Spring naar inhoud

Monter gaan we op weg richting Venetië, aan de oostkant van Italië. Afgelopen zomer vernamen we verhalen van Nederlanders over gestolen campers rondom toeristische steden, dus in een buitenwijk (op het vaste land) nemen we een camping. Het is daar nog vol, met name met Duitsers en Nederlanders. Ook bij ons is uiteraard het overtoerisme in Venetië bekend, maar vanwege covid bezoeken vooralsnog geen Aziaten en Amerikanen Europa. Het hoogseizoen is voorbij en op maandagochtend nemen we de lijnbus die ons, in 10 minuutjes over de 4 km lange boogbrug, naar deze historische stad rijdt. De opwinding voelt als een schoolreisje, met broodjes en lekkers in Klaas zijn rugzak. Bij aankomst is het redelijk druk, maar niet overbevolkt. Pinke gaat een stukje in mijn rugzak tot we bij de niet-toeristische wijk Canneregio aankomen. Dit is een gebied waar vooral inwoners zich begeven. De kades zijn rustig en we zien hoe mensen wonen tussen de kanalen. Al het gemotoriseerd vervoer is over het water: afvalverwerking, bouwmaterialen, bevoorrading, taxi's… Huizen hebben de achterdeur direct aan het water en de voordeur aan de kade, waar alleen voetgangers en handkarren zich voortbewegen. Het oude Joodse Ghetto uit de 16de eeuw is alleen toegankelijk via 3 bruggen. We zien er nog enkele mannen met traditionele haardracht en kleding met keppeltje. Venetië heeft 118 eilanden met 177 kanalen. Zo'n 400 bruggen over het opvallend heldere zeewater verbinden alle straten met elkaar. Staand op een bruggetje met een doorkijkje over een kanaal tussen de oude huizen brengt ons de bekende Venetië sfeer. We drinken onze koffie met uitzicht over de Lagune van Venetië.  In de stroom van adrenaline opper ik om ‘meer’ te bekijken, want ‘we zijn hier nu en dat moeten we compleet benutten’. Klaas voelt zich voldaan en zegt dat Venetië, net als al die andere steden, best een opgeklopt verhaal is. Onder invloed van zijn kalme aanwezigheid begin ik ook mijn onderliggende behoefte voelen om hier weg te gaan. Via een omweg door een andere woonwijk lopen we terug naar het busstation. Rond twaalven zijn we weer op de camping, vanwaar we vrij snel vertrekken.

Ten zuiden van de 50 km lange lagune, vinden we een plek op een verlaten parkeerterrein aan de Adriatische zee. Zonder de adrenaline voel ik me enorm moe, heb ik last van een vastzittende rug en voel ik me unhappy. Als ik ‘s nachts wakker lig en me open voor de onderliggende gevoelens, komt het treffende beeld in me op van een bloeiende plant die uit de vrije natuur is gehaald en in een bloempot is gestopt. Bij de afwezigheid van een natuurlijke omgeving red ik me, maar ik voel me beklemd. Ik ervaar te weinig voeding om in mijn kracht te staan. Ik besta, maar lééf niet.

We rijden een heel stuk zuidelijk tot halverwege Italië.
Klaas vindt de bebouwde wereld ook vermoeiend, maar heeft een grote interesse in geschiedenis, kunst en architectuur. Onderweg, in keramiekstad Faenza, bezoekt hij het monumentale museum met een uitgebreide internationale keramiekcollectie. Terwijl ik met Pinke lekker in de camper blijf, ziet hij weer nieuwe kleivormen die hem inspireren.
Ter hoogte van Rome gaan we naar Nationaal Park D’Abruzzo, Lazio & Molise, in het hart van de Appennijnen. Het is het oudste beschermde natuurgebied van Italië, opgericht in 1923 om het leefgebied te redden van uitstervende wilde dieren. Hier in dit berggebied leven beschermd en vrij Marsicaanse bruine beren, Apennijnse wolven, gemzen en de Europese lynx, het grotere broertje van de zeldzame Iberische lynx.
We beginnen bij een sprookjesachtige groene kloof. De rivier heeft de rots 100 meter diep uitgesleten. Beneden is er een prachtige lichtval tussen alle begroeiing. De  paadjes tussen de glad gesleten wanden en snoezige bruggetjes over watervalletjes zijn adembenemend sfeervol. Wauw! Vanwege mijn pijnlijke rug lopen we langzaam, maar dat geeft een perfecte kans om deze atmosfeer in te ademen. Ik voel me bevrijd: uit de bloempot, terug in de volle grond!

In een dorp aan de voet van het gebergte zoeken we de kerk, waarachter (met geluk) zicht zou zijn op de bergwand met bruine beren. Zelfs Klaas haakt hier af op de bebouwing, dus rijden we door de bergen in naar 1400 meter hoogte. Bij het volgende kleine dorpje parkeren we achter een kerk en… dat blijkt die betreffende spottersplek te zijn! In 1915 is een grote aardbeving geweest met duizenden doden. Dit dorp is daarna verplaatst naar het laagland.
Het is zonnig en 20 graden. Klaas zit lekker binnen aan zijn schrijfproject en ik ga buiten zitten turen naar de bergwand aan de overkant. Dit nagenoeg uitgestorven dorpje heet Gioia Vecchio, wat ‘oude vreugde’ betekent. Toepasselijke naam. Eind van de middag komen er ook andere spotters. Een oudere man die zegt de parkbeheerder te zijn, komt een praatje met me maken. Het is verrassend dat ik met enkele woordjes Italiaans, hem toch een beetje begrijp. Het Italiaans heeft gelijkenissen met de Spaanse taal, waar ik wat meer woorden van ken. We blijken de liefde voor natuurlandschappen te delen. Ook hij heeft daarom allerlei gebieden in Europa bezocht. Verheugd zie ik beneden een groot edelhert dat zich veilig waant, door de open vallei trekken. De parkwachter reageert hierop met een wegwerpgebaar: ‘Ah, multi’. Voordat hij naar huis gaat zegt hij zoiets als: ’Wanneer de zon dadelijk achter de berg is, komen de beren misschien hier beneden waterbessen eten’. Een aardig contact.
Helaas lijkt het voor sommige locals meer een ontmoetingsplek, dan een natuurgebeuren. Beren hebben een zeer gevoelig gehoor en het harde gepraat en soms muziek, is mogelijk de reden dat geen beer zich laat zien.

Dit natuurgebied is ongeveer zo groot als de Veluwe en er lopen maar drie asfaltwegen doorheen, waar men max. 50 km per uur mag rijden. Overal staan waarschuwingsborden voor beren op de weg. Ik zie ernaar uit om ze (veilig) te zien oversteken!

We hoppen om de paar dagen zo’n 10 km verder. Parkeren doen we veelal aan de rand van kleine bergdorpjes. Smalle, schuine straatjes waarin creme-witte huisjes strak tegen elkaar aan staan. Heel sfeervol. Als een lage, ronde voordeur open staat horen we Italiaanse gezinnen en werpen wij kort een blik in hun eenvoudige leven, met veel gemeenschapszin. Van deze verrassingen kunnen we genieten. Soms hangen er grote, oude foto’s over het leven van vroeger verspreid door het dorpje en Klaas beleeft dan helemaal de geschiedenis van dit gebied.

