Spring naar inhoud

Wat is de vrijheid van een camper toch fijn! Het is pure luxe om overal een aangenaam, geborgen plekje te hebben.
We wisselen onze overnachtingsplekken af tussen atelier en het kruidenrijke grasland. Een enkele keer maken we een meerdaagse combinatie-rit door noord Nederland, met bezoekjes en boodschappen. Rekening houdend met het milieu, klimaat en Poetin’s oorlog, kunnen we op deze manier ons brandstofgebruik beperken.

Het is precies tien jaar geleden dat ik het diep verborgen verlangen volgde om minder geleefd te worden en meer vrijheid en vrije tijd te hebben. Het was een spannende sprong in het onbekende. Wat ik toen nog niet wist is dat ik daarna mijn baan definitief zou opgeven, dus ook m’n oudedagvoorziening en m'n huis zou verkopen; die ik nét grondig gerenoveerd had om er nog minstens 30 jaar te wonen.
Het vrijwillig bewegen naar de randen van de groei-economie blijkt niet te leiden tot schaarste, zoals het systeem steeds dreigend voorspelt, maar behoedt ons juist voor financiële zorgen die door marktwerking veroorzaakt worden.
Deze beweging lijkt bij meerderen in de lucht te hangen. Vanaf begin september klopt er bijna dagelijks een voorbijganger op onze deur, voor inspiratie en informatie. Er is een verlangen om de onvrijheid van het neo-liberale systeem, waar de macht ligt bij enkelen, van zich af te werpen. En misschien is het geen toeval: alle zeven keren zijn het vrouwen.

Tijdens m’n zoektocht naar een veeboer die het grasland, op een natuur bevorderende wijze, wil maaien en oogsten, spreken we in één week zomaar drie boeren. In deze stikstofcrisis is het bijzonder om de verschillende visies te horen van een biologische geitenboer, een natuur-veeboer en iemand die het traditionele geluid, zoals bij de boerenacties, verwoordt. Bij alle partijen merken we een vorm van machteloosheid op ten aanzien van het huidige politieke beleid. Hoe herkenbaar is machteloosheid voor mij, aangaande de natuur!
Het komende jaar zal de natuurboer in de buurt het perceel gaan maaien, buiten het geldsysteem om. Het blijkt dat hij tot 1,5 jaar geleden dit perceel beheerd heeft voor een andere boer en daarom weet hij ons allemaal waardevolle details te vertellen.

Boven de 25 graden verblijven we op ons bosperceel en doe ik schoonmaak- en verfklussen.
Bij koeler weer staat de camper bij het weideland. Vanuit dit mobiele observatiehuisje zien we de grauwe klauwier, een ernstig bedreigde broedvogel. Ze komen voor in zeer gevarieerde landschappen, zoals ons kleinschalige kruidenland. De afname van deze soort heeft zeer zeker te maken met de aftakeling van het agrarisch buitengebied. Het verdwijnen van talloze heggen en struwelen en de forse afname van grote insecten heeft een slechte uitwerking gehad. Hommels, bijen en kevers vormen namelijk de hoofdmoot van hun menu. De naam klauwier slaat op hun gewoonte om prooidieren op de doornen van de braam en andere stekelige struiken te prikken, om ze later op te eten. Ander indrukwekkend weetje over deze 17 cm grote zangvogel is dat hij overwintert in zuidelijk Afrika en óm de Middellandse zee heen vliegt: een tocht van zo’n 12.000 km. In mei heeft hij wederom deze afstand afgelegd als hij terugkeert in het Nederlandse broedgebied.

Op het land werken vind ik fijn, maar blijkt ook zwaar! Takken zagen en wegslepen, het weghakken van een mat van wilgenwortels waarmee de wilg de kikkerpoel leegzuigt, rottend blad en slib baggeren, sloot hekkelen, een pad maaien door brandnetels en distels. Daags voor de hittegolf, sta ik urenlang opnieuw het giftige, in zaad schietende jacobskruiskruid weg te halen.
Terug in de schaduw bij het bosatelier, kom ik de volgende ochtend nauwelijks overeind. Mijn rug verkrampt bij de minste of geringste beweging en de uitstralende pijn aan mijn been geeft aan dat een oude bekende op bezoek is: de hernia. Het is extreem pijnlijk. Soms kan ik tien minuten lang niet voor- of achteruit. Wanneer ik sta te huilen van ellende besluit ik om aan de morfine-achtige pillen te gaan. Na twee dagen is de pijn flink gezakt, maar ik ben moe en duf. Rijden is te gevaarlijk, dus afspraken zeggen we af.

Nu ik langere tijd in het aftakelende bos van de Oosterduinen verblijf komt het sombere en boze gevoel weer op. Tijdens een wandeling in het buitengebied stel ik mijzelf uit het niets de vraag: ‘Wat als ik het verkeerd zie? Zou deze achteruitgang ook iets goeds in zich kunnen hebben?’ Al mijmerend realiseer me dat ik al een tijd in discussie ben met ‘de schepping’. Ik realiseer me dat ik ‘God’ verwijt dat hij het niet goed doet en de mens verkeerd heeft ontworpen. Ik herinner me ineens een titel van een boek dat ik nog nooit gelezen heb: ’Een ongewoon gesprek met God’. In de nachtelijke uren pak ik dit luisterboek erbij en hoor ik het gesprek aan tussen de auteur en ‘God’. Werkelijk interessant. De zin: ‘Je kunt pas weten wie je bent, als je eerst weet wie je niet bent. Je moet eerst jezelf vernietigen voordat je jezelf kunt scheppen’, zou een passend antwoord kunnen zijn op de staat waarin we ons als mensheid bevinden.’ En een leidraad om te dealen met vernietiging wordt samengevat in een vraag die ik mezelf kan stellen: ‘Welke deel in mijzelf wens ik nu te ervaren, in het licht van deze beproeving?’
(‘God’ is in onze maatschappij een beladen woord. Ook ik heb kwetsuren opgelopen in een dogmatisch religieuze opvoeding, waar de oordelen van ‘de man met de baard’ opgeworpen werden om je in de pas te laten lopen. Het heeft wat jaren gekost, maar inmiddels kan ik het woord God als een breder begrip zien.)

Na ruim een week is m’n rug al behoorlijk hersteld. Het littekenweefsel van een herniaoperatie acht jaar geleden, had door het gebukte werk een zenuwontsteking veroorzaakt. De medicatie bouw ik snel af, maar de ontwenningsverschijnselen verrassen me: slapeloosheid, misselijkheid en concentratieproblemen. Het duurt nog een kleine week en dan kan ik m’n activiteiten op het land weer oppakken.
Over bospaden loop ik ruim een kilometer om, om vanaf de camper aan de noordkant naar de zuidkant, waar het meeste werk te doen is. Het 400 meter lange weideland betreed ik alleen voor werkzaamheden, zodat de mensengeur die andere dieren beangstigt, zo weinig mogelijk verspreid wordt. Om meer rust te nemen, maak ik in de schaduw van het omliggende bos een kampementje met hangmat en campinggasje. Tijdens werkdagen van tien tot drie neem ik vaker een pauze. Klaas komt op de fiets om samen koffie te drinken in de verstilde natuur.
 

Klaas heeft het naar zijn zin op het bosperceel. Naast kleien is hij een inpandig badkamertje aan het bouwen. Het ongeïsoleerde schaftkeetje (voorheen badkamer) transformeert nu tot mijn werkruimte: een kweekkeetje.
De helft van onze 11 m2 opslagruimte moet leeg, dus er volgt weer een opruim ronde. Ontspullen is soms ook een ongemakkelijke keuze. Nu gaat het om spullen uit de kindertijd waarvan we afscheid nemen. Klaas bouwt een wc in en een grote glazen dakplaat boven het bad, zodat we liggend op de kruinen van oude eiken uitkijken, naast een stuk sterrenhemel (bij helder weer).
Voordat hij het bad en de ‘heet-water-spiraal’ inbouwt, wil ik Klaas helpen met schilderwerk, zoals Klaas mij probeert te helpen met de zwaardere klussen op het weideland.
Als er wrijving tussen ons ontstaat, komen we tot de conclusie dat we beiden de ander willen ondersteunen, maar dat het steeds zwaarder valt om werk te verzetten dat we wel wíllen doen voor de ander, maar waar we niet met ons hart in zitten. Ik zie dit als een logische ontwikkeling: hoe meer we ons hart volgen, hoe meer we ons geamputeerd voelen als we gekaapt worden door de mentale wil.
In een gesprek benoemen we eerlijk welke grote klussen we om deze reden niet meer voor elkaar kunnen opbrengen. Als gevolg hiervan doen we meer alleen, maar het voelt voor beiden beter, waardoor het samenzijn ook weer harmonieuzer is. Afwisselend met een half jaar knus samen leven op 12 m2 tijdens ons reizende bestaan, is deze organische ontwikkeling een mooie variatie in de relatie met onszelf en elkaar.

Grote groene, sabelsprinkhaan (5 cm)

Eind augustus is het grasland droog en dor. Het landschap lijkt doods, maar als ik er aan het werk ben zie ik nog wel degelijk leven. Sprinkhanen eten er grassen en eikenbladeren. Er springt een haasje rond, molshopen komen erbij en er is een wespennest in de grond uitgegraven. Welk dier zou dat gedaan hebben? Elk fenomeen geeft een impuls om meer kennis op te doen. De wespendief (een buizerdachtige roofvogel) blijkt het niet geweest te kunnen zijn. De manier van uitgraven lijkt meer op die van een das of een vos. De reeën laten zich hier helaas niet meer zien, maar opgelucht constateer ik dat er dan toch andere zoogdieren een voedselbron hebben. Als ik Pinke ’s avonds om negen uur een laatste plas laat doen, hoor ik overigens een ree naar me blaffen. Dat doen ze als ze opgewonden een mogelijke vreemde ree-indringer uit hun territorium verjagen. Toen de ree vernomen had dat ik een mens was, trok ‘ie zich stil terug in de beschutting van het maisveld.
Na koelere nachten verlicht de ochtendzon het rijp op duizenden spinnenwebben tussen de toppen van het hoge gras. Prachtig! Maar als de spinnen over me heen kruipen, merk ik dat de aangeleerde angst voor spinnen nog niet helemaal gedéprogrammeerd is.

Viervlekwielwebspin
Wespspin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Begin september heeft de kikkerpoel nog een wateroppervlak van 4 meter doorsnee, resterend van de 10 meter na de winter. Klaas heeft een stuk leem (uit een grondboring) in zijn keramiek-oven mee gebakken en het blijkt zelfs behoorlijk kleiig te zijn. Het grondwater zit op bijna 4 meter diepte, dus het leem voorkomt dat de poel leeg stroomt. Mogelijk zit er zelfs een wel onder. De aanwezigheid van leem betekent overigens dat de poel geen pingo uit de ijstijd kan zijn.

Als ik na het baggeren van rottend blad even stil uitrust langs de poel, keren allerhande dieren terug. De kikkers gaan meteen al op zoek naar larven tussen de modderdrab. Met vijf minuten zijn daar het roodborstje, vinkjes en meesjes. Op een warme dag zitten er zelfs 30 pimpelmezen op de laagste takken van de wilg, om en om een te spetteren in het modderbad. De Vlaamse gaai observeert me, maar durft het dan toch aan om een kikker uit de poel te pikken… Een wereld van eten en gegeten worden; het begint een beetje te wennen.
Op mezelf zijn in de natuur doet me goed, zelfs op sociaal vlak. Ik merk dat de verbinding met de dieren me milder maakt. Een enkele keer ontmoeten we iemand hier op het weideland. Het is opvallend dat met personen waarbij ik in de maatschappij wrevel ervaar, op het weideland ineens een vriendelijk en open gesprek ontstaat. Bij beiden brengt de natuur ontspanning.
Een vriendin raadt me het boek ‘De hertenman’ aan; het fascinerende verhaal van Geoffroy Delorme, die 7 jaar overleeft in de wilde natuur en zijn liefde beschrijft voor de herten, specifiek de reeën, wiens leefgewoonten hij overneemt.
Ik herken iets van mijn huidige ervaringen in zijn woorden: ‘Door ver van de bewoonde wereld te leven, leerde ik om mens te zijn. Daardoor kan ik het leven beter aan.’
Elke avond lees ik Klaas voor en zijn we geroerd door dit indrukwekkend verslag, waarin unieke ervaringen en innige vriendschap met deze intelligente dieren wordt beschreven. Hij draagt het boek op aan de ree:

‘Voor Sjef, mijn beste vriend.
Je hebt me geleerd om te zien,
te voelen, lief te hebben,
te geloven dat alles mogelijk is
en mezelf te zijn.’

De ruimte nemen om veel op mezelf te zijn doet me goed. Tijdens wandelingen langs het wetland of door het bos naar het kruidenrijke landschap gaan er allerlei emoties door me heen. Ik laat het maar gebeuren, zonder censuur. Het voelt zacht om die impuls te volgen, ook al zijn de emoties nog zo rauw.
Al met al ontroert het me dat ik mijzelf het teruggetrokken zijn zó onvoorwaardelijk gun, zonder dat ik weet waar het toe leidt. Het alleen zijn voelt nu helemaal niet eenzaam, maar juist geborgen, als thuis zijn in mezelf. Emoties en gevoelens zijn zo sensaties van een rijk leven.

Uitkijkend over ons aankomende weideland overvalt me ineens de gedachte: ‘Oei-oei, wel een hele grote lap grond!’ De conditionering dat ik iets moet dóen met die grond maakt me onrustig. Tot ik me realiseer dat de natuur zich al honderden-miljoenen jaren redt. Pas zo’n 10.000 jaar vindt de mens dat zij de natuur moet beheren, wat eigenlijk neerkomt op beheersen… controleren.
De gedachte tackelen dat ‘ik iets móet doen’, is een uitdaging waar ik me op verheug. Bij de behoefte om in de natuur actief te zijn, mag ik me afstemmen op wat het natuurlandschap kan gebruiken, wat voornamelijk betekent menselijke invloeden herstellen.

De grond en aanwezige kruiden bestuderend, ontdek ik dat 2 van de 2,3 hectare in de noodzakelijk verschraalde staat is, door goed maaibeheer. Dit komt doordat het perceel sinds 2011 de natuurbestemming ‘kruiden- en florarijk grasland’ heeft. Ik stuit op een onderzoek dat precies de huidige grassige staat beschrijft zoals ons perceel, waarin de ontwikkeling van biodiversiteit stokt. Oplossingen worden gezocht in ploegen of weer ándere grassen zaaien, vermoedelijk voornamelijk bekeken vanuit de praktische haalbaarheid voor boeren, als landbeheerder. Ik verdiep me in andere vormen die de bodemstructuur intact houden, misschien minder efficiënt, maar wellicht effectiever op de lange termijn.
Als ik mijn verlangen naar een inheemse bloemenweide met grote biodiversiteit volg, dan zou het kruidenrijke grasland 1 of 2 keer per jaar gemaaid, gedroogd én afgevoerd moeten worden. Daarvoor zou ik een (natuur)boer kunnen vragen. Gratis maaien, in ruil voor de opbrengst. Daarna kan ik het inzaaien met ratelaar, een inheemse gele bloem die parasiteert op grassen en zo ruimte geeft aan bloemzaden om te ontkiemen.
Wandelend door Drentse natuurgebieden beleef ik nu een extra dimensie: één-grote-levende-zaadbank! Ik ontdek een enorme creativiteit hoe al die zaadjes op zo'n ingenieuze wijze zijn 'ingepakt'!

