruimte om desnoods de rest van de maand hier te werken, tot ook het laatste 1/3 deel gehooid is óf langdurige regen het verblijf onaangenaam maakt. Maar met 'een geknakt vleugeltje' is er eerst rust om te zaaien… en voor een reisverslag over ‘midden in het leven staan’.