Voor de mooie wandelpaden beginnen moeten we regelmatig een heel stuk over brede paden met losse keien lopen. Dat wandelt niet fijn, zeker niet voor Pinke haar pootjes. Ze vertraagt enorm en dan draag ik haar als een lammetje op mijn schouders. Als we even doorzetten lopen we de prachtige beukenbossen in, die op de Unesco werelderfgoedlijst staan. Ze beginnen schitterende herfstkleuren aan te nemen, groen, geel, beginnend oranje en een enkele al vuurrood. Wat een bof om hier in deze periode te zijn. Mijn rugpijn smelt weg in de actieve ontspanning.
De bospaden lopen heerlijk en verschillende soorten paddenstoelen maken het verrassend. Pinke dringt hier aan om voorop te lopen en het wandelspoor te volgen. Tussen de bomen liggen kleine weitjes waar nog wat bloemen bloeien en ook begin oktober zijn er wel vijf keer zoveel (soorten) vlinders, dan we in Nederland ooit zien.

Het is bijzonder dat aan het begin van de avond tot ’s ochtends de edelherten burlen. September en oktober is het paartijd. De mannetjes laten hun lokroep horen en strijden om de vrouwtjes. Het is een voorrecht om dit oergeluid zóveel te horen dat we het gewoon gaan vinden.
In Italië valt het ons op, dat we niet veel geblaf horen. Mensen en honden zijn aardig voor elkaar. Aan de rand van deze bergdorpjes reageren honden ook totaal niet op het burlen van de herten, maar… ze waken in het donker tegen wolven en lynxen, die het op de schapen en kippen van de keuterboertjes voorzien hebben. Sommige nachten is het nagenoeg stil, maar als ze blaffen dan zijn de roofdieren nabij.
In het weekeind is het drukker en we zijn blij als de rust op maandagochtend is weergekeerd. Daar zijn we niet enige in want om 9.00 uur lopen er twee hinden om onze camper. Ze zijn blijkbaar mensen gewend. Zolang we langzaam bewegen, schrikken ze niet weg.

Elke wandeling nemen we voor de zekerheid water mee, want steevast zijn we langer weg dan we van plan zijn. Het gebied nodigt ons daartoe uit: steeds een stukje verder om een waterval te zien, een bijzonder uitzicht op een bergdorpje of het blauwe stuwmeer in de diepte.
In het gebied lopen kudden paarden en koeien vrij rond. Enkelen met een bel om hun nek, zodat de boer ze terug kan vinden. De grote, porselein-witte vleeskoeien zijn Chianina. Een 22 eeuwen oud ras, oorspronkelijk uit de Florence-vallei, dat goed tegen de hitte kan.
De wandelpaden liggen vol met poep. Onbewust zijn we dit de afgelopen jaren anders gaan beoordelen. Deze sporen zien we nu als informatie over dieren die hier rondlopen en ze zijn onderzoekwaardig geworden. Naast koeien- en paardenpoep, zien we uitwerpselen van zwijnen, gemzen, edelherten, vossen en de wolf, maar nog niet van de beer.
Op een bergkam hebben we perfect uitzicht op de bergwand tegenover ons. Hoe langer we kijken, hoe meer open veldjes we zien. Eind van de middag trekt een rotte van wel 20 zwijnen van weitje naar weitje. De vrouwtjes wroeten met hun neus in de grond en de frislingen (jonkies) rennen uitbundig erachter aan. Deze schuwe dieren voelen zich totaal onbespied, terwijl wij van hen zitten te genieten.

In de natuur heb ik het heerlijk, maar als ik terug ben in de camper voel ik me kriegelig en onrustig. Regelmatig voel ik wat irritatie naar Klaas, maar ik vind mijzelf onredelijk en dus onderdruk ik het. Ik kom niet tot schrijven en lees het prachtige boek ‘Over leven in het wild. Wat de wilde dieren mij leerden’ van Martine van Zijll Langhout. Deze Nederlandse wildlife-dierenarts beschrijft haar avonturen tijdens het najagen van haar dromen en het belang van natuurbehoud van de wildernis.
Pas wanneer ik mijzelf de ruimte geef om mijn gevoelens te laten stromen ontdek ik waar het over gaat: In mijn kindertijd was er geen oog voor mijn talent van verbinding met dieren en de natuur. Ouders tevreden stellen stond centraal, hun noden en interesses volgen. Daardoor is een studie in natuurbeheer of dierenwelzijn nooit een optie geweest. Ik ben 50 en mijn liefde voor de vrije, wilde natuur krijgt de laatste jaren pas echt de ruimte. Dat stemt zowel blij als verdrietig.
Misschien fungeert Klaas wel als een confronterende spiegel, dat hij op oudere leeftijd zijn hart volgt met zijn schrijfproject. Ik besluit om de teleurstelling over dit onvervulde verlangen zoveel ruimte te geven als nodig is en te onderzoeken op welke manier dit talent nu in mijn leven een plek heeft en mogelijk nog meer kan krijgen.

We zijn bijna twee weken hier als in de bergen het herfstweer inzet. We doen voor de derde en laatste keer één van de mooiste wandelingen. We nemen het klauterpad omhoog dat al glibberig begint te worden. Vanwege het loslopende wild loopt altijd één van ons voorop en Pinke tussen ons in, of anders gaat ze aan de riem. Bij bergweitjes smeekt ze om vrij te mogen snuffelen. Ze geniet daar zichtbaar van. Wij observeren hoe ze een spoortje volgt. Ineens zien we 20 meter voor haar een 200 kilo wegend edelhert nieuwgierig staan kijken. Hij heeft een imposant gewei en ons kleine hondje wandelt er nietsvermoedend recht op af. Om hem niet weg te jagen zeg ik zacht: ‘Pink, kom maar hier’ en zowel het edelhert als Pinke kijken naar mij op. Zeker weten is dit één van de herten die we elke nacht horen burlen. Pinke komt meteen terug en het hert wandelt rustig de andere kant op. Zo dicht bij het dorp is hij mensen gewend en niet meer zo schuw. Als we een stuk verder zijn roep ik uit: 'Oh shit, vergeten een foto te maken!' Hij was zó dichtbij...
Op de bergkam tuur ik voor de laatste keer, zoekend naar een beer! Het is 10 graden kouder, de wind waait door onze vesten en de regen dreigt. ‘Kom maar beertje. Laat je maar zien’, fluister ik wederom. Maar helaas. Zonder dat we een beer, wolf of lynx gezien hebben, neem ik met een handkus afscheid van dit geweldige natuurlandschap.
Op de weg terug worden we opnieuw verrast door het edelhert, dat weer graast in dezelfde weide. Op 40 meter afstand kan ik hem fotograferen. Hij observeert ons alert en vervolgt hij daarna rustig zijn pad de berg af.
Met weemoed in mijn hart rijden we het natuurgebied uit. Ik ben bang dat het zuiden van Italië niet meer zo mooi en fijn gaat zijn… maar deze spreekwoordelijke ‘beren op de weg’ hoop ik snel ontkracht te zien.