Deze doorleefde passie voor de natuur is ongekend voor mij. Een nieuwe wending kan dus op elke leeftijd gebeuren. Ik ervaar aan den lijve Klaas zijn uitspraak: ‘Na je 50ste wordt het leven alleen maar leuker’. Toch kan ik best begrijpen dat mensen mij mogelijk als 'een raar kruidenvrouwtje' gaan zien. Dat zou ik 20 jaar geleden wellicht ook gedacht hebben. Toen ik dit aan een vriendin vertelde keek ze me afkeurend aan en zei: 'Dat is juist een geuzennaam!'

Het kruidenrijke landschap, de boomsingel, slootkanten, kikkerpoel en de naastliggende bossen zijn allemaal verschillende biotopen, die bijdragen aan variatie in biodiversiteit. Via een geliefde fietsroute aan de zuidkant is er een tweede toegang naar het perceel. Voor de camper niet toegankelijk, want er ligt een omgevallen grauwe wilg, overwoekerd door wilde kamperfoelie. Daarin woont een vogelfamilie, waarvan de vier jongen pas eind juni uitvliegen.

Hier is een stukje grond van zo’n 3000m2 begroeid met brandnetels, kleefkruid, distels en pitrus. Ik onderzoek hoe ik deze vruchtbare, stikstofrijke grond toch kan verschralen tot bloemenweide… tot ik me realiseer dat deze grond vraagt om iets heel anders! Hier gaan de hoge bomen van het bos plots over in weideland. Onbedoeld ontstaat het idee om er een eetbare bosrand te creëren. En dan... gaat een wereld van permacultuur voor me open! Wauw! Zóveel nieuwe kennis en ik weet nog zó weinig: successie in de plantenwereld, mulchen, sinusbeheer, polyculturen… Onzekerheid en opwinding gaan beiden door me heen, alsof ik weer opnieuw naar school ga. Maar nu mag ik spelend leren en de enige toets is de praktijk. Het maakt mijn levenszin weer sprankelend.
Permacultuur gooit alle grondbewerking overboord en gebruikt de natuurlijke processen. Een eetbare bosrand is een onderhoudsarme, duurzaam en biodiovers bos-ecosysteem.
Ineens komen er stekjes en uitlopers van oude plantensoorten op mijn pad. Het lijkt me vervullend om opbrengst te genereren voor allerlei soorten dieren, waaronder de mens.

Op de Veluwe hebben we een kampeerweekeind met Klaas’ zijn (klein)kinderen. Het lukt me om samenzijn af te wisselen met ruimte nemen voor mijn eigen energiestroom; op mezelf in verbinding met mijn liefde voor de natuur. Het weekeind wordt abrupt afgebroken wanneer we de tweede avond naar bed gaan en Klaas ineens hevige hartkloppingen krijgt, tot wel 180 slagen p.m. Na overleg met de doktersdienst moet hij met de ambulance naar het ziekenhuis. Het is verwarmend om van Klaas’ (schoon)kinderen zorg en betrokkenheid te ervaren, voor zowel Klaas als ook voor mij.
De ambulance volg ik met ons mobiele huisje, waardoor ik (opnieuw) heel praktisch voor het ziekenhuis kan verblijven. Op de Harthulp wordt boezemfibrillatie vastgesteld, een veel voorkomend euvel bij zijn leeftijdsgroep. Met medicijnen wordt zijn hartslag vertraagd, tot de volgende dag met een stroomstootje, onder lichte narcose, zijn hart gereset kan worden.
‘s Nachts om vier uur duik ik m’n mandje in, waar Pinke Klaas zijn plekje inneemt.
Vijf dagen later doet Klaas’ hart het nog eens dunnetjes over. Op de Eerste Hulp lost deze keer een pilletje de ritmestoornis op. We hebben nu een voorraad van die pilletjes mee en door flinke medicatieveranderingen lijkt het euvel voorlopig opgelost.

De woningen rond het bos-atelier zijn leeg en dat is lekker rustig. We snoepen van wilde bosbes, frambozen en bosaardbeitjes. We delen het met de lijsters en de muisjes. Als ik ’s ochtends het gordijn open schuif spelen twee jonge eekhoorns tikkertje pal voor het camperraam. Een Vlaamse gaai plukt een kikker uit de drinkvijver en gaat hem voor onze neus open pikken. Ai, dát vond ik altjd lastig om te zien. Als hij aan een tweede kikker wil beginnen grijp ik in: 'Eén per dag, gaai! Meer kan ik niet aan.' Een molletje graaft gangen onder onze bospaden. We lopen behoedzaam en de bulten stulpen ter plekke meer en meer uit. Het is ontzettend leuk om samen met bosdieren één onderkomen te bewonen. Helaas komen we niet oog in oog met het molletje. Wanneer een buurman zijn brullende motor start slaan de bosdieren weer op de vlucht.

Nog vóór de overdracht mogen we op het kruidenrijke landschap twee stoeltjes neerzetten. Daar in die weidse stilte dringt een serene rust binnen. Het is verrassend hoeveel soorten grassen er staan, ze zijn vol in bloei. Daartussen staan kleine bundeltjes bloemen zoals paarse vogelwikke en speer- en akkerdistel, witgele margrieten, gele jacobskruiskruid en sint janskruid, wit fluitenkruid en duizendblad en nog wat soorten. De goudkleurige oeverlibel, de grasgroen-hemelblauwe keizerlibel en de azuurblauwe waterjuffer cirkelen er rond, Allerhande vlinders fladderen door het veld; de dagpauwoog, vuurvlinder, het landkaartje, bruin zandoogje, groot dikkopje, het koevinkje etc…
Op een zonovergoten dag sta ik te popelen om een beginnetje te maken met het snoeien van woekerende boomsoorten. Met een veel te doelgericht hoofd jaag ik de vlinders op, schrikken libellen weg en ga ik zelf bijna tegen de vlakte van duizeligheid: ‘Ho, le Blom! Ga nou eerst eens even zitten!’, zeg ik tegen mezelf.
In de schaduw onder de wilgen vlij ik me neer aan de waterpoel. Dan begint een sprookje: tientallen kikkers zitten en zwemmen daar, zacht kwakend. Een enkele zonnestraal dringt door in deze andere wereld. Zo vredig! Hier komt het hoofd tot rust en ontstaat genieten.
Uiteindelijk keer ik in kalm tempo terug naar ons bosperceel. Het 50 jaar ouwe, trouwe, Amsterdamse fietskarretje vol takken. Het geeft grote voldoening om een radartje te zijn in een natuurlijke kringloop, wanneer ik ze versnipper tot mulch. Een laag van 10 cm mulch dienen om een groot deel van de brandnetels en distels te verstikken en zo andere aanplant ruimte en voeding te geven om te groeien

Eind juni is de aktepassering bij de notaris. Diezelfde dag rijden we over de zandweg naar de noordkant van ‘ons nieuwe bezit’.
In de afgelopen zes weken zijn de kuit-hoge grassen en kruiden deels opgeschoten tot hoofdhoogte. Het voelt eervol en nietig tegelijk dat ik daar doorheen mag lopen, als ik begin met weidebeheer. Ik maai een slingerpad van 400 meter naar de zuidkant, zodat het perceel voor mij toegankelijk is en vlinders in de beschutte hoekjes laag gras hun eitjes kunnen leggen. Klaas gaat overdag op zijn fiets naar het atelier, om lekker te doen wat zijn leven vervulling geeft. Tussendoor gaan we bij elkaar op de koffie. We koken en slapen daar waar de camper staat.

Eén van de eerste klussen is het verwijderen van jacobskruiskruid. Vooropgesteld: deze inheemse plant is echt van waarde. Jakobskruiskruid heeft heldere, gele bloemen en is een heel waardevolle nectar- en stuifmeelleverancier. Zo blijken meer dan 150 Nederlandse soorten insecten bekend die de plant gebruiken als voedselplant, waaronder 32 soorten bijen, 38 soorten zweefvliegen en 38 soorten vliegen.
Er is zóveel planten- en insectenkennis dat het me duizelt. Het is niet te bevatten dat de biodiversiteit voor mij overweldigend veelzijdig is, terwijl het in de afgelopen 50 jaar zelfs met 70% is afgenomen, zozeer dat ons hele ecosysteem op instorten staat. Ik kan niet meer ontkennen dat de grootsheid van 'natuurlijke intelligentie’ niet te vatten is door die 1,2 kilo hersens in mijn koppie. Het enige dat ik kan doen om ‘alles’ behapbaar te houden is keren naar mijn intuïtie, waar in voelen alle wijsheid zetelt.

Terug naar het Jakobskruiskruid dat helaas zeer giftig is voor rundvee en paarden, ook in gedroogde vorm. Eén jakobskruiskruid-plant kan tussen 50.000 en 200.000 (!) zaden produceren, die vrij komen rond augustus. Zo'n 300 m2 met honderden planten moet worden uitgespit. Alleen zitten deze planten vol met duizenden zwart-gele rupsen van de sint jacobsvlinder. Tja, daar sta ik dan m’n goeie bedoelingen omtrent biodiversiteit… Dagelijks vul ik twee grote tassen en in de fietskar verhuis ik de planten een kilometer verderop, naar de andere jacobskruiskuid-planten op een stuk verwilderd land, zodat de rupsen kunnen over kruipen. Het verwondert me dat het extra werk me zo’n goed gevoel geeft.
De verdichte, wortelrijke grond maakt het spitten tot een zware klus. Na een weekje heb ik nog maar 50m2 uitgespit. Verder knip ik er eerst de bloemen uit, om zaadvorming voor te zijn.

Een flinke regenbui heeft verfrissend gewerkt. Door een stil bos fietsen we ‘s avonds naar het keetje op ons bosperceel, zodat het lijf kan herstellen in een lekker bad. Drie uur later fietsen we terug naar de camper, langs een grote pingo met veenpluis, waarboven nevels hangen en een goudgele avondlucht erboven. Alsof we door een stilleven fietsen! De zingende merel die de dag afsluit, verraadt de echtheid.

Wanneer hier ’s ochtends het campergordijn open gaat, zien we vier oortjes gracieus boven het paars-bruine grasland bewegen. Daarna komen er twee scherpe snuitjes op ranke nekjes in beeld. Dit typische profiel is van de twee jonge reetjes die hier van ‘s avonds tot ‘s ochtends wonen. Waar de begroeiing laag is springen ze achter elkaar aan door het veld. Hier klopt het leven, gelijkwaardig met andere wezens.

Tekst uit ‘Floortje naar het einde van de wereld’. (Jojo woont al 3 jaar in een tent op een vlot en trekt door de wildernis te midden van de Zweedse meren):

‘Luister naar de stem in je hart, die jou al kende voordat je geboren was. Misschien ben je vergeten hoe die klinkt, of hoe je ernaar moet luisteren. Ik zal je vertellen waar je ‘m vindt: Je vindt ‘m in de stilte, op een eenzame plek. De plek waarover ik het heb,
heet natuur’.

 

Na weken reizen door de bewoonde wereld verlang ik er naar om terug te keren naar de natuur op ons bosperceel. Het is echter pijnlijk om te zien dat het bos, nota bene binnen Natuur Netwerk Nederland, gestaag door ontwikkelt naar een villawijk. Hekwerken, bebouwing, auto's, gazons en nachtverlichting, nauwelijks is er een blikveld waarin niet iets van deze dingen te zien is.
Komend vanuit de natuurlijke schoonheid, waarin we verbleven hebben is dit een kouwe, rauwe douche. De stadsmens vindt een grote groep bomen een mooi decor om daarbinnen een soort Center Parks te creëren, waar illegaal gewoond wordt en alle problemen uit de woonwijk geïmporteerd worden: inbraken, luide muziek, zwerfafval, burenruzies, vandalisme...
Bijna elk perceel is het bos aangetast, maar de gemeente handhaaft de wet al jaren niet. En wat niet afgedwongen wordt, is een (slecht) voorbeeld voor de ander.
Men is afgesloten voor de kwetsbare biotoop die een bos is, waar biodiversiteit voor evenwicht moet zorgen en waar bosdieren een veilig thuis zouden moeten hebben. Met de bos(b)ode dachten we met natuurinformatie en -inspiratie aan te zetten tot kwaliteitsverbetering. Maar helaas: zelfs de bestuursleden van de VvE, die in de transitie naar natuurkwaliteit de visie 'het bos is de baas' en 'het bos op nummer 1' verkondigen, houden hun illegale hekwerken, bebouwing en stadstuin in stand en breiden zelfs uit.
Onze uitgaven van de natuurmagazines die we de afgelopen 3 jaren gemaakt hebben, hebben misschien 1% zichtbaar effect. En helaas is dat niet allemaal positief: onze sloten bleken na terugkomst allemaal dicht gelijmd als intimidatie.
Ik voel me machteloos en moedeloos bij de algehele teloorgang.

Klaas heeft een veelzeggende droom waarin hij heel druk bezig is met opruimen. Dit keer niet zijn eigen spullen, maar van anderen; maar hoe meer hij opruimt, hoe meer troep erbij komt. Een sprekende symboliek! Hoe harder wij werken voor natuurkwaliteit, hoe passiever of destructiever de ander wordt.
Voor dit moment besluit ik te stoppen met de bos(b)ode. Het onder de aandacht brengen van de nog aanwezige potentie van het gebied, lijkt bij alle partijen te resulteren in mínder gevoel voor urgentie, om zich er actief voor in te zetten. Wie ziet dat het inderdaad achteruit gaat, wijst naar anderen, om zelf gelaten de schouders op te halen. Vrijwillig een stuk eigenbelang opgeven is taboe, terwijl daarin de rijkdom en vrijheid te vinden is, waar zo hard naar gezocht (en gekocht) wordt. Er is weinig empowerment. De mens heeft crises nodig om te veranderen en dat is wat men nu eerst creëert of passief laat men het gebeuren.
Dat moeten en kunnen wij niet tegen houden.

Daarbij doet zich nog een andere confrontatie met het kapitalistische systeem voor. Onze reisverzekering via de Nederlandse Kampeerauto Club, hebben we een paar jaar gebruikt voor onvoorziene medische kosten: Klaas zijn opname in het buitenlandse ziekenhuis en daarna 2 jaar dierenarts (max. 350,- p.j.). Gebruik maken van de verzekering blijkt echter niet de bedoeling: de N.K.C. heeft de verzekering eenzijdig opgezegd en we zijn op de landelijke fraudelijst gezet, onder de belastende beschuldiging 'declaratie bagageschade' i.p.v. medische kosten. Het kapitalisme ten voeten uit: wanneer er niet aan jou verdiend kan worden, moet jij wel een fraudeur zijn. We zijn nu verstrikt in een stroeve correspondentie met de arrogante macht van een systeem; de toeslagenaffaire in het klein.