Na onze ervaring met het dieren spotten in zuid Spanje, en de bijzondere ontmoeting met de Iberische lynx, zie ik uit naar het leefgebied van de bruine beer. Deze leeft in natuurpark Adamello-Brenta, ten zuidwesten van Bolzano.Met voor 2-3 weken aan boodschappen rijden we op de gok dit natuurgebied aan de noordkant binnen. Via krappe straatjes in kleine dorpjes en door uitgestrekte appelboomgaarden, bereiken we een smalle asfaltweg, die tussen de naaldbomen 11 km lang omhoog zigzagt. Het is eind van de middag en we hebben nauwelijks tegenliggers, wat betekent dat dit een rustig gebiedje moet zijn. De asfaltweg gaat over in een onverharde, hobbelige weg en die herkenning voelt goed! Met 10 km p/u hobbelen we nieuwsgierig verder en ineens staan we voor een schitterende groene vallei, omzoomd door sparren. De serene rust die er heerst geeft me kippenvel. Er is een parkeerruimte en als enige staan we daar te midden van al die kleuren groen. We laten stil deze weldaad op ons inwerken.
LINK PANORAMAFOTO'S

Vooral de eerste dagen voelt het als een groot cadeau dat zo’n lieflijk, vredig, natuurgebied weer ons pad heeft gekruist. We prijzen ons gelukkig met de waterbronnetjes die overal zijn, wat vaak de reden is om verder te trekken.
De schoonheid van het eenvoudige, vrije leven!
Dit gebied bestaat uit stukjes naaldbos, waarachter rotsachtige bergwanden opdoemen. De bospaden worden afgewisseld met de meest lieflijke alpenweitjes, waar de lila bloeiende herfsttijloos verspreid door het grasgroene tapijt heen groeit. Vlinders in de kleuren wit, bruin, geel en blauw vliegen in de vallei nAdonisblauwtjeaar bloeiende kruiden in de kleuren roze, paars, blauw, wit en geel. Dit is hemels voor een kleurliefhebber zoals ik!

Her en der in het gebied liggen snoezige berghutjes, waarvan sommigen onze woonfantasie hevig prikkelen. Houten hutjes van zo’n 12m2 groot, met natuurstenen buitenfornuis op hout gestookt en robuuste picknicktafels uit halve boomstammen van eigen grond. Geregeld gaan we er zitten mijmeren. Op gepaste afstand staat dan een houten wc huisje met schepje en een bergje aarde.
Verscholen tussen de bomen treffen we een klein, open bergkappelletje, of worden we zomaar verrast door een prachtig uitzicht op de dorpjes in het dal zo’n 1000 meter lager. Al lopend worden we uitgedaagd om onze comfort zone iets te verleggen, soms gedwongen omdat we lichtelijk verdwaald zijn.

De ochtenden beginnen met een wandeling van 1,5- 2 uur waarbij we onze zintuigen openen voor de natuur en haar dieren.
Vanuit die verbinding richten we daarna onze aandacht op de onderzoek- en schrijfprojecten waar we al jaren mee bezig zijn. De combinatie van natuur en verdieping geven ons ontwikkeling en vervulling. Wat een rijkdom dat we geen slaaf meer zijn van de klok, dat we vrij zijn van de prestatiemaatschappij, waarbij consumptiedrang de opgelopen spanningen moet compenseren. Wij zien dat als een doodlopende weg, waaruit we bevrijd zijn.

Al reizende wassen we onszelf ouderwets uit een teiltje, maar dit paradijs vráágt om een buitendouche. Gewoonlijk koken we water in de theeketel, wat een efficiënt gebruik is van en gas, en met vijf liter water zijn we beiden gewassen. Nu gebruiken we het boord-boilertje, die in een uurtje 10 liter warm water heeft. Midden op de dag is het buiten 15 graden, zonnig met een fris briesje. Op de stenige ondergrond leggen we ons zanderige deurmatje, dat meteen kan schoonspoelen. De één bedient binnen de keukenkraan, terwijl de ander door het open raam de uittrekbare douchekop heeft en het warme water over het hoofd omlaag laat stromen. Het voelt kwetsbaar en vrij om daar zo bloot te staan. De kraan gaat even uit om huid en haar te wassen. Brrr, koud. Ondertussen bereikt mij de geur van gras en naaldbomen. En dán...  is het warme water op het lijf god-de-lijk! De combinatie van warm en koud is zo’n tintelende sensatie! Snel afdrogen en dan nagenieten in de zonverwarmde camper bij 24 graden. Het voelt zo bruisend om bewust deze basale elementen te ervaren, die in een huis zo vanzelfsprekend zijn. De contrasten van koud- warm, buiten- binnen en kwetsbaar- vrij geven een euforisch gevoel van léven!

Voor nieuwe wandelingen en uitzichten hoppen we om de paar dagen met ons huisje een paar kilometer verder, richting de top van de Monte Peller op 2320 meter. Naast wat houtboertjes komen hier vooral natuurliefhebbers. Gemiddeld passeren er zo'n vijf keer per uur een voertuig, maar geen campers. Er zijn ook nergens verbodsborden. Wij zijn blij dat onze bus een vriendelijk uitstraling heeft, waar mensen met een glimlach een foto van maken, want we staan toch met deze behoorlijke bus op kleine parkeerplaatjes in de natuur.
Opvallend is dat de jagers hier veelal jonge mannen zijn, met toewijding aan de natuur. Ze trekken er in hun eentje op uit, lopen behoedzaam en we horen weinig knallen. Het scheelt voor mij natuurlijk ook dat we niemand met een slachtoffer zagen terugkeren. Tot nu toe zijn we bekend met de jacht in Spanje, waar oude mannen groepsgewijs, met agressieve honden een omgeving uitkammen, waar wild in een ongelijke strijd beland. Daar werd zoveel geschoten, dat het soms beangstigend was of we niet per ongeluk werden neergeknald. Dat komt daar geregeld voor, hoor. Na het jachtseizoen vindt een aanzienlijk deel van de jachthonden de dood door een kogel of door verhongering…

Op een nieuw plekje tussen de bomen kunnen we makkelijk brandhoutjes rapen. Daar hoopten we op, want we hebben niks bij ons. Oostenrijk (en ook Zwitserland) zijn zéér streng op overgewicht van de camper. Best logisch, want op de bergwegen is de combinatie overgewicht en snelheid een gevaar.
Vanwege de schaduw hebben we het sprokkelhout ook nodig, want de nachten zijn zo’n 9 graden en bij ontwaken is het binnen maar 12 graden. Het is een fijne sensatie dat het houtkacheltje ons huisje in een kwartier weer lekker opwarmt. Dat we zelfvoorzienend zijn voelt heel onafhankelijk van een maatschappijtype waarin we ons niet thuis voelen. We zien veel mensen erin klem zitten, omdat ze gedwongen zijn daarin te functioneren, terwijl het tegen hun natuur in gaat.