Stef Bos verwoordt uitzonderlijk goed mijn positie in deze wereld:
https://www.youtube.com/watch?v=qtKOGbYFxKs
Ik heb moeite met het leven. Ik wil weg!
Mijn hart huilt. Ik wil terug naar de natuur, weg van mensen. Leven in een wereld waar puurheid en gelijkwaardigheid met de andere levende wezens de basis is. Ik wil vluchten.
Klaas daarentegen is heel blij dat hij weer geïnspireerd kan kleien. Hij wandelt hier momenteel niet i.v.m. hielspoor-klachten en sluit zich succesvol af in zijn mooie atelier. Hij rationaliseert zijn ergernissen: 'mensen veranderen nou eenmaal langzaam' en 'de groepsdwang van de massa is sterk'. Klaas wil pertinent de komende maanden kleien en dat begrijp ik volledig.
Maar mijn weerzin tegen deze maatschappij is op zijn top. Wanhopig vraag ik me af wat ik zal doen? Volg ik mijn verlangen naar de natuur, of volg ik mijn verlangen om de komende maanden bij Klaas te blijven? Dat is een lastig dilemma...
Als ik intens verdrietig besluit om te vertrekken, zegt Klaas dat ik misschien te snel opgeef. Bij onze clash onderweg zei ik deze woorden tegen hem en toen bleef hij om het langer uit te zoeken. Nu is het mijn beurt...

Ik begin met Sint Janskruid, om mijn emoties meer behapbaar te maken. Mogelijk spelen de veranderende hormonen door de menopauze een rol in de heftigheid. 's Ochtends en 's middags fiets ik naar het buitengebied, waar ik wandel met Pinke. In het wetland, dat is teruggegeven aan de natuur, voel ik dat ik weer diep kan ademhalen. De kikkers in het riet kwaken me verwelkomend toe. Een rijtje grondel-eenden maken me aan het lachen als ze gelijktijdig hun kontjes de lucht in gooien, om bodemplantjes te eten. De kievit toont me kirrend zijn vrije vluchten de koekoek echoot over het kruidenrijke grasland. Verschillende libellen zoemen om me heen. Vooral een blauwe waterjuffer is fascinerend mooi. Door de dieren word ik meegenomen in hun wereld, waar ik me vrij, verbonden en geliefd weet. Aan de waterkant ontvang ik een kikkerconcert en ondertussen voel-denk ik de hele situatie. In deze vredige omgeving doorzie ik dat mijn boosheid van het afgelopen jaar eigenlijk pijn en verdriet is. Ik huil mijzelf naar ontspanning.

Een ander wandelgebied aan de bosrand wordt afgewisseld met kruidenrijk grasland. Het is hier ontzettend groen en bloemig. Een bospaadje voert om een grote waterpoel, vol met veenpluis en jonge berk. Verschillende soorten kikkers springen weg voor mijn voeten. Een eekhoorn klautert door de boomkruinen en de buizerd zit op de uitkijk. Ik begraaf een dode zanglijster.
Hier begrijp ik het leven. De levensenergie die zichtbaar en onzichtbaar is, kan ik voelen in mijn wezen. Mijn hart danst. De ontzagwekkende eenheid van het léven gaat het verstand voorbij: hier is de dood tegelijkertijd het leven. De fysieke vorm verdwijnt uiteindelijk áltijd, dat is lastig te behappen met onze beperkte denkgeest, maar hier doorgrond ik het geheel. In deze omgeving voel ik overgave aan het échte leven en de dood, zoals het komt.

En zomaar, ineens...staat daar een te koop-bord in het weideland. Ik bel voor informatie: 2,3 hectare beschermde natuurgrond, met een overwoekerde waterpoel. De reetjes en hazen grazen er, geen gebouwen, geen auto's. Mijn verlangen naar een bloemenweide leek jaren onmogelijk en nu komt het in mijn nood, zomaar op mijn pad.
Hemelsbreed ligt Klaas zijn atelier op 1 km, dus zelfs op loopafstand. De gemeente bevestigt de APV waarin staat dat er door de grondeigenaar recreatief gekampeerd mag worden. De waterpoel is mogelijk een pingo-ruïne van zo'n 13.000 jaar geleden, uit de ijstijd. Met de verkopende boer ben ik snel akkoord, 87% van de vraagprijs. Ons resterende spaargeld is nét niet genoeg, dus met wat geleend geld van een vriendin wordt het van ons!
Naast dat ik nog steeds innerlijk werk te doen heb, om met vriendelijkheid bij mijn pijn en verdriet te kunnen blijven en me niet af te sluiten in boosheid, kunnen Klaas en ik in Nederland wél samen verder. Ieder met ruimte voor onze passie, om ons hart te vervullen. Een kosmisch kadootje.

Nét buiten het beschermde natuurgebied van Sierra de Andújar, nemen we een drie meter breed weggetje, dat ooit geasfalteerd was. Hopende dat er geen tegenliggers komen slalom ik 10 km lang tussen struiken, over boomwortels en om gaten in de weg. We kennen de route van vorig jaar en herkennen het konijnenhol in het wegdek. Na een half uur bereiken we de 9 km lange, onverharde weg naar de vallei, waar een groep Iberische lynxen verblijft; de kleinste, wilde katachtige ter wereld, die bijna uitgestorven was.
De camper kan hier maar 5 km per uur. Als een terreinwagen nemen alle banden ieder de verschillende formaten kuilen. We schudden en schommelen op onze stoelen, de kopjes bungelen driftig aan de haken en het bestek rammelt zenuwachtig in de la. De eerste 4 km rijden we door een uitbundig bloemig weidelandschap, met oude eiken en de uitgelopen essen in lentegroen blad. Dat gaat over in een groene vallei. Het pad dat slingert om de uitlopers van de berg, is afgeschermd met hekwerken. De mens is hier begrenst en de dieren zijn vrij in hun omgeving.
Vorig jaar hadden we hier de jack-pot aan wild observaties. Met als hoogtepunt Rafiki, een jonge mannetjes lynx, die een oogje op Pinke had. We nemen ons voor om nu, zonder verwachtingen, met open blik, de omgeving in ons op te nemen. Maar dat mislukt meteen als we binnen een uur al een kudde steenbokken treffen. Ze zijn alert, maar niet angstig. (Filmpjes)

Het is droog, bewolkt en winderig fris. De voorraad groenten kan mooi buiten hangen, want er is te weinig zonnestroom voor de koelbox. Ook voor de computers is de stroom op rantsoen, maar gelukkig hebben we papieren boeken bij ons.
Na 2 dagen stad is het een verademing om hier weer te wandelen. De rust en schoonheid dringen door, tot diep in mijn wezen. Mijn levensenergie gaat weer stromen. Het groen van de natuur is mijn thuis, de bloemenpracht is een feestelijke versiering en de dieren zijn mijn familie. De camper is onze shelter, een schuilhut met alle comfort die we wensen. Dit is leven in overvloed!

Er zijn enkele andere wild-spotters, die slapen in hun jeep of camperbusje, op zo'n 300 meter van elkaar langs deze ene weg. Tussen de zoemende insecten staan ze geduldig, urenlang met hun verrekijkers te kijken over de vallei en de bergwanden, of er dieren zijn waarvan ze hun natuurlijke gedrag kunnen observeren. De sfeer is zó vredig! Eenvoudig leven, geen lawaai, geen onrust, vriendelijk, verankerd in zichzelf.
Elke wandeling zien we dieren. Beneden in het dal grazen reeën. Een cluppie jonge steenbokken trekt over de bergwand. (Filmpje) Pinke geniet van alle wildgeurtjes en neemt haar tijd om alles op te snuiven. Naast eksters en duiven, laat de groene specht zich duidelijk zien én horen. De gieren cirkelen boven de bergkam. De koppeltjes rode patrijzen zien er bijzonder uit met hun verendracht. Wij schrikken als zij geschrokken opvliegen, wanneer we langslopen, krijsend en met paniekerig klapperende vleugels.

 In het weekeind ontmoeten we na een jaar Natalia weer. Met haar vriend observeert ze al vele jaren de lynxen en ze kan veel vertellen over dit gebied. Zij doen dit voor hun plezier en de kennis geven ze door aan het Lynx-Rescue-Team, dat de soort weer op peil brengt. Daarnaast gaat hun beeldmateriaal naar twee onderzoekers die het gedrag van de Iberische lynx bestuderen. In het dagelijkse leven is Natalia natuurkundedocent en de weekeinden in de natuur geeft haar leven balans. We communiceren in het Engels en het is een leuk weerzien.
We staren een tijdje met hen mee, terwijl we veilig corona-afstand houden. Natalia deelt met ons wanneer ze een lynxnest ontdekt, op 500 meter afstand. Er zijn momenteel vier lynxen in dit gebied, waarvan maar één vruchtbaar vrouwtje. Het is de moeder van Rafiki, die met hangende tepels rondstruint op één plek. Zij moet een nieuw nest jonkies hebben. Deze zullen net geboren zijn en nog blind, vertelt Natalia. Dat we deze kennis ontvangen is verrijkend. We mogen meekijken door haar telescoop en ze wijst aan achter welke rots het nest zich bevind.
Wanneer Natalia naar huis keert voor een week lesgeven, parkeren wij op hun plaats bij het observatieplatform. Het weekeind was zonnig, maar nu is het 12 graden, zwaar bewolkt en af en toe regen. Prachtige wolkenluchten drijven over en de scherpgetekende regenbogen zijn compleet zichtbaar van vallei tot vallei.
De camper is onze behaaglijke observatie hut, waar ik de verrekijker en het fototoestel met een statief opstel. De eerste dag tuur ik vaak en lang of ik een lynx zie. Ik zie vogels, een edelhert, konijntjes, maar geen lynx. De tweede dag heb ik al minder zin. Ik realiseer me dat ik in de modus ben geraakt van ‘jagen op resultaat’. Het vervult me niet. Het FOMO-gevoel heeft me beslopen: Fear Of Missing Out, bang dat ik iets mis wanneer ik niet kijk. De open verwondering waarin alles mag ontstaan is verdwenen.
Ineens komt de provincie borden plaatsen, van 21.00- 7.00 uur mag daar niet in de auto verbleven worden. De ingenieur legt uit dat de oorzaak ligt bij een te grote groep die in december en januari hier verblijft, als de lynxen krols en dus zeer actief zijn. Hij heeft geen bezwaar tegen ons, maar hij waarschuwt dat we vanaf nu toch bekeurd kunnen worden door de politie. We rijden 2 kilometer verder naar de stuwdam, waar geen overnachtingverbod is. Zonder het speurwerk vind ik weer ontspanning, dus op dit moment is het verbod een kadootje.

De rivier in de diepte, stroomt nauwelijks meer. In de avond zijn daar vele kwakende kikkers te horen. De massieve bergwanden zijn fascinerend! Twee dartele valkjes vliegen over. En twee snoezige steenbokjes zijn geïnteresseerd in Pinke, maar bang voor ons. Terwijl ze geboeid kijken gaan ze aan de rand van het vlakke veldje even op twee stenen staan, dat voelt blijkbaar vertrouwd. Als ik de volgende dag Pinke loslaat op het veldje, rent ze blij haar vrijheid tegemoet. Ik staar naar de gieren boven de bergtoppen. Eén komt steeds dichterbij en cirkelt op de thermiek. Dan zie ik hem steeds lager cirkelen, dalend… naar Pinke. Ik twijfel nog even om te kijken of hij haar écht als aas zou vangen, maar Pinke is me te dierbaar om dit af te wachten. De gier vliegt weg, als ik naar Pinke toeloop.
 

Voordat er buien komen die de steile zandweg omhoog onbegaanbaar maken, keren we terug naar de lynxvallei. We hebben nog voor een halve week water. Het is 1,5 uur naar de waterbron, vanwege de beroerde weg. Verlaten we dit gebied al na 2 weken? Qua boodschappen kunnen we nog een tijdje door. De eerste week moesten de champignons op, de groene asperges en de buitenste slabladeren. De tweede week eten we nog courgettes, tomaten, selderij en de rest van de sla. Voor week drie hebben we nog wortels, enkele paprika’s en zelfs stronkjes witlof. De pompoen, koolsoorten, uien en groenten in pot kunnen nog langer mee. We hebben geluk met de regen. We vangen 30 liter regenwater op voor (af)wassen, om het bronwater voor de innerlijke mens te bewaren. Zo kunnen we een dikke week langer blijven. Rijk hoor, om te leven met de natuur.

De zon keert terug en Natalia en co zijn er inmiddels ook weer. Het is ook voor hen voor het eerst dat ze zo'n nest kunnen observeren. Zij staan geparkeerd op dezelfde plek. Het verbodsbord is verdwenen. Iemand heeft het in de vallei geknikkerd, daar zien we het liggen. Natalia legt ons uit dat het volgens de landelijke wet legaal is, om hier ’s nachts te overnachten in je auto, want dit is buiten het beschermde natuurgebied. De jagers proberen via lobby de natuurliefhebbers weg te krijgen, want in december en januari willen zij het gebied voor zichzelf, om wild af te knallen.
Natalia vertelt enthousiast over het gedrag van de lynx, dat ze gezien hebben: de moeder-lynx liep een uitgebreid een rondje om het nest ter controle, alvorens ze een paar uur ging jagen.
Natalia is blij met mijn observatie dat ik veel meer konijnen zie dan vorig jaar. Een lynx eet 1 konijn per dag, dus 4 lynxen x 365 dagen… De medewerker van het Rescueteam gaat het gebied in, om extra konijn te bezorgen aan de moeder-lynx. Zo gauw deze het door heeft rent ze achter de man aan. Gewoonlijk overleeft 1 kitten de nestperiode, maar als de moeder extra voer krijgt is de kans groter dat 2 kittens het overleven. Goed voor het hertellen van de soort. Een uurtje later heeft de moeder vermoedelijk 2 konijnen verorberd. Natalia ziet door de telescoop de lynx terug komen, met een stuk konijn in haar bek. Ze legt uit dat de kleintjes hier vermoedelijk mee spelen, om eraan gewend te raken.

Het nieuws over het lynxnest is flink verspreid, want er komen steeds meer mensen kijken. Zo ook de commerciële lynxwatchers met klanten. Daar hangt onrust omheen, want er móet in een paar uur wel wat gescoord zijn, dus er wordt veel op en neer gereden. Als ze 10 minuten gekeken hebben zonder resultaat, komen de mobieltjes tevoorschijn en ontstaat er een brallerig gekwek. Er staan soms wel 15 telescopen naast elkaar op een rijtje en bijna iedereen heeft een camera met een telelens van een halve meter om de nek hangen.
Wij zijn aan de andere kant van de vallei gaan staan, waar het rustig is. We genieten heel bewust van de vrede en vrijheid, wetend dat het een wrang contrast is met het lijden in de wereld dat mensen elkaar aandoen.
Twee keer per dag maken we de wandeling naar de spottersplek. Doordat het wild overal gezien kan worden, blijft dit schitterende gebied boeien. Als we een tijdje het lynxnest observeren met onze eenvoudige verrekijker en compactcamera, zie ik een konijntje op de rots zitten. Maar als het konijn opstaat zie ik aan de poten dat het de lynx is! We zijn verwonderd nu ons de verhoudingen duidelijk worden, tussen de gigantische rotsblokken en deze kleine Iberische lynx.
  
Klaas blijft meer in de camper om te schrijven en ik ga vaker een uurtje zitten spotten. Elke dag zie ik langs de route een 10 cm groot steenuiltje zitten, op een strategische plek om muisjes te vangen.
Sommige dagen ben ik samen met enkele andere spotters en is het stil. We tippen elkaar waar er wild te zien is, en zonder praten heerst er een verbondenheid met elkaar. Het is een rijke ervaring met andere mensen.

Het is bijzonder dat juist nu, een vriendin een door haarzelf geschreven gedicht stuurt, n.a.v. de zin: ‘[…] dan op zijn minst van een wilder leven te dromen.’ (Uit: ‘Ik ben een eiland’ van Tamsin Calidas.)
Het laatste weekeind met Natalia en partner, blijkt de 2 jaar oude Rafiki een moederskindje, die het nest in en uit loopt. Als moeder opwarmt in de zon, blijft hij bij de kleintjes. Door de telescoop zie ik de scherpe tekeningen van haar vacht als ze op de rots ligt op te warmen in de zon. Ook gaan moeder en zoon samen op jacht.
Er zijn deze dagen ook twee Engelse natuurliefhebbers. Het samenzijn met zijn vijven, bevat zowel ongedwongen stilte, het delen van natuurervaringen met elkaar en altijd de vrijheid om zonder reden weg te lopem. Als ik Klaas mijn ervaringen vertel, zegt hij dat ik ‘helemaal bij de familie hoor’. Dat is voor mij een aparte opmerking, want zo voelt het niet. In mijn leven is namelijk de ervaring dat je je bij familie moet aanpassen, maar hier kan ik juist mijzelf zijn.

De laatste dagen verkassen we naar het bloemige weidelandschap. Ook weer schitterend! De edelherten en damherten grazen er. We horen weer eens de koekoek, die aan zijn broedseizoen is begonnen. En op onze laatste dag ‘hop-hop-hop’, toont onze mascotte zijn levenswijze. (Filmpje)
Tabee hop! Tot volgend jaar!

Onderweg richting Cordoba voelt het onwerkelijk dat er oorlog uitbreekt op het Europese continent. De eerste avond kijken we het journaal, maar daarna besparen we onszelf de tv-beelden en begrenzen we ons tot lezen over de feitelijke gebeurtenissen en de duiding ervan. Oorlog is zo’n complex geheel, waarin grondbezit en de ziekelijke hebzucht van de mens een groot aandeel heeft. Het huidige slagveld bevindt zich dichter bij Nederland, dan wij op dit moment. Dat is een raar idee. Met enige schaamte moeten we erkennen dat het lot van de Oekraïners nu dieper binnenkomt, dan het oorlogslijden op andere continenten.

Met buikpijn en een surrealistisch gevoel, gaat Klaas toch het architectonische monument ‘de Mezquita van Cordoba’ bezichtigen. Op de fundamenten van een Romeinse tempel bouwden de moren in de 8ste eeuw een moskee, met 780 marmeren zuilen. In de 13de eeuw heroverden de christenen Cordoba en verbouwden zij de moskee tot kathedraal.
Met Klaas zijn liefde voor geschiedenis en cultuur wil hij daar het verleden herbeleven. Ik blijf trouw aan mijzelf door niet mee te gaan en fijn met Pinke in de camper te blijven. Ik ben verbaasd als hij na 1,5 uur alweer terug is. Klaas dácht daar een eeuwenoude geschiedenis te kunnen beleven, maar hij werd getroffen door een eyeopener: 'Dit is Poetin!' De moskee is vernield, misvormd tot een kathedraal. De duidelijke uitstraling van macht en onderdrukking, verhuld door uiterlijk vertoon en de verbeelding van schijnheilige gezichten... waaruit gebrek aan werkelijkheidsbesef spreekt. Het heeft iets heel anders met Klaas gedaan, dan hij verwachtte.

In het noorden van Andalusië gaan we naar Sierra de Andújar. Vorig jaar hebben we hier een geweldige tijd gehad in dit natuurpark bekend om de vele wilde dieren, zoals de otter, herten en de zeldzame Iberische lynx.
Vanuit de lawaaiige wereld rijden we… het lawaai binnen. Aan de Jándula-rivier, midden in de natuur met stilte-bordjes, heeft een clubje een feest met harde muziek, die door de langgerekte vallei schalt. Sommige stedelingen nemen het recht op lawaai en vervuiling, als geheel vanzelfsprekend overal mee naar toe. Moedeloosheid valt over me heen. Op de uitgesleten granietrotsen aan de meanderende rivier, sta ik met vriendelijkheid mijzelf toe, de pijnlijke gevoelens over de omgang met de natuur te observeren. Te midden van geschreeuw en muziek maak ik contact met de stilte in mij, die ik laat resoneren met de verstillende schoonheid van het gebied. En dat lukt, wonderwel. De vogelgeluiden worden eruit gefilterd als ik mijn aandacht daarop richt en ik voel iets vredigs in mij terugkeren.

Het weer is prettig met 16 graden. Het jachtseizoen is net voorbij en, na die eerste dag, komen er vooral natuurliefhebbers. Vanaf de brug zien we de waterschildpadden op de keien zonnen. Er zijn vier wandelingen. Doordat we ons niet meer laten beperken door bezitterige hekwerken nemen we de poort een jachtgebied in, waar bizons grazen. Meteen staan we oog in oog met een kudde edelherten, die ons stil aankijken. Het is een prachtig gezicht. Elke dag zien we kuddes herten, totdat de eigenaar het zware hek op slot doet. Toen waren er nog drie wandelingen over.

Vanuit de camper hebben we uitzicht op de groene vallei en de rivier. Op een ochtend bij het ontbijt, zien we grote kringen in het water. Recht in beeld buitelt een otter door het water, vangt een vis en eet hem op. Wat een te gek schouwspel!
Ons mobiele observatiehuisje wordt snel onderdeel van de natuur en terwijl ik aan het koken ben staan drie reeën op 20 meter te grazen.
De wandeling tussen de bloeiende lavendel omhoog, geeft een geweldig overzicht over de vallei en de stuwdam. Er zijn allerlei soorten vlinders en verschillende soorten langharige rupsen, die nauwelijks te ontwijken zijn. Pinke krijgt er irritatie van, dus toen waren er nog twee wandelingen over.

We drinken koffie met vers gebakken amandelkoek op de rots aan het water, een prachtige, vredige plek. We hebben lol als een mier een stuk amandelschaafsel tussen zijn kaken wegsleept. We observeren hem en helpen obstakels te overwinnen.
De onverharde weg richting het stuwmeer heeft naaldbomen en er kruipen slierten dennenprocessierupsen over de weg, het gevaarlijke broertje van de eikenprocessierups. We moeten erg opletten, dat Pinke er niet opnieuw levensgevaarlijk door verwond raakt. Dus uiteindelijk is er nog één wandeling over, tussen het groen langs de rivier. Af en toe laat een otter zich zien. Het is vogelrijk, met blauwe eksters, groenlingen, de grote bonte specht en de ‘lachende’ groene specht. Zelfs het blauw-oranje ijsvogeltje laat zich zien.

Pinke’s gezondheid is stabiel, Klaas en ik zijn terug in harmonie. Ik studeer en mediteer. Klaas heeft zijn schrijfproject weer opgepakt. Hij geniet van de flow.
Halverwege een wandeling zitten we op een bankje aan het water stil te kijken en te luisteren naar het oneindige gekwetter van de vogels.
Ik kijk een tijdje naar Klaas. Wat ik bij hem voel is onbenoembaar. Hij is zó vertrouwd en tegelijkertijd ongekend en nieuw. Ik vraag: ‘Klaas, ben jij gelukkig?’ Klaas: ‘Ja!’ ‘Waarom?’ ‘Omdat ik me vrij voel’. ‘Vrij waarvan?’ Na een stilte zegt Klaas: ’Vrij van conditioneringen. Vrij van verplichtingen.’
Klaas, als we in de natuur verblijven, herhalen we continue hetzelfde ritme: slapen, koffiedrinken, wandelen, kijken, eten, lezen en schrijven… en altijd met zijn tweetjes. Ook deze weken is elke dag hetzelfde en toch is het nooit saai. Hoe kan dat?‘ Klaas mijmert: ‘De dagen zijn geen herhaling. Elke dag is een vervólg, het vloeit door.’

En dan komt er eindelijk een periode van regen. Portugal en Spanje zijn extreem droog. De Jándula rivier staat 1,5 meter lager dan vorig jaar. Er is nog maar 20% van de neerslag gevallen die normaal in de winter valt. Er zijn nu al waterbesparende maatregelen, want de stuwmeren zijn bijna leeg en de zomer moet nog beginnen. Nadat eerst de grond veel water zal absorberen, is het de vraag of de noodlijdende watervoorziening wel bijgevuld gaat worden.
Met enige moeite krijgen we de camper vanuit het zachte zand weer op de weg. Ons drinkwater begint op te raken, dus we moeten een paar kilometer verderop helder bronwater tappen. Oei! De regen heeft het bronwater met fijn zand vermengd en het water is lichtbruin vertroebeld, maar het smaakt nog prima. Met het flut-straaltje duurt het drie uur tot we 160 liter water getankt hebben.
In de stad Andújar foerageren we voor de komende 3-4 weken. De stad produceert een berg aan prikkels. Het duizelt me. De mensen haasten zich op weg naar van alles, zonder ooit aan te komen. De onrust die er hangt is stressvol. We worden er moe van, maar slapen toch slecht. Het kost moeite om hier de aandacht te richten op wat echt belangrijk is.
Vanwege de zuidelijke wind is het warm en de meegevoerde Sahara-stof kleurt de lucht rood. Het stof prikt in de ogen. Mensen lopen met mondkapjes op en nu niet meer vanwege covid. Dit mars-landschap valt samen met Poetins onvoorspelbare oorlog: de wereld voelt unheimisch, dreigend...

Onze gezondheid vraagt deze reis meer aandacht dan we gewend zijn.
Naast Pinke’s blaas- en nierproblemen, blijkt ook haar hart minder goed te werken. Dus begint ze aan behandeling nummer drie. Niet alles en iedereen bereikt de ouderdom. Pinke is pas 6 jaar, maar ik begin er rekening mee te houden dat haar lijfje vroegtijdig op is.
Zelf heb ik het afgelopen jaar regelmatig pijnlijke ontstekingen gehad. Door de overgang spelen hormonale veranderingen op en is mijn afweer verminderd. Tja, ineens is daar die leeftijd waarop een gezond lichaam meer zorg vraagt. Naast medicijnen en wat extra voedingssupplementen, pas ik (voorlopig) ook het eetpatroon aan: nagenoeg suikervrij en minder koolhydraten. Daardoor verbetert de werking van de dikke darm, die 70% van het afweersysteem voor zijn rekening neemt.
Klaas zijn bloedcontrole, na de prostaatkanker ruim 3 jaar geleden, is gelukkig goed. Wel merkt hij dat hij ouder wordt. Zijn (mentale) kwetsbaarheid neemt toe. Hij merkt bijvoorbeeld dat het gedoe dat komt kijken bij een aankoopproces in een ondoorzichtig, buitenlands systeem, minder goed aan kan.

Naar de verkopend makelaar van ons beoogde landje mail ik relevante stukken uit het bestemmingsplan en de actuele grondprijzen. Ons openingsbod houden we hetzelfde, wat zo’n 65% boven de huidige marktwaarde ligt. Wettelijk heeft het perceel de bestemming: ‘2/3 deel natuurlandschap met rotspartijen’ en ‘1/3 deel bosbescherming’. Kurk oogsten van de eik of vee dat het landschap onderhoud is toegestaan, maar de hoofdbestemming mag er niet onder lijden. Daarentegen wordt het perceel aangeboden als ‘landbouwgrond in een natuurlijke omgeving’, waardoor de verkoper een vraagprijs hanteert die 2,5 keer boven de reële marktwaarde ligt.

We nemen even fysiek afstand van het Portugese gebeuren in het zuid Spaanse natuurpark Doñana. Vanuit het pijnbomenbos lopen we via een wandelpad door een groene kloof, naar de goudgele kliffenkust met perfect wandelstrand aan de Atlantische oceaan. Wát een schoonheid! Dagelijks wisselen prachtige bos- en strandwandelingen elkaar af. Het is zonnig en 18 graden. Héérlijk!

Een stukje uit de kust is vijf jaar geleden een grote natuurbrand geweest. De duizenden dode pijnbomen zijn nu allemaal opgeruimd en de houtversnipperaar heeft een ware houtmijn voor ons achter gelaten. Bezeten van enige houtkoorts vullen we onze voorraad ruimschoots aan. We genieten: dit is hoe bio-brandstof bedoeld is! De houtjes van zo’n 10-15 cm passen perfect in ons mini-kacheltje. De nachten zijn fris, zo’n 5 graden, maar aan de Spaanse oostkust (Valencia) vriest het momenteel zelfs 10 graden. We starten de dag op met houtkachel, daarna neemt de zon het verwarmen over. Wat voelt het toch bevredigend om te leven in harmonie met de natuurlijke elementen!

Er staan hier meer camperbussen dan voorgaande jaren, doordat Portugal de handhaving sinds vorig jaar heeft aangescherpt. Vrij overnachten in de Algarve is heel moeilijk geworden. De aanwezigheid van meer campers noodzaakt ook Spanje strenger te handhaven op het overnachtingsverbod in natuurparken. Na een weekje bonkt om 9.00 uur natuurbeheer op de deur. Ik voer een gesprekje met de vriendelijke parkwachter. We mogen er alleen overdag blijven… Jammer voor ons, maar wel begrijpelijk.
Met nog een dag van bos- strandwandelingen hebben we een milde overgang voor ons vertrek. Op het duin met koffie en zelfgebakken, suikervrije appeltaart sluiten we ons verblijf in dit geweldige gebied af.