In de Dolomieten-regio is er iets opvallends gaande: nérgens zijn er afvalbakken, ook niet bij de vele picknicktafels of parkeerplaatsen en tegelijkertijd is er (nagenoeg) geen zwerfafval. Mensen nemen gewoon hun afval mee naar huis. Wanneer zorg voor de natuur van binnenuit komt is ook weinig controle nodig. In Spanje staan overal vuilcontainers én toch is het daar vaak een troep. Overheidsvoorzieningen als een netwerk van afvalcontainers en strenge controle lijken een afname van eigen verantwoordelijkheid te bewerkstelligen.
Wel hebben we één nadeeltje: ook in de bewoonde gebieden kunnen we bijna nergens ons afval kwijt. De vuilnisbakken die er zijn zitten vaak op slot. In stadjes gooien we kleine beetjes weg in de vuilnisbakjes in het park. Voor nu betekent het dat we deze weken het afval opsparen in de hoop dat we op de parkeerplaatsen aan de tolwegen onze ballast kwijt kunnen.

In het begin lijkt het landschap uitgestorven, maar wanneer we er oog voor krijgen zien we torenvalken, groenlingen, de kruisbek en steeds weer horen we de zwarte specht om ons heen. Reeën, eekhoorntjes en een adder laten zich zien. En vossen! Niet een schuchtere glimp, maar vanuit ons mobiele observatiehuisje krijgen we meerdere keren een volledig schouwspel in de weide: sluipen, kijken, zitten, speuren tot het springen, vangen en verorberen van een prooi…
Maar geen bruine beer. Eind van de middag is de kans groter dat beren actief zijn en opnieuw zijn we zomaar twee uur verder tijdens die speurtochten. Ik luister en kijk ik aandachtig tussen de bomen. Klaas kijkt meer naar de grond en drie keer ontdekt hij berenpoep. Op 100 meter van de camper en zo vers dat hij echt ons pad gekruist moet hebben, alleen niet op hetzelfde moment op de dag!
In dit gebied waren nog maar 4 wilde beren over. Om de soort voor uitsterven te behoeden zijn er rond het jaar 2000 uit buurland Slovenië, 13 beren hier uitgezet. Inmiddels hebben zij zich vermenigvuldigt tot zo’n 90 stuks. Beren zijn ontzettend mensenschuw en ruiken heel goed, dus we moeten geluk hebben. Wanneer we ons kalm uit de voeten maken bij een ontmoeting, hoeft de bruine beer niet gevaarlijk te zijn. LINK: Grote beer achtervolgt 12 jarige jongen in Italiaanse Alpen.
We zitten nog een half uurtje in een houten spottershutje op palen tussen de boomkruinen, maar we kunnen nog niet de rust opbrengen om daar uren te blijven kijken.

Hoe hoger we komen, hoe steiler én smaller het weggetje wordt, soms vlak langs een verticale rotswand tientallen meters de diepte in, een tegenligger zou een probleem worden.
Op 1900 meter houdt de weg voor de camper zo’n beetje op. We parkeren naast een vol parkeerplaatsje, met een prachtig panorama uitzicht. In de vroege ochtend gaan we te voet een steile helling op tot boven de 2000 meter. Terwijl we achter ons 1300 meter lager het dal zien met meerdere dorpjes, hebben we vóór ons weer een indrukwekkend uitzicht op robuuste bergentoppen, zover we maar kunnen kijken. De hoge rotswanden gaan over in een grasvlakte waar wij het wandelpad volgen en een paar koeien vrij grazen. We lopen aan de rand van een struik-  en kruiden strook, die over gaat in naaldbos de diepte in, waar 800 meter lager een bergmeer ligt. Na een paar uurtjes lopen, zitten en waarnemen, is het aantal wandelaars toegenomen. Met de volle zon op de open vlakte wordt het warm, dus keren we terug naar ons huisje voor een heerlijke kop koffie.

In etappes hobbelen we de onverharde weg terug.
Als het brood op is gaan we over op zelf bakken. Alleen het bakmeel blijkt oud. Zelfs met extra gist wil het brood niet meer rijzen, waardoor het eindproduct een rouwe deegworst is met harde korst. Maar de smaak is nog goed. In een wereld waarin 150 miljoen mensen door armoede met de dood bedreigd worden, vinden we het ridicuul om eten weg te gooien. Klaas begint met uitprobeersels van dit oude broodmeel: de rouwe deegbal roosteren in plakjes, pannenkoeken, chapati… Vooral de dagelijks gebakken chapati met zelfgemaakte sinaasappeljam smaken prima. Maar met tomatensaus en gebakken groenten is het ook een traktatie bij de lunch.

We hebben deze weken nauwelijks mobiel bereik. Meer afstand van ‘de wereld’ doet me goed. Internet is naast een mooi medium, ook een afleidende prikkel. Vanuit verlangen naar meer gevoelsverbinding neem ik me voor om de beperkte toegang tot internet erin te houden. Hier in de groene vallei is er wonderwel weer een zwak signaaltje, voor wat mailwisseling en een reisblog.

We hebben zo’n 3% van dit natuurgebied gezien. Het weer slaat om richting herfst. Er valt vaker regen en nevel hangt tussen de boomtoppen. Het kwik begint te dalen naar 12 graden. Met ook een voorraad brandhoutjes aan boord, gaat het afval in de weg te zitten én vers brood begint te lonken. Na nog een verkwikkende buitendouche in de laatste zonnige uurtjes, dalen we voldaan af naar de bewoonde wereld.
Elke honderd meter lager is 1 graad warmer. De temperaturen op zeeniveau voorspellen nog een week zo'n de 30 graden, véél te warm voor ons. Maar… bij Venetië staat een wonderlijke koele luchtstroom en daar is het rond de 23 graden! Dus als echte nomaden trekken we met het weer mee en die brengt ons naar de kust en… ‘de drijvende stad’.

Over de Brennerpas zijn we de Zuidelijke Alpen binnen gekomen. Een kwart van het totale Alpengebied ligt in Italië. Ten oosten van Bolzano, 75 km landinwaarts, liggen de meest grillige bergketens van de Dolomieten. Dát lijkt ons een interessant gebied. Gemoedelijk slingert de weg vanaf 1000 meter naar 1500 meter. Daar zien we de skiliften de hoogte in gaan. Via ontelbare bochten volgen we deze kleurige, zwevende bakjes naar het Sella-massief. Gelukkig heb ik rijervaring in de bergen. Door de ramen zien we naaldbomen op de hellingen die al gauw overgaan in kale, ruige bergtoppen die de blauwe lucht insteken. We komen ogen te kort. Ongelooflijk! Majestueus!
Ik ervaar het als een stoere klus om ons huis door dit imponerende gebied te sturen. Klaas en ik beiden zijn blij dat hij niet meer rijdt. Het vraagt inspanning en oplettendheid, dus niet teveel rondkijken.
We zoeken naar plekjes op parkeerplaatsen langs de weg, waar ook nog een beetje rustig te wandelen valt, maar dat is niet eenvoudig. Er zijn nog steeds behoorlijk veel mensen in dit stukje Dolomieten. Wielrenners, mountainbikers, motoren en auto’s die af en aan naar wandelgebieden rijden… Deze dynamiek past ons niet.
‘s Ochtends rijden we het Sella-massief in, maar waar we ook stoppen is het druk of wordt het druk, dus als snel gaan we weer door. Zo worden we verder gedreven, de hoogte in. Ineens passeren we de Sellapas op 2244 meter, gelegen op een smalle bergrand. In alle richtingen is het uitzicht adembenemend. Ik zoek een parkeerplekje om foto’s te kunnen maken. Klaas blijft zitten, die is voor vandaag verzadigd.