We trekken het binnenland in, 50 km uit de kust naar Minas de Rio Tinto, een mijnbouw-gebied. Al 5000 jaar geleden ontstond de mijnbouw hier, maar de moderne tijd heeft geleid tot het gróótschalig afgraven van de beboste hellingen, op zoek naar ertsen als ijzer, koper, zilver, mangaan, cadmium, mogelijk zelfs kobalt. Het gebied is compleet door de mens verwoest, maar is nu op een andere manier indrukwekkend. Het een soort maanlandschap van 35 km2. Niet alleen zijn bergen en valleien gesneuveld, maar zelfs hele dorpen werden ervoor verplaatst. De muren van het gesteente hebben een fascinerend kleurenpalet.
De schaal van de operaties is zó groot, dat er kunstmatige kraters zijn van enkele kilometers breed, die een paar kilometer verderop weer leiden tot vierkante bergen van nauwkeurig gestort puin, van wel meer dan 100 meter hoog. De grote puinwagens met wielen van twee meter doorsnee, lijken daarboven wel speelgoedautootjes, die het puin met een stofwolk omlaag storten.
 
De rode rivier, Rio Tinto, stroomt door de regio. De ijzerhoudende erts kleurt de rivier bloedrood. Maar in het landschap, bij ‘de geboorte van de Rio Tinto, stromen beekjes met oxiden van groen tot fel oranje naar de hoofdrivier. Gefascineerd bezoeken we verschillende delen van het gebied. Klaas verzamelt rode klei en verschillende oxiden, om in zijn atelier leuke experimenten mee te doen. Voor zijn kleiblog, waar nu een compleet overzicht staat van al zijn keramiekwerk, schrijft hij ook hierover een blogbericht: www.clayaway.eu

 

Het heeft even geduurd voor de verkopend makelaar van zich laat horen. Onze argumenten hebben ‘hun serieuze aandacht’ en ze doen een tegenvoorstel. De vraagprijs zakt iets, maar is nog steeds meer dan het dubbele van de marktwaarde. Hij laat meteen weten dat hij vertrouwen heeft dat we eruit gaan komen. Een mening die wij nog niet delen. We verhogen ons bod met nog eens 10%. Plotseling komt hun definitieve voorstel: hun prijs daalt 3%, waarmee de prijs nog steeds meer dan het dubbele van de huidige marktwaarde blijft. Klaas is bereid te betalen, om vooral van het gedoe af te zijn, maar ik haak af. Eigenlijk komen we precíes tegen waar op internet voor gewaarschuwd wordt bij het kopen van onroerend goed in Portugal: Geloof nooit de verkopend makelaar. Geloof zelfs niet wat je ziet: er is veel illegaal, waardoor de praktijk vaak niet overeenkomt met wat er wettelijk mag. En de koper is onbeschermd, die draait op voor álle kosten, als iets onrechtmatig blijkt te zijn.
Inmiddels heeft Klaas met moeite aan zichzelf toegegeven, dat hij er eigenlijk tegenop ziet om de ruïne te herstellen tot ateliertje. De jonge hond in hem had nog wel zin in een uitdaging, maar de ouderdom haalt hem in. En een vaste plek om te kleien was de aanvankelijke reden, om naar een landje in het zuiden op zoek te gaan.
Dus... aan de makelaar laat ik weten dat het niet meer goed voelt en we trekken ons bod in. In deze anticlimax laat de ‘zeer vriendelijke makelaar’ zijn teleurstelling blijken door zijn ware mening te ventileren:
'Buitenlanders zijn arrogant, behandelen de Portugezen slecht, willen Portugal uitbuiten en zullen het hier nooit maken’. Vermoedelijk denken veel meer zuid Europeanen zo, omdat heel wat buitenlanders zich hier ook naar gedragen. Daarbij heeft Nederlandse regering t.o.v. zuid Europa zich zo gepresenteerd. Anderzijds heeft dit gepensioneerd makelaar-echtpaar gepocht over hun auto's, boten en caravans. Ze lijken zelf na te streven wat ze bij anderen veroordelen.

De afgelopen maanden hebben zich spanningen in onze relatie opgebouwd. Klaas loopt tegen grenzen aan dat hij niet meer alles kan wat hij wil. Ook kan hij niet meer tegen mijn strijdbaarheid, een karaktertrek die opkomt als reactie op het oneerlijke, kapitalistische systeem. Klaas krijgt hartkloppingen van de stress en is er beroerd van. Ieder van ons zal, met moed en mildheid, in de spiegel moeten kijken, om verantwoordelijkheid te nemen voor de gezondheid van onszelf en onze relatie. Klaas heeft te weinig ruimte voor zichzelf genomen en heeft moeite met grenzen aangeven. Ik heb me teveel gericht op ‘samen’, als vlucht van moeilijke gevoelens in mijzelf. Wat meespeelt is dat we door alle onrust onze (schrijf)projecten hadden stopgezet, dus ons niet meer langdurig terugtrokken in onze eigen wereld. Als eerste bouwen we daarom twee stilteblokken in op de dag.
Om inzicht te krijgen in mijn aandeel van de spanningen en hoe ik me daarin kan ontwikkelen, begin ik met lessen van Jan Geurtz, leraar Tibetaans boeddhisme. Het boek ‘Verslaafd aan Liefde; zelfacceptatie en geluk in relaties’, geeft me veel inzichten in de ‘afhankelijke liefdesrelatie’ en de fundamentele onzekerheid die daarmee samenhangt. Inzichtmeditaties brengen me een nieuwe verdieping in het Zijn met mijn gevoelens en verlangens.

Om onze liefde voor de São Mamede los te koppelen van de aankoopperikelen, rijden we terug naar dit gebergte. Aan de Spaanse kant is het ook rijk aan schitterende rotspartijen en vergezichten richting Portugal. Er zijn meer wandelpaden, want het ligt aan een wandelroute langs verschillende dolmen; prehistorische grafmonumenten, waarvan sommigen nog in verrassend goede staat!
 


Klaas is opgelucht dat de aankoop van de baan is. Hij geeft aan dat hij nog steeds enorm tevreden is over het leven in de camper. Hij wil zéker niet terug in een huis en ik al helemaal niet. Door corona reisden we de laatste 2 jaar 8 maanden aan één stuk, maar het blijkt
passender om te reizen zoals we daarvoor deden. Globaal genomen: het voor- en najaar in Norg steeds 2 maanden de handen creatief uit de mouwen steken en ‘s winters 5 en zomers 3 maanden als flexibele nomaden in alle rust lezen, schrijven en wandelen, in de schoonheid en vrijheid van de natuur in Europa.

We filosoferen weer eens over de bizarre constructie van grondbezit. Toen de aarde zo’n 4,5 miljard jaar geleden ontstond was deze van zichzelf. Geen enkel levend wezen beschouwde de aarde als bezit. Alles wat op de aarde leeft komt uit die aarde voort en keert er ook naar terug. Het is logischer om de mensheid als het bezit van de aarde te zien dan andersom. De moderne mens ontstond 200.000 jaar geleden en was onderdeel van de natuur. Toen 10 duizend jaar geleden de landbouw ontstond, kwam men op de dwaze gedachte dat een individueel mens zich exclusief stukken aarde kan toe-eigenen. Als een dwaasheid maar lang genoeg bestaat, wordt hij vanzelf als logisch gezien. Voor jagers-verzamelaars is het idee dat grond in bezit genomen kan worden ronduit absurd. Grondbezit is, hoe je het ook bekijkt, de basis van alle ongelijkheid. Door grondbezit normaal te vinden, zijn we het ook normaal gaan vinden dat planten en dieren en zelfs medemensen tot bezit gemaakt kunnen worden en we onze wil aan andere wezens kunnen opleggen.
Alhoewel wij niet helemaal los kunnen leven van de huidige dominante cultuur, kunnen we daarbinnen wél de aarde als van iedereen beschouwen. We besluiten dat we voortaan meer vrijheid zullen nemen om geprivatiseerd land te bewandelen, zolang het in overeenstemming is met de natuurwaarden.

Terug in Portugal blijkt dat Pinke een volgende kwaal heeft: een ontstoken lever, waarvoor wederom een behandeling nodig is. He, jasses! En helaas is ze ook mank gaan lopen, misschien iets met de gewrichten door alle medicijnen? Zucht! Pinke beweegt zorgeloos mee met haar ups en downs, maar ik ga toch contact opnemen met een holistische dierenarts in Nederland, om te zien hoe alle mankementen zich met elkaar verhouden.
Op de vaccinatielocatie
in Portalegre ontvangen wij eenvoudig de boosterprik, zodat we vrij de landsgrenzen kunnen blijven oversteken en de kans op (een nare uitwerking van) Covid flink kunnen verkleinen. Voor de Portugese Covid-pas werkt moeten we 2 weken wachten.
Dus verblijven we zolang op prachtige natuurplekjes in de São Mamede. We bezoeken een laatste keer 'ons granieten oerlandje'. Ik ga eerst alleen om in stilte te voelen wat het met me doet. Als blijkt dat de buur-boer, die eerder met tekkels en geweer de vossenburcht bedreigde, met een tractor de twee meter grote keien heeft weggeschoven en de burcht heeft uitgerookt ben ik geschokt. Vol verzet tegen deze barbaarse taferelen, ga ik ga op een rots zitten mediteren; met moed en mildheid voelen wat er in me leeft. Een heuse oefening om niet te vervallen in strijdbaarheid tegen de heersende maatschappij, maar erkenning te geven aan alle gevoelens en mijn liefde voor het natuurlijke leven.
Als Klaas later komt met de koffie, is ook hij geraakt door het grove geweld dat is gebruikt in een oeroud, ongerept stuk natuur. We zijn bevestigd: het landje opgeven is een goed besluit geweest.

We hebben een afspraak met de makelaar van een stuk natuurlandschap van 6,5 hectare in natuurpark Serra de São Mamede. Zijn partner spreekt redelijk Engels. Met een sleutel openen zij een hek, waarna we 400 meter door een weiland lopen. Dan bereiken we een langwerpig perceel van 155 bij 420 meter, afgebakend met zo’n eeuwenoud, gestapeld muurtje, half vervallen. Terwijl de makelaar en zijn vrouw vriendelijk praatjes maken lopen we er 1,5 uur rond. Aan de rand staan in een omgeploegd terrein enkele dikke kurkeiken, vol in blad. Verder zijn 95% van de bomen Pyrenese eiken, die kaal zijn in de winter, wat onder de bewolkte lucht een herfstige indruk geeft. Maar... 2/3 van het perceel wordt ingenomen door gigántische granieten oerkeien, sommigen van wel 20 meter doorsnee, deels bedekt met mos. Mijn hart maakt een sprongetje, maar in het bijzijn van de verkopend makelaar probeer ik niet te enthousiast te doen. Klaas kijkt erg serieus. Wat denkt hij? Ten zuiden zien we op twee heuveltoppen de charmante kasteeldorpjes Castelo de Vide en Marvão liggen.
In het midden van het perceel ligt een ruïne van 33m2, zonder dak. Tussen de buitenmuren van ieder 60 cm dik, liggen de kapotte, rode dakpannen tussen het groeiende onkruid. De makelaar schetst een onrealistisch ideaalplaatje, en de rest van het perceel laten we daarom voor wat het is, om later alleen terug te komen.
Terug in de camper ben ik een beetje bang dat Klaas dit perceel te groot en te bewerkelijk vindt. Aftastend vraag ik wat hij ervan vind. Hij is stil en zegt dan met doodse kalmte: ‘Ik vond het gewéldig!’ Ik kan mijn oren niet geloven en ben blij verheugd. Dít heeft de natuurlijke sfeer waar we naar verlangen! Het is een prachtig stukje land, heel afgelegen, met goeie mogelijkheden én begrenzingen, zodat we niet in oude valkuilen trappen, zoals grote verbouwingen.

Om een keuze te kunnen maken bezoeken we meteen een laatste perceeltje, maar het is pal naast bebouwing, dus niets voor ons…  al vliegt hier ineens de hop over. Er komt even een twijfel op of ik het ‘signaal van de hop' moet volgen of mijn grote vreugde eerder die dag? Klaas zegt wijs: ‘Je moet natuurlijk je gevoel volgen, anders wordt het bijgeloof.’
Een kilometer van de Spaanse grens vinden we een plekje voor de nacht, tegenover een koeienstal. ’s Avonds in het pikkedonker stopt er een auto. Ai, zou dat de boer zijn, om ons weg te sturen? Maar buiten tref ik een Franse jonge vrouw en haar kersverse Duitse echtgenoot, die ons waarschuwen voor de boer die met een hele grote tractor geregeld langs rijdt over dit smalle weggetje. We staan veiliger bij hen op het terrein. We maken gebruik van dit ontzettend aardige aanbod en volgen hen op een donkere, onbekende weg. Zij leefden ook in een camper en zijn hier afgelegen gaan wonen, op zoek naar eenvoud. De volgende dag spreken we elkaar bij daglicht. Het terrein met een paar campers, twee yurts en een oud huis is inderdaad eenvoudig. Tegelijk is zichtbaar hoe ontzettend veel werk het is, om daarin toch wat voorzieningen te realiseren, zoals water, stroom en een moestuin. Het is een goeie les voor ons om het écht eenvoudig te houden!

We nemen meteen afscheid, want we volgen onze impuls om terug te gaan naar het granieten oerlandje. We parkeren naast een rustig weggetje, lopen naar het hek en klimmen eroverheen, om zonder afleiding over het perceel te struinen. Dit doen we vijf dagen achter elkaar, op verschillende momenten van de dag. Het is adembenemend en rustgevend. Waar een laag zandgrond ligt op de granieten ondergrond groeit de woekerende brem. En waar tussen de kolossale stenen wat humus ligt, bloeien de eerste bloemetjes, zoals calendula. De hop zien we maar niet. Deze vogel heeft beschutting van struiken en boomkruinen nodig. Zolang de meeste eiken kaal zijn, zal hij zich vermoedelijk hier niet tonen.
Op de wandeling in de mooie omgeving steekt een vosje de landweg over. Ineens horen we hard krijsen. Wat is dát? Drie vossen rennen achter elkaar aan, boven op de hoge keien. Het blijkt dat ze op deze manier hun territorium verdedigen, maar écht aanvallen doen ze elkaar niet.

Wanneer de zon gaat schijnen nemen we koffie mee naar het granieten landje en nestelen we ons, met taart, in de luwte van de keien. Iets te vieren? Eigenlijk niet, al kunnen we altijd wel een goeie reden bedenken, maar nu zijn de ingrediënten al een half jaar over de datum. Desalniettemin smaakt hij heerlijk. Pinke struint ondertussen de omgeving af naar wild-spoortjes. Als ik rond slenter om details te observeren en te fotograferen, volgt ze me trouwhartig. Klaas is ontspannen onderuit gezakt en valt warempel in slaap. De natuurlijke schoonheid hier resoneert met onze innerlijke natuur. Het versterkt onze innerlijke rust, het brengt balans en raakt aan een diepe vreugde.
Op het perceel naast me maak ik een praatje met een buurvrouw. Ze schrikt van mijn aanwezigheid en rent weg… met haar kalf. Ik vertel haar dat we buren worden, dat ze niet bang hoeft te zijn en we geen dieren eten. Ze blijft staan, wordt steeds nieuwsgieriger en komt dichtbij staan grazen. Haar koebel tingelt meditatief en ze straalt een enorme rust uit. Later volgt ze ons met haar zusters, wanneer we naar de noordkant van het perceel wandelen. Zoals een vriendin mooi verwoordt: het landje wordt door ons ‘vrijelijk besnuffeld, bewierookt en bedroomd’.
Op de laatste dag horen we schietende jagers in de omgeving. Het is mistig en we ontwaren vlakbij een silhouet van een man met geweer. Als we dichterbij komen laten twee felle tekkels zich horen. De man spreekt geen Engels, maar we begrijpen dat er een hol is met vossen, die hij aan flarden wil schieten. Jasses! Maar ja, wij hebben hier (nog) geen zeggenschap. Positief gezien zijn dit twee interessante punten: er is een vossenhol en wij kunnen het officieel tot een jachtvrij gebied maken, met bordjes aangegeven.