Het is vol en toeristisch, dus ook hier zullen we niet blijven. Meer dan tien haarspeldbochten leiden ons weer een paar honderd meter omlaag. We hebben in één dag al vier parkeerplekken gehad en meer gezien dan we kunnen verwerken. Ik wil nog één laatste locatie proberen, want vermoedelijk komen we hier nooit meer.
En hup, weer vele haarspeldbochten omhoog eindigen we op de Pordoi-pas, opnieuw op 2240 meter. Met wat mazzel kunnen we een hoekje innemen op een grote parkeerplaats, waar campers verboden zijn, maar gedoogd worden. We sluiten ons eerst af door lekker te gaan lezen. Ons systeem moet tot rust komen.
Eind van de middag wandelen we tussen bergen die nog eens 700 meter hoger zijn. Wow, wát een indrukwekkend gebied!

In de avond daalt er een serene rust neer en voert de avondlucht een prachtig lichtspel met de bergen op.

De volgende dag wandelen we niet met al die anderen mee over de bergpaden, maar nemen we een vlakke, doodlopende weg, waar maar weinigen komen. Eindelijk kan Pinke weer lekker los lopen en wij verinnerlijken op rustige wijze deze omgeving.

Zo’n 60 miljoen jaar geleden werden de Dolomieten gevormd door het botsen van aardplaten. In zijn kleiatelier heeft Klaas het mineraal ‘dolomiet’ als ingrediënt voor glazuur en we lopen over een verlaten stukje helling om tussen het bergpuin échte dolomiet-steen mee te nemen. Het is een hard, wit gesteente, gevormd uit koraal van zo’n 250 miljoen jaar oud. Er ligt hier ook ruw, zwart gesteente. Door vulkanische activiteit tijdens de vorming van dit gebergte kwam er een laag lava over de koraalkalk heen, dat vanwege de zachtheid geërodeerd is.
Er is hier niemand. We drinken hier onze koffie en genieten.
Het weekeind begint, dus als de parkeerplaats zich weer vult, slingeren wij vermoeid het gebied uit.

Op zoek naar een mooie, natuurlijke plek worden we soms midden op een doodlopende weg geconfronteerd met loketten waar ze ineens twintig of dertig euro vragen voor we verder mogen rijden. In eerste instantie baal ik ervan, maar dit verandert als we ons realiseren dat dit heldere signalen zijn van massatoerisme. Natuur wordt op deze plekken als attractie behandeld, met veel consumptievoorzieningen en parkeerterreinen voor grote groepen mensen. Rustige natuur en wilde dieren zijn hier allang verdwenen. Dus welbeschouwd is het een heldere boodschap dat wij hier helemaal niet moeten zijn.
Maar waar dan wel?

De afgelopen vier maanden heb ik een radiostilte ingelast. Er borrelde in mij veel weerstand over de wereld zoals die is. Innerlijke, turbulente discussies zijn op zo’n moment geen bijdrage aan de buitenwereld.

In het recreatiebos in Drente heerst de mens als koning over de natuur. Hekwerken, exotische beplanting, bouwwerken, grasvelden... De mens beslist wat waar wel en niet mag groeien, zonder enig zicht op de gevolgen voor het totale ecosysteem dat het kwetsbaar bos met haar dieren is. Ik voel ongenuanceerde boosheid en daaronder verdriet, over hoe onzorgvuldig en egoïstisch de mens met de natuur omgaat.
Het vraagt tijd en stilte om de aanhoudende aversie te doorbreken en door het wérkelijk voelen van de emoties te ontdekken welke boodschap het in zich draagt.
De destructieve gevolgen voor de aarde, door hebzucht en overheersing in onze westerse ‘beschaving’, doet me pijn. Ik ervaar het als vernietiging van het pure, het onschuldige, waar we uiteindelijk allemaal zo naar verlangen.
De pijn herinnert me aan het pure, onschuldige kind in mij dat overheerst en onderdrukt is, zoals vele mensen als kind niet erkend zijn. De overtuigingen die ik daardoor ben gaan geloven over de wereld en over mijzelf, vormen de bril waardoor ik op dit moment de wereld zie en beleef. Deze bril is echter niet de waarheid en het geloof erin creëert steeds weer dezelfde ervaringen.
Wat er gebeurt in de wereld zegt niets over wie ik werkelijk ben, het is niet wie wij werkelijk zijn. Pas wanneer we de waarheid herinneren over onszelf, kunnen we met een frisse blik naar actuele situaties kijken en de waarheid in de wereld zien.
Klaas vat de uitkomst zo eenvoudig-mooi samen:
‘De realiteit onder ogen zien, maar niet je idealen verliezen’.
Na het doorleven en begrijpen van mijn emoties ontstaat er ruimte voor de keuze: Ga ik door met vechten tégen iets of zet ik mijn energie in vóór iets, passend bij mijn waarden?

Met aandacht voor onze idealen richten we ons op het afmaken van het atelier. Klaas doet de afbouw en samen bedenken we de inrichting. Het wordt een heerlijk licht werkatelier van 30 m2. Al Klaas zijn (opgeslagen) kleiwerken hebben nu een plek. En ook zetten we weer een stap verder in ontspullen: ruim 100 kilo vloeit terug in de wereld van recycling.

Om mijn hart te voeden neem ik ruimte om me te laven aan een kleine, natuurlijke leefwereld: in mei bloeiden er wel 15 soorten inheemse bloemen op ons perceel. Wauw! Ik wist nooit dat er zoveel kruiden konden bloeien in bebost gebied. De puurheid, de natuurlijke schoonheid van bloeiende kruiden liften mij op!
Bosbeheer brengt me robuuste, aardse bosarbeid; het is vervullend om natuurverstoringen te herstellen. Het creëren van een drinkvijver met Drentse keien is een heerlijk project en ik ontdek het subtiele evenwicht van zo’n ecosysteempje. Het dagelijkse gebruik ervan door reptielen en vogels is kostelijk om te aanschouwen!

Trouw handelend maar mijn idealen heb ik, naast de focus op mijn individuele ontwikkeling, mijn creatieve inzet gebruikt voor het maatschappelijk belang met een nieuwe bos(b)ode. Drie maanden lang heb ik er gemiddeld 20 uur per week aan gewerkt en daarnaast zo'n € 1000,- onkosten gemaakt. Het leven vanuit idealen, zonder krampachtige gedachten over tijd en geld, voelt bevrijdend. Door Klaas leer ik deze lessen over leven in overvloed. Die man is zo genereus.
We hebben 1000 gedrukte exemplaren verspreid onder alle eigenaren in ons natuurgebied en in het dorp. De digitale versie (hier te openen) dient bovendien ter communicatie met instanties, waar wij het natuurbelang onder de aandacht brengen.

Moe en voldaan ronden we ons verblijf in het bos af. Vier maanden Nederland is meer dan genoeg. Dus… we pakken ons reizende bestaan weer op met een nieuwe bestemming voor de komende acht maanden: BELLA ITALIA.
We zien uit naar de ontdekking van een nieuw gebied.
Onze hippiecamper doorkruist de Alpen. Zo’n 3D landschap is altijd een beetje bizar voor ons 2D-laaglanders. Het mobiele huisje van 12m2 beweegt over de hoge viaducten, die diepe valleien overbruggen en tussen de oprijzende, groene bergen. De zon en regen onderweg geven schitterende wolkenluchten. Met zo’n 16 graden is het lichtelijk fris.