Het perceel voelt heel goed en we doen een eerste bod, hopend dat de verkoper ook in is voor een snelle afhandeling. Het antwoord van de makelaar is uitvoerig vriendelijk en vol beleefdheden. Hij noemt ons standaard amigos (vrienden), maar inhoudelijk is het overduidelijk dat ie er zoveel mogelijk uit wil slepen. Ik heb moeite met die onoprechte kanten van de mens, maar Klaas lacht om dit spel.
Nou ja, eerst maar eens meer informatie inwinnen over het perceel.

De weken voor en na de jaarwisseling cirkelen we rond in deze gemeente. We horen nooit ergens vuurwerk. Ook oudjaar nabij ‘ons’ granieten keienlandje is oorverdovend stil. De Portugezen kunnen hun geld wel beter besteden: Het gemiddelde loon voor Portugezen is 3 tot 3,5 euro per uur, dus zo’n € 25,- per werkdag en de producten in de winkels zijn iets duurder dan in NL. Hoog opgeleide specialisten ontvangen zo’n € 2000,- per maand.
In Castelo de Vide klopt een clubje alternatieve camperaars bij ons aan. Ze hadden even het blog gelezen. Zij zijn ook bezig met een stuk land, om daar met een groep van 8 campers met zo’n 30 mensen, waaronder 13 kinderen in alle leeftijden, zelfvoorzienend te gaan leven. Het oogt allemaal heel leuk en harmonieus. Zij hebben voor dit gebied gekozen omdat het hier nog puur is én er een flinke community is van gelijkgestemden. Dat beginnen we inderdaad te merken, nu we hier wat langer verblijven. Wij houden van de stilte, dus zullen ons zeker niet bij hen aansluiten, maar hebben er wel sympathie voor en wisselen contactgegevens uit.

Bij de gemeente schrijven we ons in voor een fiscaal nummer, waarmee we in Portugal zouden mogen wonen, onroerend goed kunnen kopen en mogelijk ook de boostervaccinatie kunnen krijgen.
We vragen het kadasterdocument en belastinginformatie op, want eventuele schulden zitten hier namelijk vast aan het perceel en niet aan de eigenaar, dus als je niet oppast koop je de schulden zo over.
Als vierde gaan we het bestemmingsplan uitpluizen. De gemeente heeft sinds 1,5 jaar alle documenten online staan. Er zijn ook omgevingskaarten met veel informatie over de ondergrond, soorten begroeiing, alle waterstroompjes, brandrisico-niveau’s, natuurbranden in de afgelopen 15 jaar, cultureel erfgoed en de grenzen van het ecologische natuurreservaat .
We blijken met onze neus in de boter te vallen: dit perceel in Serra de São Mamede is onderdeel van het Natura2000-netwerk, met strenge Europese natuurbeschermingswetten. Fantastisch! Je mag hier bijna niks: niet bouwen, niet wonen, niet vercommercialiseren, alleen de bestaande ruïne herstellen voor opslag/ werkruimte en de beschermde, inheemse flora en fauna ondersteunen. Precies waar ons hart naar uitgaat! Ons wordt alleen niet duidelijk of we er met de camper mogen staan, als we daar een periode aan het werk zijn.

Tussen Klaas en mij ontstaat er wat spanning. Klaas heeft een naïef, positief geloof in het goede van de mens. Mijn jeugd heeft een spoor van wantrouwen achtergelaten. In de praktijk ligt de waarheid meestal in het midden.
In Nederland is een Natura2000-gebied 5 tot 7 keer minder waard dan landbouwgrond. Als je een gebied niet mag uitbuiten, dan is het financieel gezien nauwelijks wat waard. Onze natuurliefde is van een hele andere orde dan de waarden die centraal staan in de wereld van geld.
Klaas bespreekt het met zijn zoon, die heel ontwapenend zegt: ’Maar als je daar niet mag bouwen of wonen en geen activiteiten mag ontwikkelen, dan is het toch niks waard?’ Deze opmerking geeft ons richting om eerst de reële (markt)waarde te achterhalen. Daarna kan onze gevoelswaarde bepalen, hoeveel we bereid zijn om (meer) te betalen.
Voor onze vragen en adviezen schakelen we een adviseur in, een Belgisch-Portugese vrouw. Sinds Covid kan dit allemaal digitaal en telefonisch.

Onze (gepensioneerde) verkoopmakelaar heeft de recente ontwikkelingen van een digitaliserende overheid gemist. In zijn tijd speelde vriendjespolitiek een rol in het verkoopproces en kon er veel gesjoemeld worden bij mondelinge overdracht. Daardoor is er vermoedelijk ook zoveel illegaal gebouwd in Portugal. Ook nu heeft hij ‘vrienden die onze twijfels kunnen weg nemen’.
Zonder daar op in te gaan, mailen we de makelaar de gemeente-documenten en laten weten dat de onderhandelingen nog wel eens moeilijk kunnen worden, aangezien het een beschermd natuurgebied betreft, geen landbouwgrond. Zijn antwoord is kort; geen ‘amigo’ meer, geen hielen-likkende beleefdheden of nieuwe verkooppraatjes. Zijn houding en de rol die hij heeft rijmen nu met elkaar.

Wanneer onze praktische afspraken klaar zijn, is Portugal onder invloed van een koude noordenwind en nachtvorst. BRRR. Om afstand te nemen van het aankoopproces nemen we de gelegenheid om naar het zuiden te rijden. Het is fijn om naast een eigen klimaatbestendig stuk natuur, ook flexibel te blijven en de koudste weken naar de warmte te trekken. In de Algarve is het zwaarbewolkt en aan de Spaanse kant van de grensrivier zien we de zon. We rijden naar de gouden kliffenkust van Mazagon, waar we verblijven in het aangrenzende pijnbomenbos van natuurpark Doñana. Hier is het zonnig en 18 graden. Het is maanden geleden dat we deze temperaturen hadden. Lekker!
Deze omstandigheden zijn uitstekend om te stoppen met het najagen van dit landje en terug te keren naar een ontvangende staat, waarin het ons in alle vrijheid toe kan vallen. In ons hart is er vertrouwen.

Het granieten landje

We staan aan de Taag, die door midden Portugal naar Lissabon stroomt. Zonnetje schijnt, 17 graden. Op de camperplaats hebben we wifi. Relaxt lig ik op bed met de laptop op schoot. Pinke ligt lekker tegen me aan. Wat is zo’n klein huisje, waar alles in één ruimte gebeurt toch knus! Klaas verdiept zich in de genealogie van zijn moeder, die uit een Terschellinger molenaarsfamilie komt.
Al uitrustend speur ik op websites naar ‘agricultural plots’. Ons zoekgebied is gericht op het oosten van Portugal, dat nog niet verpest is door ‘de voortuitgang’ en waar stukjes grond te koop staan, passend bij ons budget van ongeveer € 20.000,-. Een klimatologisch onderzoekje leert dat ten noorden van de Algarve tot midden Portugal de gemiddelde temperatuur en regenval ongeveer gelijk is. De noordelijke helft van Portugal is in de winter natter en in de zomer droger, heter én brandgevaarlijker.

We maken een lijst op van zo’n 15 percelen die in aanmerking komen om te bezoeken, ten noorden van Portalegre, midden Portugal. We beginnen in de gemeente Nisa, waar meerdere percelen te koop staan.
Ik vraag me af hoe we zullen weten welk landje passend voor ons is. Kunnen we het aan een signaal aflezen, waarop we kunnen vertrouwen? Bijvoorbeeld als we de hop zien, die roze-bruine vogel met zwart-wit gestreepte vleugels. De hop is een kritische soort die afhankelijk is van een oud, half open cultuurlandschap met veel oude bomen en vervallen bouwsels. Das precies waar ook wij, kritische vogels, naar op zoek zijn.

Het eerste kavel ligt 1,5 km buiten een gehuchtje, dat we niet binnen kunnen rijden, omdat de straatjes te smal zijn. Lopend nemen we halverwege het dorpje een pad, waar de stroomkabels op 2 meter hoogte hangen, naar de landerijen. Een perceel met onze camper bereiken zal nog vaker een obstakel blijken…
Na een half uur lopen bereiken we een heuvelachtig, verwilderd stuk land met vervallen schuur. Het is 2,5 hectare en heeft 2 kleine waterbron-meertjes. We zijn enthousiast, al gaat dit 'em niet worden.
Het tweede perceel van 4 hectare heeft ook veel reliëf, een 100 jaar oude schuur en waterbronnen. Ook nu zijn we verrast dat het landje er zo anders uitziet dan op de foto’s. Dit komt wellicht door de hoogteverschillen, die bij ons in Nederland niet echt voorkomen. Op de berg is er prachtig uitzicht over de hele regio, inclusief de noordelijke Serra de Estrela en in het oosten de Serra de São Mamede. Er staan helaas weinig bomen en ook deze keer overwoekert het hoge gras het geheel. Om hiervan een kurkeiken boomgaard te maken gaat veel werk en tijd kosten. Toch lopen we er nieuwsgierig rond, fantaserend over de mogelijkheden. Wederom kunnen we met de camper niet óp het perceel komen, maar wel vlakbij. Niet ideaal, maar ook niet onmogelijk. Vlakbij is ook een eucalyptusplantage, maar bij die imposante bomen zien we verder geen leven.
Door op zoek te gaan naar een eigen landje leren we Portugal op een andere manier kennen. Eucalyptus is extreem brandgevaarlijk door de olie, daarbij laat de bast grote, zéér brandbare schilfers los. Met name in het noorden van Portugal zijn enorme plantages. Dit kaartje van verbrandde gebieden van 1975 tot 2017, laat zien dat de bosbranden overeenkomstig zijn.
Eucalyptus moest ten tijde van dictator Salazar (1932-1968) de oplossing bieden voor economische welvaart. Buitengebieden werden massaal commerciële plantages. Deze bomen groeien snel, zijn goed plagen bestendig en al na 7-12 jaar rijp voor de kap. Ze worden verwerkt tot hout, oliën en papier. Van Portugal is 7% bedekt met eucalyptus en ze genereren 1% van Portugals Bruto Nationaal Product. Tegenstanders noemen dit land ‘Eucalyptugal’.
Nadelen van Eucalyptus zijn, naast brandgevaar, dat het sterk grondwater onttrekt aan de toch al verdrogende bodem. Hij produceert giftige stoffen waardoor insecten er wegblijven en dus ook vogels en roofdieren er niet kunnen leven. De eucalyptus onttrekt veel voedingsstoffen aan het land, waardoor het land uitgeput achterblijft als er na 30 jaar 3x geoogst is. Daarna is de boom economisch niet meer interessant. Dan verwilderen de uitlopers en spreid hij zichzelf uit. Wanneer de bodem totaal kaal gemaakt wordt om alle wortels te verwijderen, is daarna het land bijna onvruchtbaar geworden en extra vatbaar voor erosie. Door kaalkap van deze grote stukken land wordt de neerslagcyclus doorbroken en droogte maakt dat het de grond niet of nauwelijks meer kan herstellen.
Ondanks alle ellende door de hoge brandbaarheid van eucalyptus en het vernietigende korte en lange termijn effect van deze bomen op het milieu en klimaat, blijft de papierpulpindustrie inzetten op deze monocultuur. De Portugese dienst voor bosbeheer staat zwak ten opzichte van de sterke eucalyptus-industrie. Geen origineel verhaal, want net als in de rest van Europa dient het voornamelijk de industrie.

Wij maken een uitstapje naar te koopstaande perceeltjes boven de Taag, maar in de buitengebieden staan verspreid veel huizen, de grondprijzen liggen een stuk hoger en er zijn schrikbarend veel eucalyptusplantages. Dit gebied valt af, maar we hebben wel een heel leuk bezoekje aan een steenfabriekje uit 1955. Marco is oud-profvoetballer en nadat zijn opa vorig jaar aan corona is overleden, heeft hij de fabriek overgenomen. Door de uitleg dat Klaas kleiwerken maakt en onze vraag of deze klei van de Taag afkomstig is, wordt Marco een gastheer. Hij wast zijn rode kleihanden en neemt de tijd voor een rondleiding. Dit is het laatste keramiekbedrijf in deze regio en alles is 100% handgemaakt: metselstenen, vloertegels, dakpannen. Hij toont ons waar op eigen terrein de klei gewonnen wordt, uit metersdikke lagen die ooit door de Taag, of een voorloper daarvan, zijn afgezet. Het is zó leuk hoe die twee mannen zo passievol te praten over klei. Marco laat ons de oven zien: een ‘kamer’ van 3x3 meter, twee verdiepingen hoog, waarin de stenen worden opgestapeld. Onder de kamer wordt dan een vuur van eucalyptushout opgestookt tot 1200˚C. Klaas krijgt gratis 20 kg klei. Geïnspireerd neemt Klaas afscheid met de woorden: ‘I’ll come back’.

Sommige makelaars willen geen locatie van de percelen geven. Zij willen zelf komen om het te ‘presenteren’. Dat is begrijpelijk bij een huis, maar ons gaat het om de natuurlijke sfeer van een stukje land, zonder praatjesmaker erbij. Daarbij is communiceren via de mail, dankzij translate, makkelijker dan live, want men spreekt hier weinig Engels. Meerdere makelaars reageren helemaal niet, maar van enkele percelen ontdekken we de locatie door online satellietbeelden af te struinen naar herkenningspunten.
Online speuren we ook verder naar landjes en ineens vind ik een snoeperig, houten eco-huis op palen, tussen kurkeiken gebouwd, in natuurpark Serra de São Mamede. Het is wat boven ons budget, maar we worden bevangen door de lieflijke foto’s met houtsfeer, een wand met alleen maar verschillende, hergebruikte ramen, openslaande deuren naar het balkon dat hoog boven de lucht zweeft met prachtig uitzicht.