In de Italiaanse Alpen kunnen we gaan bijtanken van een enerverende tijd. Langzaam terugschakelen door te luieren, koffiedrinken en wandelen in de natuur en als we wat uitgerust zijn ontstaat er weer ruimte voor lezen, studeren en schrijven… In dit ritme zullen we thuiskomen.
In de Dolomieten zal zal de temperatuur boven de 1000 meter hoogte weer aangenaam worden, tot voorbij de 20 graden. Hopelijk zijn de meeste vakantiegangers naar huis en kunnen wij rustig genieten van de omgeving; van de lieflijke alpenweiden tot grillige bergketens.

Tijdens het rijden van Zuid Spanje naar Nederland heeft Pinke het moeilijk. Ze vindt auto rijden niet fijn, zeker niet wanneer we harder dan 80 km per uur gaan. Ze zit laag tussen onze stoelen, aan een tuigje in haar mandje. Dit is veilig. Op de vele slecht onderhouden wegen in Europa schudt en schommelt, rammelt en bonkt haar huisje. De wind raast op de snelweg om de camper heen. Alles voelt voor haar onveilig. De afgelopen jaren heb ik al heel wat uitgeprobeerd om het aangenamer voor haar te maken, zonder succes. Ze krijgt voor het rijden twee natuurlijke middeltjes die haar ietsje kalmeren. Aangezien ik altijd rijd, legt Klaas zijn kalmerende hand op haar gedurende het rijden, waar Pinke zich omheen krult.
Deze dagen neemt haar rijstress meer en meer toe; een hele snelle, hoorbare ademhaling, kwijlen en trillen over haar hele lijfje tijdens de lange ritten. Zó naar om te zien, daarom beperken we ons tot 2 à 3 rij-uren per dag. Ik voel me verantwoordelijk voor Pinke en besteed veel aandacht aan het wegnemen van haar angst. Niets helpt. Haar spanning is continue aanwezig, ook als we niet rijden. Ze wil nauwelijks nog eten. Alleen voor Pinke stoppen met ons reizende bestaan is geen optie, hoe dierbaar ze me ook is...
Al rijdend ben ik aan het bespiegelen wat er gebeurt en ik doorzie dat mijn focus op Pinkes angst, deze juist voedt. Door me op haar angst te richten, bevestig ik Pinke dat er iets aan de hand is om angstig voor te zijn. En ik maak háár angst tot mijn angst. Met dat inzicht ondervraag ik mijzelf: 'Wie ben ik zónder gedachten over Pinkes angst?' Waarop acuut in mij openheid en ontspanning ontstaat, terwijl Pinke nog net zo angstig is. Ik besef dat ik Pinke haar angst niet kan oplossen, door me erop te focussen. Met dat inzicht verander ik mijn handelen. Vooraf zeg ik tegen Pinke: ’We gaan rijden. Jij mag het samen met Klaas doen en ik ga je liefdevol negeren’. Het is een heuse oefening om me gedurende deze reisuren in warmte en ontspanning met haar te verbinden, zónder haar extra aan te halen of gerust te stellen. En terwijl dit voor mij beter is, verandert er zowaar ook iets bij Pinke: ze trilt minder vaak, kwijlt niet meer en begint weer iets te eten. Ook zie ik dat haar lijfje zich ’s nachts beter ontspant. Haar angst is tijdens het rijden niet weg, maar beter hanteerbaar. En zo wordt het rijden voor mij een soort van urenlange staat van meditatie: ‘Wie ben ik zonder mijn gedachten?'

In totaal zullen we deze reis nog geen 8000 kilometer rijden, sinds ons vertrek zomer 2020. De route noordwaarts telt de laatste 2200 kilometer. De omschakeling vanuit de natuur en de situatie met Pinke zijn vermoeiend. Het fijne van een camper is dat we het bed bij ons hebben. Langs de tolweg nemen we spontaan pauze. Met de gordijntjes dicht is de buitenwereld weg en we slapen twee uur lang. Verkwikt rijden we in de avond verder.
Op de dag dat we de Belgische grenzen zonder formaliteiten kunnen passeren, rijden we over de bizar drukke wegen naar zuid Nederland. Als ik de volgende ochtend wakker wordt heb ik flinke spit in de rug, door de spanning in het gevaarlijk drukke verkeer. In natuurgebied de Biesbosch ontspannen we met het zicht op andere trekvogels. Onze moeite om bevers te spotten wordt niet beloond, dus bevredigen we online onze nieuwsgierigheid met het filmpje ‘Bevers in de Biesbosch’.

Sinds de laatste boodschappen zijn we tien dagen in afzondering geweest. Dus we ontmoeten, buiten op 1,5 meter afstand, Klaas z’n kinderen. Het weerzien is vertrouwd. Bewust afstand houden vraagt wel een onnatuurlijke alertheid, waar we lánge tijd nauwelijks aan hebben hoeven denken. Later kunnen we, wanneer we ingeënt zijn en de coronacijfers gedaald, hopelijk ook weer Klaas’ kleinkinderen in de armen sluiten.
Wanneer we in noord Nederland ‘ons’ recreatiebos inrijden is het druk met vakantiegangers. Het huisje op het bosperceel naast ons is verhuurd. Er staat vreselijk harde muziek aan, de lege bierblikjes liggen overal verspreid, zo’n 15 twintigers staan dicht op elkaar, er wordt gelald en geschreeuwd en we zien ze bij een ander huisje hout jatten voor een groot vuur…
‘Welkom terug in de bewoonde wereld!’ Onmiddellijk zitten we midden in de lessen van aanvaarding van de mensenwereld die men ‘Westerse beschaving’ noemt.

Na alle natuur waarin we verbleven hebben, ervaren we ons bosperceeltje van 2500 m2 als klein. Alhoewel alles nog vrij kaal is, vinden we het hele gebied wél bosrijker dan we in onze herinnering hadden. Tot onze verrassing merken we dat er reetjes op ons bosduin hebben overwinterd, tot de toeristen de rust verdreven. We zien sporen van ligplekken, een enkel aangevreten jong boompje en keutels. Wat een eer! Hieraan is de winst merkbaar van het hekwerk dat we verwijderd hebben én het aangeven dat er natuurherstel plaatsvindt, waardoor mensen er niet meer doorheen lopen.
Na een lange periode van droogte heeft Drenthe de hoogste alarmfase van natuurbrandrisico. Tegelijk is het de koudste aprilmaand in 35 jaar. Met tien graden is het veel kouder dan gemiddeld. Door deze factoren loopt de natuur vier weken achter. De kou blijft nog even en gelukkig voor het bos begint de neerslag, in de vorm van flinke regen en hagelbuien. Koud!!
Deze omstandigheden maken wel dat de inheemse jonge aanplant van dennetjes, heide, Europese vogelkers en esdoorn met grote kluit nog over gezet kan worden, om zo ons bos te verbeteren. Het verwondert me nog steeds dat ik daar zoveel vreugde en vervulling in vind.
We maken het atelier leeg, waarna Klaas begint met het schuren en krabben van de houten wanden. Binnen twee dagen hebben we flinke spierpijn. Soms manen we onszelf tot rust of anders dwingt het lijf ons ertoe. En… het tweepersoons ligbad is verrukkelijk! Het oude schaftkeetje hebben we ingericht tot een groene oase. Kunststof plantjes, kaarsen en grote natuurfoto’s verwarmen ons, evenals het elektrisch verwarmde water door de ‘instant heater’. Dat is een soort cooker voor grote hoeveelheden water. Vanwege wintervorst is een gasgestookte CV-ketel niet wenselijk, dus hebben we ons jaren geleden van het gas laten afsluiten. Onze manier van leven maakt dat we momenteel 1100 KwH per jaar gebruiken en vanwege belastingvermindering op electriciteit die energiebesparing moet bevorderen, krijgen we momenteel zelfs geld terug!