Terwijl we helemaal niet op zoek waren naar een huis, zijn we zo verrukt dat we op voorhand onze andere wensen/ eisen al afzwakken. Ook nu krijgen we geen reactie op de vraag wáár het ligt en of dit een legaal bouwwerk betreft…
Uit de omschrijving kunnen we ongeveer opmaken om welk dorpje het gaat en daar rijden we naar toe, op 600 meter hoogte. We blijven er een paar dagen. De temperatuur haalt net de 10 graden, met nachten rond het vriespunt. Het is droog en soms vangen we een klein beetje zon. De kachel is nodig, dus sprokkelen we hout in het bos. En verrassend genoeg ontdekken we met een wandeling toevallig deze ‘boomhut’. Nieuwsgierig kijken we rond bij het leegstaande eco-huisje van 30m2. Het is absoluut leuk, maar van een mindere kwaliteit dan op de foto’s leek. Niet goed genoeg om in te wonen, wel geschikt als atelier. Het 4000 m2 terrassenperceel ligt aan een waterstroom en alle off-grid voorzieningen zijn aanwezig: houtkachel, zonnepanelen, watersysteem met douche, composttoilet, watersysteem voor de bomen en het natuurgebied is fantastisch. Als twee blije kinderen kijken, onderzoeken en fantaseren we daar in de rondte. De onverharde weg ernaartoe gaat over een heuvel, maar daar zouden we met de camper overheen kunnen, alleen is het met onze gladde zomerbanden nu niet vertrouwd. Eerst moeten we banden met meer profiel die sneeuw-/ modderbestendig zijn.
Super enthousiast en lopen we er op verschillende momenten van de dag naar toe, om sfeer te proeven en oplossingen te bedenken, maar er is één ding dat uiteindelijk de doorslag geeft: campervrienden wijzen ons op het belang van zon. We… of eigenlijk ik wilde in dit geval niet graag toegeven hoe belangrijk de zonnewarmte is voor het leven in een camper. Het perceel ligt op de westkant van een heuvel en tussen winterharde kurkeiken komt er pas laat in de dag een beetje zon. Echt jammer! Een ander twistpunt dat verholpen is met het besluit om het niet te kopen, dat het huisje zeer waarschijnlijk illegaal gebouwd is en ook wel voorbij de grens van wat bij controle door de vingers zou kunnen worden gezien.

Om onze vermoeiende euforie weer getemd te krijgen, rijden we verder het bijzondere natuurpark Serra de São Mamede in. Aan een verlaten weg laten we onze gedachten aan dit perceel los en komen we tot bedaren. Deze ervaringen tonen ons welke voorkeuren we hebben: onze liefde voor houtbouw, inzicht in voorzieningen die we niet nodig hebben en dus ook niet moeten (over)kopen, de behoefte aan afgelegen ligging, de bijzondere sfeer van kurkeiken en het belang van een mooi wandelgebied.
Op zaterdag zitten we, na een ochtendwandeling, ‘opgesloten’ in de camper vanwege jagers. Ze manen ons te vertrekken, maar we zijn niet zo te porren om uit dit schitterende gebied weg te gaan. Daarop adviseren ze ons dríngend om binnen te blijven, terwijl een man of 10 met geweren de buurt onveilig maken. Wanneer de mannen rond vieren klaar zijn, doen wij een middagwandeling. De groep jagers haalt met auto’s ‘de vangst’ op: meer dan 20 zwijntjes en biggen liggen opgestapeld in meerdere pick-ups. Het bloed loopt in sporen over de weg…
Ik gruwel en voel afkeer, maar mijn verstand herhaalt dat zij de wildstand gezond houden. Deze Portugezen hebben geen exorbitante vleesindustrie zoals in Nederland, maar zijn als mens onderdeel van de balans in de natuur. Alles wordt lokaal gegeten. Zo sus ik mijn gevoelens tot aanvaardbare proporties.

Vanuit het bos in Norg komen berichten tot ons dat het daar ook niet rustig is. Er is 3000m2 bomen gekapt, zonder dat iemand ervan wist. De provincie heeft een dubieuze zet gedaan bij het ‘oogsten van natuur’, in een gebied waarvan ze zeggen boskwaliteitsverbetering na te streven. Ook de wethouder van de gemeente heeft merkwaardig laks erop gereageerd. Goed nieuws is dat velen in het bos er negatief op gereageerd hebben en dat dat niet onopgemerkt is gebleven. 'Tientallen bomen in Norg tegen de vlakte, bewoners compleet verrast'.
Daarnaast is er een inbreker aangehouden op ons landje. Bij twee buren is er een inbraakpoging gedaan, bij de één zijn spullen meegenomen, de ander heeft de dader op camera vast kunnen leggen. Achteraf blijkt van onze back-up in Norg dat het deurslot onklaar is gemaakt. We merken dat we er rustig onder zijn. De inbreker is tenslotte niet binnen geweest. Daarbij wonen we er ook niet en de spullen die er staan hebben geen waarde voor anderen.

Serra de Sao Mamede, we ontdekken hoe dit landschap ons hart aanspreekt. Het ontstond 300-400 miljoen jaar geleden en die authentieke sfeer voel je. Het gebergte functioneert als een barrière tegen condensatie en creëert een microklimaat met hogere neerslag en vochtigheid dan in de omringende gebieden. Daarom is dit gebergte rijkelijk groen, met gigantische granieten oer-keien begroeid met een grote diversiteit aan mossen. Loofbossen van kurk- en steeneiken, afgewisseld met cultuurlandschap waar koeien, geiten, schapen en soms paarden rondlopen. In de wat verwilderde gebieden groeit overdadig de brem, die half december al begint met bloeien. Er leven gieren, uilen, arenden, adelaars, de wielewaal, nachtegalen, ijsvogels, bijeneters en ooievaars, zelfs de zeldzame zwarte ooievaar. Maar ook grote zoogdieren. We zien edelherten, vossen en zwijnen, maar tot nog toe onzichtbaar leven er ook otters, genetkatten, mangoesten en de zeldzame Iberische lynx. Wauw!

Er staan enkele stukjes grond te koop en daar willen we ons nu vooral op richten. Na de kerst komt er zon en 17 graden, maar eerst nog een regenachtige week, waar Portugal blij mee is. Op de enige droge dag wandelen we met campervrienden de natuur in, op zoek naar een te koop staand landje van 5 hectare. We vinden het kooplandje niet, maar wát een ge-wel-dige natuurbeleving! Ik beklim de bemoste rots van zo’n 25 meter hoog en heb een fenomenaal uitzicht over het diverse landschap. Op de oerrots valt de nietigheid als een weldaad over me heen. Als we hier toch eens een mooi en veilig habitat zouden kunnen maken, waar biodiversiteit zorgt voor insecten, die allerhande vogels, reptielen en zoogdieren aantrekken. Wanneer we wegrijden over het smalle weggetje, vliegt voor de camper uit... de hop! Het signaal! Zou dit dan het gebiedje worden waar we ons landje vinden?

Helaas heeft Pinke wéér een blaasontsteking. Om de 10 meter doet ze een bloederige plas. De dag voor kerst gaan we in Portalegre naar een dierenarts. Zo leren we ook over de voorzieningen hier. Pinke krijgt eerst antibiotica en over 2 weken verder onderzoek, want haar nieren werken niet goed. Nu we toch in de stad zijn, bestellen we de autobanden ook voor over 2 weken. Tevens bezoeken we de wasmachines, een makelaar en zo nog wat meer gedoetjes.
’s Avonds keren we terug naar Castelo de Vide, op 700 meter. Een heel sympathiek, middeleeuws kasteelstadje, waar volop gewoond wordt. We parkeren 100 meter erboven, zodat we uitzicht hebben op het plein voor de kerk waar ’s avonds een groot kerstvuur zal zijn. Rond zessen trekt de mist dicht, dus het uitzicht is verdwenen. Ach, we zijn moe, dus liggen we kerstavond om 20.00 uur al in ons mandje.
Eerste kerstdag worden we wakker met mist en regen. Misschien is het lager gelegen deel droger. We bezichtigen het zevende terrein, maar het monotone dennenlandje valt meteen af.
Op de uitgestorven wegen rijden we stapvoets door de São Mamede en laven ons aan weilandjes, met handgebouwde muurtjes eromheen van eeuwenoude  granietstenen. Daarbinnen liggen versnipperd de bemoste oerkeien die door de regen prachtig groen kleuren. Verspreid staan kurkeiken met een breed uitlopende lruin. De stam is pás gestript, waardoor deze donker rood-bruin kleurt. Daarboven in schril contrast de groen-grijs harig bemoste takken, die als een angora trui de boom aankleed. Mijn hart huilt bijna van vreugde. Wát een schoonheid. En ineens is ie daar weer… de hop!
We parkeren aan een verlaten weg in deze prachtige natuur. Een wandeling. Het zonnetje wisselt de miezerregen af. Koffie met een muffin. Samen zijn in ons knusse, mobiele huisje. Zorgzaamheid voor m’n lieve, ondeugende Pinke. Dit is voor mij vrede op aarde.

Snakkend naar een rustig en natuurlijk plekje met iets warmer weer, gaan we bij  Cavagrande staan, in zuidoost Sicilië. Met de wandelingen kunnen we echter niet genieten van de grote, diepe kloof. Te moe voor grote impressies kijken we naar de lieflijk ommuurde weilandjes aan de andere kant van het wandelpad.
Online zoeken we zulke aankoopperceeltjes op de website van Pure Portugal en fantaseren er lustig op los, terwijl we proberen wat uit te rusten.

De penibele coronasituatie in Europa en het plotselinge nieuws over de Omikron-mutatie, maakt dat verschillende zuidelijke landen de toegangsregels gaan aanscherpen. Geen zin in gedoe besluiten we meteen te beginnen aan de 3200 km lange reis. Geen Syracuse voor Klaas en, helaas, geen wandelingen op de Etna meer voor mij. Deze prachtige, vulkanische berg heeft zich in mijn hart genesteld. Met enige weemoed rijd ik naar de haven van Messina.
De veerboot nemen naar Spanje, via Sardinië of noord Afrika, hebben we serieus onderzocht. Toch willen we niet zoveel extra indrukken of verplichtingen door externe tijdschema’s. Daarbij voel ik zorg om Pinke's welzijn bij 12 uur lange dag-bootreizen.
Over de weg houden we vrijheid om op elk moment te kunnen handelen naar behoefte en/of noodzaak.
Met windkracht 6 in de rug deinen we op de veerboot naar de Italiaanse vaste wal. Ik ben opgelucht dat we met deze hoge golfslag niet aan lange veerboottochten zijn begonnen. Van diverse vaarten blijkt achteraf zelfs het vertrek geannuleerd.

Italië wuift ons uit in al haar heftigheid.
In het noorden van Calabrië begint het te regenen, dan te sneeuwen, afgewisseld met oorverdovende hagelbuien. Deze omstandigheden hadden we niet zien aankomen en op zomerbanden voelen we ons onzeker.
De plotselinge weersomslag veroorzaakt ongelukken op de weg en we belanden in een file. Als ik na 1,5 uur stil staan wil optrekken, glibberen mijn wielen in het ijs. Ai! Eerst maar ietsje achteruit, want onder de camper ligt geen sneeuw en zo krijg ik weer een beetje grip. Daarna glibberen we verder over de weg, achter de vrachtwagens aan. Wanneer we weer lager dan 600 meter komen kunnen we met pittige snelheid verder noordelijk rijden.

Na vier dagen rijden we in Genua over de nieuwe brug, waar de oude 3 jaar geleden is ingestort, met 43 doden en vele gewonden tot gevolg. Oorzaak: groot gebrek aan onderhoud, terwijl de afgelopen 50 jaar het (vracht)verkeer eroverheen, zowel in aantal als in gewicht expansief is toegenomen. De Italiaanse Benetton-familie streek als eigenaar wel de gigantische inkomsten aan tolheffing op...
In Genua doen we boodschappen en een loopje met Pinke. We ervaren het als een ongure getto. Alleen onder de ingestorte brug staan geen flats meer, maar onder de andere 45 meter hoge bruggen wel. Alles en iedereen woont en werkt in een overvol, sfeerloos stadsdeel.
Op de parkeerplaats bij de winkels maak in een inschattingsfout en zit vast met de wielen in het (glibberige) grasplantsoen. Klaas merkt op dit soort momenten dat hij ouder wordt en heeft erg last van de spanning die dit in hem oproept. Ik baal, maar weet dat we uiteindelijk hier wel weer wegkomen. We weten nu alleen nog niet hoe. Ik ga op zoek naar hulp en vind iemand die voor me gaat bellen. ‘Geen zorgen’ verzekert hij me. Blijkbaar hebben we op de valreep van Italië nog even een maffia-ervaring nodig. Voor 5 minuten hulp wordt 150,- gerekend, zwart. Het zij zo.
Rutger Bregman: ‘Als je nog nooit opgelicht bent, moet je je afvragen of je wel met genoeg vertrouwen in het leven staat’.

Noordwest Italië vinden we vreselijk. Druk en vol, alles wordt overheerst door de mens. De tolwegen zijn in belabberde staat en heel smal, wat inhalen tot een enge bedoening maakt. Over de laatste 660 km is er om de 10 km een lange tunnel door de berg. Bij meer dan de helft ervan zijn wegwerkzaamheden, dus versmallingen naar 1 rijstrook, een enorm oponthoud. Met het onderzoek naar het brugdrama in Genua, is gebleken dat er nóg honderden bruggen en tunnels in zeer gevaarlijke staat zijn. De oorzaak is het wanbeleid van Berlusconi en de begrotingsverplichtingen vanuit Europa vanaf de jaren 80.
Er lijkt geen einde te komen aan dit land. Het begint te voelen als een nachtmerrie waarin je weg wilt rennen, maar je nauwelijks vooruit komt. Op het laatst is de enige drive waarop ik doorzet wegkomen uit dit land, wat niet helemaal terecht is.
We wilden al een aantal jaren weten hoe Italië zou zijn en we hebben een hele brede indruk gekregen. Dat is verrijkend. Italië is een belevenis van ongekende schoonheid en vriendelijkheid, maar ook met vreselijk lelijke kanten. Drie weken vakantie in zo'n land is een avontuur, drie maanden blijkt te heftig voor ons.

Na 1500 km rijden we eindelijk Frankrijk binnen. De gendarmerie houdt ons aan en stelt vragen. Ze willen ook even binnen kijken. ‘Prima! Koffie?’ grap ik bijdehand. Beleefd slaan ze het af. Als ze onze deurspreuk lezen ‘Relax! Nothing's under control’ is dat aanleiding voor enige hilariteit met collega’s. Ons wordt gevraagd of we getest zijn en de papieren willen laten zien. Niet begrijpend vraag ik of ze de QR-code bedoelen. We zijn namelijk niet getest, maar gevaccineerd. Ik begin wat zenuwachtig te worden, want zouden de regels dan plots veranderd zijn? Om onze QR-code te downloaden, moet ik eerst moet ik opnieuw het Franse mobiele netwerk vinden. Het duurt hen allemaal te lang en aangezien de mannen nu weten dat ‘nothing under controle’ is, laten ze ons relaxt, zonder controle, door.