Met Pinke ga ik ter controle naar de dierenarts. Haar gewicht is oké en urine- en bloedonderzoek tonen geen grote afwijkingen. Ze mag weer gewoon hondenvoer en nu alles wat normaler wordt, komt dat ook haar eetgedrag ten goede.
Klaas ontvangt zijn eerste Pfizer-vaccinatie en merkt totaal geen bijwerking.
Bij mij heeft zich een pijnlijke oorontsteking ontwikkeld, waarbij het dichte oor me ook slechthorend maakt. De symbolische betekenis ervan schijnt te zijn: ’je willen afsluiten voor indringende invloeden van buitenaf’. Dat zou nog best eens kunnen kloppen, dus ik geef mijzelf de nodige ruimte tot cocoonen.

Terug te midden in de wereld van mensen, bezit en doelgerichte activiteiten, voelen we dat het peil stresshormonen (zoals adrenaline, cortisol en noradrenaline) hoger is. Deze maken de mens alert en energiek, maar hebben tegelijk als bijwerking: minder slapen, een dwingende focus op prestaties en een toename van impulsiviteit, waardoor sneller conflictjes ontstaan. Zo ook bij ons, maar het weer bijleggen is een vaardigheid die ook charme heeft.
We merken dat het nu bewust aandacht vraagt om onze geest tot rust te brengen en de stilte toe te laten, die nodig is om de schoonheid van dit stukje natuur te ervaren. En we worden beloond! Tussen het mos, de dorre bladeren en ‘stikstofgras’ zien we in de loop van de week de eerste bloemetjes aan de bosrand zich openen: de witte akkerhoornbloem en klaverzuring, het gele speenkruid, de blauwe maagdenpalm en hondsdraf en de roze dagkoekoeksbloem. Ook alledaagse paardenbloemen heb ik leren waarderen, want dit is een zeer belangrijke voedingsbron voor insecten na de winter.
In zuid Europa hebben we dan wel de otter en de Iberische lynx gespot, maar nu ontdek ik hoe mooi de gewone bruine kikker is, die bij het drinkvijvertje bivakkeert. In de verschillende vogelhuisjes nestelen de families koolmees en pimpelmees. We genieten ook van de nieuwsgierige roodborstjes, de bonte specht, de wat lompe Vlaamse gaai en de schuchtere goudvinkjes.
We zijn fysiek al 1,5 week hier, wanneer het gevoel komt dat we ook mentaal thuis komen op ons landje.


De bruine kikker

We verkassen om de paar dagen 1 á 2 kilometer, om op ons gemak de natuur te ervaren. Gedurende twee weken nemen we rustig aan de onverharde hobbelweg terug, naar de bewoonde wereld. Rechts is de vallei, links kijken we tegen de heuvels op. De begroeiing bestaat uit steeneiken met ertussen kleurig bloeiend kruidenlandschap, de helder paars bloeiende lavendel en veel zonneroosjes, die er in de kleuren wit en fuchsia voorkomen. Er zijn langs de onverharde weg diverse dieren-observatiehuisjes met een dakje. We parkeren er en het voelt als ‘camper met veranda’, met een geweldig uitzicht. Het weer is voortreffelijk, wisselend tussen de 22 en 28 graden en zon. Sommige dagen moeten we met witte doeken de groene camper afdekken, anders wordt het te heet.
Wat voor ons heel goed voelt is dat het een open gebied is en de weg is afgebakend met hekwerk, zodat wij vanuit ‘gevangenschap’ de vrije natuur kunnen aanschouwen. Uiteraard prikkelt ook bij ons wel eens de gedachte om het gebied ín te willen, maar dat kan gelukkig niet. Zéker heel goed nu het in deze periode één grote kraamkamer is.
Om ons heen is het een continue zoemen van insecten. Daarbij zien én horen we vele vinkjes, duiven en zwart-witte eksters, schuwe rode patrijzen* en groene spechten*. Boven de rotsen cirkelen vale gieren en de bedreigde monniksgier*. Deze laatste komt alleen nog in Spanje in het wild voor. De laatste 20 jaar hebben de 400 paartjes zich kunnen vermeerderen tot 1200.

Vale Gier, Monniksgier en Rode Patrijs

We leren over het fenomeen dieren spotten in de praktijk: het belang van windrichting, lichtval, camouflage… ons witte hondje wordt van bovenaf meteen gezien. We houden rekening met het ‘golden hour’, het eerste uur ná zonsopgang en het laatste uur voor zonsondergang: in het prachtige avondlicht zien we in de vallei veel reetjes en konijntjes vredig knabbelen.
Hoezo ‘wilde natuur’? Wat niet leeft volgens de door de mens bedachte regels noemen we wild. Iets wat leeft in natuurlijke vrijheid wordt door de mens gezien als verwilderd, primitief, ongetemd… Klaas associeert dat mensen die 2000 jaar geleden niet leefden naar het Griekse (denk)systeem al 'wilden' of 'barbaren' werden genoemd. Ik realiseer me ineens dat onze vorm van camperen in Nederland wordt gekwalificeerd als 'wild kamperen', omdat we niet op campings staan, maar het liefst bij de vrije natuur, zonder iets te verstoren of te vernielen.

We speuren in stilte de omgeving af naar de meest zeldzame katachtige van de wereld: de Iberische Lynx ook wel pardellynx genoemd. Deze is een slagje kleiner en donkerder dan de Europese lynx die langzaam de Nederlandse grens nadert. Dit gebied is één van de weinige gebieden waar hij nog voorkomt, maar we hebben geen idee waar en wanneer dit roofdier zich kan laten zien. Het is duidelijk dat vogels en graseters makkelijker te spotten zijn, dan roofzoogdieren. Maar toch worden we op klaarlichte dag verrast met nog een paar rennende wilde zwijntjes. Eerder hadden we al de Iberische steenbok* gezien die familie is van de berggeit. Nu ontdekken we in de verte een Moeflon*, een wild schaap die er met zijn gekrulde hoorns voor mij eigenlijk ook uit ziet als een berggeit.