De kwaliteit van de Franse wegen neemt meteen toe. Ook zijn de tunnels breder. Eindelijk is het oneindige gebonk en gehobbel afgelopen. Mijn ingespannen verkramping verdwijnt en ik voel mijn stoerheid afnemen. Op een parkeerplaats langs de snelweg voel ik me wat trillerig en onstabiel. We nemen de middag vrij om bij te tanken.
Midden in de nacht bonkt de politie ons wakker. Dat is 2de keer in 12 uur! Ze geven me een briefje waar in het Engels staat, dat langs de snelwegen veel overvallen zijn op campers. Een goed advies van ‘je beste vriend’ moet je nooit negeren. We volgen hun aanwijzingen naar een veilige parkeerplaats naast het politiebureau.

‘Met de vlam in de pijp’ vervolg ik de route westelijk, langs de Cote d ‘Azur. In de avond word ik ziek: rillen, zweten en een complete leegloop de hele nacht door. Vermoedelijk een bacterie opgelopen bij een waterkraan. Een kennis van Klaas uit Azerbeidzjan zegt daarover dat het een gratis reiniging van de darmen is.
Aan de Franse kant van de Pyreneeën is het koud en nat. Ik blijf in bed, terwijl Klaas de hele dag de houtkachel gaande houdt. Op de grillige Pyreneeën ligt sneeuw, waar vanaf de Spaanse kant prachtig de zon op schijnt.
Vanuit Italië komen berichten dat daar inmiddels enorm veel sneeuw is gevallen. Wanneer we een week later waren vertrokken, hadden we ons daar ergens vast gereden, of misschien wel erger. We hebben geluk gehad.

Na 2 dagen ben ik nog moe en misselijk, maar het verlangen naar rust en warmte geeft de doorslag om toch verder te rijden. Ook zijn er nog onzekerheden over aanscherping van de reisbeperkingen.
Uit het Spaanse nieuws komt het bericht van een ‘meteorologische bom’ die zich over noord Spanje zal uitstorten. Het is voor mij als chauffeur een laatste pittige inspanning om in één dag 600 km over de Spaanse hoogvlakte te rijden, met tegenwind kracht 7, vóór er een halve meter sneeuw gaat vallen. Ergens is het ook prettig om te weten dat ik zo’n inspanning nog kan, voor als zich een noodgeval zou aandienen. Voor Klaas als bijrijder en Pinke in haar mandje is het vooral een saaie dag.

En dan… is het gedaan! Portugal! Na 11 dagen zijn we er. Eindelijk!
Hopelijk trekt bij mij de misselijkheid weg als de vermoeidheid oplost. Ondertussen zijn wel de extra kilo’s van het heerlijke Italiaanse eten weggesmolten, dat is dan weer mooi meegenomen.
Nadat het ook in Iberië slecht weer is geweest, breekt hier de zon door en is het zo’n 17 graden. Op de eerste ochtendwandeling langs de Taag, vliegt er een ijsvogeltje onder de brug door waar we op staan. Een verrassend welkom.
Op Sicilië is het opnieuw noodweer. In de voorbereidingen heb ik niets gelezen over die weerextremen daar, maar dat er juist milde winters zijn. Nou niet dus.

Midden Portugal is een contrast met Italië: schoon (zonder afvalbergen langs de wegen) en een serene rust. Het extensieve landbouwgebied wordt langzaam weer teruggegeven aan de natuur, vanwege vermoedelijk de ontvolking. Wij kunnen ons afval weer makkelijk kwijt en eten heerlijk bruin brood. Dat zijn geneugten die we een tijdje gemist hebben.
Het stabiele weer is een verademing. Italië was wel groener. Door de lange droogte oogt de Portugese outback momenteel nog grijsgroen en bruinig, maar de eerste bloemen melden zich. We gaan komende tijd op ons gemak op zoek naar een eigen landje.
In het lieflijke heuvellandschap tussen oude, grasrijke weilandjes met bemoste kurkeiken, steeneiken en héél veel zonneroosplanten heerst een vredige stilte. Hier kan ik uitrusten!

Bij aankomst op Sicilië beginnen we in de grote stad Messina aan een speurtocht naar dieetvoer voor Pinke. Samen met de behoefte aan een wasserette maakt het dat we diep in de arme buurten van Italiaanse steden komen. Ik voel me bezwaard dat ik met onze camperbus door de smalle straatjes rijd, met aan beide zijden geparkeerde auto’s, maar vanwege wegafzettingen kan ik ze niet ontwijken. Mensen reageren er heel wisselend op. Sommige maken lachend een foto van de camper, anderen kijken sacherijnig of rijden me klem. Daarna moeten ze achteruit, wat nog veel meer oponthoud geeft. En er zijn er die me wijselijk voorrang geven, zodat ik de route vrij kan maken. Het is een wonder dat ik de camper zonder brokken er doorheen loods. Soms scheelt het maar een centimeter.

In de noordoostpunt van Sicilië parkeren we op een heuvelkam in een windstil, mistig bos. Na de drukte van de stad, is onze wereld even heerlijk klein. Een dag later blaast ineens windkracht 8 de lucht open. We schuilen met ons mobielen huisje tussen de bebouwing. Als de wind een dag later weer is gaan liggen zien we veelal mannen met rieten manden, zoekend naar paddenstoelen en kastanjes. Wij doen op onze manier mee door de gevallen vruchten van de aardbeienboom te rapen en maken er jam van. Bijzondere smaak, met niets te vergelijken.
Tussen de bomen liggen zo’n 10 km van de noordkust de Eolische eilanden. Alle zeven eilandjes zijn van vulkanische oorsprong. De Stromboli rookt. Het is de actiefste vulkaan van Europa, waar bijna permanent (kleine) erupties plaatsvinden.
Weerswisselingen gaan hier in zuid Italië in rap tempo. Bijna elk dagdeel is er een ander weerbeeld en dat beleven we in een camper intenser. Met zon is het snel lekker warm, zelfs de meest subtiele regen horen we meteen en wind doet ons stulpje schommelen. Het voelt dicht bij de natuur, terwijl we tóch enig comfort hebben met onze leefruimte. De snel wisselende prikkels zijn soms wel vermoeiend. Gelukkig hebben we een lekker bed én elke avond zin om daar lekker vroeg weer in te duiken. Ik lees Klaas (opnieuw) voor uit Thea Beckman’s ‘Kinderen van moeder aarde’: Na een kettingreactie van catastrofale natuurrampen is bijna de hele wereldbevolking omgekomen. Bovendien heeft de grote ramp de as waarom de aarde draait doen veranderen, waardoor de evenaar bijna 90 graden gedraaid is. Op Groenland zijn de ijskappen gesmolten en is een goed leefklimaat ontstaan. De overlevenden hebben het eiland Thule genoemd. De gemeenschap leeft geweldloos, geleid door vrouwen, alles is van iedereen. Het leven staat in dienst van Moeder aarde en het zorgen voor de natuur. In Thule komt een expeditie schip vanuit het vroegere Europa aan. Daar regeren in het Groot Badense Rijk (mannelijke) alleenheersers. Alle bossen zijn er gekapt en door industrie is het land vervuild, droog en dor en oogsten mislukken. De Baderners willen Thule koloniseren en de ‘wilden’ wat ‘beschaving’ bijbrengen, met geweld.
Het boek is (bijna) een toekomstvoorspelling. Oh, wat zwijmelen wij weg bij Thule!

Op 500 meter hoogte is het niet koud, 15 graden, maar regen en zware bewolking maakt dat we te weinig zonnestroom hebben. We redden het niet met laptops en de stroom-slurpende koelbox voor de groenten. De accu is nagenoeg leeg en dat voelt zorgelijk. Toch vinden we een camping onvrij, dus onaantrekkelijk.
We rijden verder in de mist over de bergkam. Bij de top van 1130 meter komen we boven het dikke wolkendek uit en vangen we licht, waarmee de accu zich weer oplaad. Joepie, wat een verrassing! Het uitzicht is schitterend, alsof we boven de wolken vliegen. Als een zee lijken ze te kolken.
Wanneer het wolkendek open breekt kijken we uit over zowel de Tyrreense zee in het noorden, als de Ionische zee aan de oostkant. De dichtbevolkte dorpen en steden beneden lijken legoblokken.
De wandelmogelijkheden zijn beperkt. Hetzelfde 8-je loop ik met Pinke wel vijf keer per dag, maar door de dynamische wolkenluchten wordt het niet saai. Het is nauwelijks te beschrijven welke vormen ze aannemen. Soms worden de nevelwolken tegen de helling opgestuwd, dansen wolkenslierten om ons heen, waarbij ze al dalend weer oplossen. Bij helder weer zien we de Etna roken en elke avond is er een prachtige zonsondergang.
Zomaar ineens steekt er windkracht 7 op. Gelukkig is het in ons luwe hoekje, bij 14 graden nog steeds aangenaam. Maar als we op een ochtend wakker worden in de dikke, dikke mist vertrekken we. Een paar honderd meter lager rijden we onder de wolken uit. We tappen drinkwater bij een bronnetje. Ook de loco’s komen hier hun waterkruiken vullen… zelfs de politie komt, geheel vanzelfsprekend, voordringen, op zijn Italiaans.

Wanneer we aan de Tyrreense zee parkeren is het helder en… 10 graden warmer. Oh, zó zomers! Zelfs de nachten blijven boven de twintig graden. De onvoorspelbare weersextremen hier maken het tot een intense reis.
Waar we ook staan, direct aan het strand of op een parkeerplaats op vijf meter van zee, het lijkt ook met een camper allemaal toegestaan, buíten het toeristenseizoen.  Het is onrustig. Stedelingen rijden af en aan, de ruimte van de zee in zich opnemend. Maar al gauw vertrekt men weer, te ongeduldig om enige mate van rust toe te laten.
We wandelen op de kiezelstranden aan een blauwe zee en eten ons eerste Italiaanse XL ijsco op de keien in de branding. Het Italiaanse eten smaakt ons trouwens onverwacht goed: verse pasta’s, echte Parmezaanse kaas, pizza en de lokale groente en fruitsoorten. Daarentegen zijn bruin brood en smakelijke vleesvervangers nauwelijks te vinden.

De Apennijnen die in Noord Italië beginnen komen op Sicilië nog éénmaal omhoog. Door de stromende regen rijden we de bergen in naar de megalieten van Argimusco. Op 1200 meter wandelen we in de mist, waar vaag grote rotsstenen opdoemen. Over de paden loopt het vele water als watervalletjes naar beneden. Het is fris en vochtig, dus we gaan snel terug naar de camper voor de warmte van onze houtkachel. Eigenlijk past dit weer wel bij onze mistige stemming. We voelen ons wat ontstemd. Klaas loopt vast in zijn schrijfproject en hij voelt zich nerveus en somber, zonder dat hij precies weet waarom. Ik voel me rusteloos en emotioneel. Is dat de overgang of iets anders?

Twee nachten later schijnt de zon. Dat wandelt heel anders. De warmte en het heldere zicht doet ons goed. Het gebiedje is zeker mooi, maar de naam ‘megalieten’ lijkt een toeristisch trucje. Het zijn natuurlijk gevormde rotsstenen, geen heiligdom of grafmonument. Wél hebben we schitterend panorama-uitzicht op de Tyrreense zee, de Apennijnen en een rokende Etna. De vrij lopende koeien, schapen en geiten, onder begeleiding van schaapshonden, onderhouden het landschap. Het is een prettige, kalme atmosfeer.
Een paar dagen later heeft Pinke een onophoudelijke plasaandrang en plast ze zelfs een keer op ons bed. We vertrekken naar de dierenarts in de stad Randazzo, aan de noordzijde van de Etna. Pink heeft een blaasontsteking, wederom blaasgruis en een te hoog eiwitgehalte in de urine. Het speciale dieet moet nog strakker en ze krijgt 3 soorten medicijnen voorgeschreven.
Het regent en onweert flink. Als ik door de oude stad naar de (mensen)apotheek loop, voor Pinke’s medicijnen, is het al donker. Het lantaarnlicht schijnt op bestrating van zwarte lava-keien, waarover het water uit de dakgoten als een rivier omlaag stroomt. Het is best een leuke belevenis om te ervaren hoe zo’n stad zich voortbeweegt in dit noodweer.

De Etna met zijn 3350 meter is de hoogste berg van de Apennijnen. Door de vulkanische grond is het mega vruchtbaar. In Parco dell Etna parkeren we aan een paradijselijk stuk natuur. Het is één groene, weelderige oase tussen lava-rotsen en steeneiken. Ik raak bijna euforisch door de gigantische diversiteit. Wel honderden soorten mossen en miniplantjes. Het is alsof we aan de oorsprong van het leven staan. Ik kijk en voel en fotografeer. De minuscule perfectie is adembenemend. Wanneer we op de foto’s inzoomen zijn we overweldigd dat de meest imposante schoonheid niet eens met het blote oog zichtbaar is.

Deze dagen is het 12 graden en zonnig, ’s nachts 6 graden. We zien voortdurend de rook uit twee van de vijf kraters van de Etna. Op het nieuws vernemen we dat er 's nachts een vuurstraal waarneembaar was. Vanuit de stad horen we dagelijks de sirene. De Etna is al sinds februari onrustig en elke keer dat de sirene gaat betekent een extra alertheid, maar nog niet gevaarlijk. Het is bijzonder om te zien hoe Sicilië leeft dichtbij de oerkrachten van de aarde.
We rijden voor 1/3 de Etna op. Op 1200 meter wandelen we door de goudgele herfstbossen naar de 10 km lange lavastroom die in 1981 rakelings langs de stad Randazzo ging. Het is imposant om midden in die 750 meter brede, grijze steenstroom te staan. Na 40 jaar groeien er de eerste mossen op.

Italië is een land van uitersten. Snel wisselende weersomstandigheden. De armoede, het afvalprobleem, hele slechte wegen en grootschalige landbouw. De onrust van de werkenden versus de gemoedelijkheid van vrijwilligers in de natuurgebieden. En de vele culturele bezienswaardigheden en schitterende natuurparken.
Het lijkt wel of die uitersten van het hele Italiaanse vaste land, gemixt en geconcentreerd zijn op het eiland Sicilië.

Na 3 maanden reizen door het intense Italië zijn we enorm moe! Ik ben er soms beroerd van. We verlangen naar stabiele warmte en rust. Terwijl ik met dit blog bezig ben klettert de regen al vele uren op het dak. Ineens is er uit het niets een felle flits en één indringende donderklap die de camper doet trillen. Sicilië zet de analyse dat dit land intens is, kracht bij.

Klaas zijn zoon zei: ‘Het is moedig om toe te geven als iets niet meer bevalt en dan een andere keuze te maken.’ We overpeinzen of een nieuwe wending een vlucht is of een zegen. We fantaseren al jaren over een landje in Portugal, zodat Klaas tijdens de winterreizen ook een klei-ateliertje heeft. Ik verlang er soms naar aan te keutelen in een boomgaardje met bloemen. Het intense Italië maakt dat verlangen nog veel sterker. Dat we juist nu dromen van een rustige oase in het Portugese achterland is geen wonder. Dus… geheel onverwacht neemt onze reis een nieuwe wending. We gaan naar Portugal.