Moeflon

Het observeren is het fijnst wanneer ik met open zintuigen op ga in de omgeving. Ontvankelijk zijn voor wat zich aandient: een bloemetje of insect, een vogel of zoogdier of iets van een hele andere orde zoals ineens een perspectief veranderend inzicht. Sommige momenten jagen mijn ogen op resultaat. Mijn ‘ik wil’ voert dan de boventoon. Er ontstaat onrust wanneer zich niet snel genoeg iets bijzonders te zien is en het ‘wachten’ voelt als verveling. Deze innerlijke observaties zijn leef-leer momenten.
De vakantieweek voor Pasen komen er wat meer lynxspotters het gebiedje in. Hoewel we niet meer alleen zijn, voelt de stille, saamhorige sfeer ook fijn. Met rust en ontzag tuurt men uren lang naar de natuur. We ervaren bij hen ook een gelijkwaardigheid tussen mens, dier en leefgebied. We leggen contact met twee ervaren lynxspotters. De vrouw heet Natalia en spreekt goed Engels. Al 13 jaar komen ze vele vakantiedagen en weekenden hier observeren en deze dagen leven ze eenvoudig in hun landrover. Vanwege Covid en de reisbeperkingen blijkt het veel rustiger in dit gebiedje dan andere jaren. Natalia is lerares en deelt veel van haar kennis met ons, die we gretig in ons opnemen: Anders dan de verhalen schijnt de lynx niet zo schuw te zijn (een beetje afhankelijk van het karakter per dier), maar er zijn vooral weinig in aantal, daarom zie je ze zelden. Zolang er maar geen geschreeuw, geren of onverwachtse bewegingen zijn, zijn ze best nieuwsgierig, net als katten. De lynx eet voornamelijk konijntjes, vogels en andere kleine prooidieren, maar in de herfst en de winter overmeestert een volwassen lynx ook wel een hert of zwijn! Deze reis ga ik anders aankijken tegen muisjes en konijntjes: als altijd verse prooidieren én dus de aanwezigheid van roofdieren.
Dit gebied is van een hele rijke eigenaresse, die een liefde heeft voor de natuur. Het hekwerk is om mensen buiten te houden, maar ook om de reeën niet naar een ander gebied door te laten, waar recreatief op hen gejaagd wordt. Wij ervaren het hier als supervredig, maar tussen oktober en februari is dit één van de meest favoriete jachtgebieden van Spanje. JASSES!
De lynx is zowel overdag als ‘s nachts actief, dus onze spottervrienden turen de hele dag door, waardoor zij zo nu en dan een lynx op de hellingen zien. Wij hebben ook de behoefte om ons terug te trekken in ons huisje en zien ze niet. Dagelijks hebben we een moment van mooie gesprekken, maar we laten elkaar helemaal vrij.
Het leefgebied van de lynx werd kleiner doordat de mens zijn leefruimte innam. Daarbij waren er door ziekte weinig konijnen, wat resulteerde in het bijna uitsterven van de Iberische lynx. In 2002 waren er minder dan 100 exemplaren over. Een Lynx Rescue Team werd opgericht en nu, bijna 20 jaar later, zijn er bijna 800 in Spanje. Onze lynxspotters geven hun observaties ook door aan dit Rescue Team. De Spaanstalige rescue-werkers beginnen ons gedurende de week ook te begroeten.

28 Graden en de aanhoudende volle zon maakt dat we verkassen naar het vlakkere, dichter begroeide deel. Aan een beekje, tussen de eiken, de els, de in bloesem staande wilde peer en de geel bloeiende brem. Het vriendelijke groen en gefilterde licht is heerlijk aan de ogen.
Bij een wandeling trekt Pinke naar iets interessants… het blijkt een gladde slang te zijn, die een prooidier aan het wurgen is. Terwijl we met dubbele gevoelens kijken naar deze wrede dood, horen we de laatste piepjes en zien we het lijfje schokken. Daarna probeert deze slang zijn dode prooi in zijn geheel door te slikken. Zijn prooi is ruim twee keer zo dik als de slang, dus lijkt het ons onmogelijk. Ik voel me er een beetje onpasselijk van worden. Klaas memoreert tijdens dit akelige tafereel dat beide dieren, alle dieren, ook dit in alle goedheid doen. Ik maak foto’s en film zelfs stukjes terwijl ik week op mijn benen sta. Een beetje een mengeling van weerzin en leren om deze kant van de natuur te omarmen.
Op internet zoek ik op dat het om een ongevaarlijke trapslang* gaat die kleine knaagdieren, grotere insecten en kleine vogels eet. Grotere prooien worden gewurgd. Na wat speurwerk ontdekken we dat zijn prooi een eikelmuis* was. Deze behoort tot de slaapmuizen en heeft de grootte van een jonge rat. Onze eikelmuis had een bruin, zwart, witte vacht, met de typische maskertekening op zijn snuit. Vooral zijn zwart-witte lange pluimvormige staart en de grote, kale oren waren kenmerken om zijn soort te achterhalen.

Gladde trapslang met Eikelmuis

We lopen een paar keer per dag een kwartier terug naar de vallei, waar we dan turen naar elk bewegend stipje om tóch een keer een lynx te ontdekken. Op een dag zitten de twee ervaren lynxspotters op zo’n tien meter van ons, zodat we elkaar kunnen attenderen als we iets zien. Pinke ligt, niet aangelijnd, op de weg te genieten van het ochtendzonnetje. Plots springt achter ons een jonge lynx* uit de bosjes en loopt hij om Pinke heen. Alles wat niet blaast, blaft of op haar afkomt vindt Pinke interessant, dus zij gaat argeloos naar de lynx toe. Natalia zegt met dringende stem dat Pinke serieus gevaar loopt. Nieuwsgierig loopt de lynx om Pinke heen, vermoedelijk inschattend of dat witte hondje met haar rode truitje aan, een prooi is. Ik wil de lynx niet wegjagen, maar Pinke wel beschermen. Met lichte stemverheffing praat ik Pinke naar mij toe om haar aan te lijnen. Pinke kost het wat moeite om naar mij te luisteren en haar aandacht voor de lynx los te laten. Ik zet een paar pasjes naar Pinke en lijn haar aan. Beiden staan we dan op drie meter van de ‘wilde lynx’. Daarna blijft hier dier nog een kwartier om ons heen drentelen, gaat op zo’n 7 meter afstand liggen kijken, beetje geeuwen, doet zijn oogjes dicht. Daarna probeert hij nogmaals dichter bij Pinke te komen, waarbij ik kalm kan optreden, zonder de lynx weg te jagen. (video https://youtu.be/mC4SrezGU5). Wanneer de lynx uiteindelijk ziet dat hij geen kans maakt en springt hij weer weg in de struiken…
Die twee ervaren lynxspotters hadden dit nog nooit meegemaakt. Zij zijn nog nooit zo dichtbij een lynx geweest. Dit is onze eerste ontmoeting en die wordt vermoedelijk nooit meer overtroffen.
Ik vond het best wat gemoedelijks hebben tussen Pinke en de lynx, maar de  geschrokken Natalia dacht dat dit het einde van Pinke zou worden. Ze vindt het een wonder dat haar niks overkomen is. Wanneer dit een volwassen lynx was geweest was het zeker anders afgelopen, denkt ze.
Ze legt ons wat meer uit over deze lynx: Het is een mannetje van één jaar dat door het Rescue Team Rafiki is genoemd. Hij is wat mager, vermoedelijk is hij nog niet vaardig genoeg in prooien vangen. Op de helling vanaf waar hij kwam, heeft zijn moeder een nieuw nestje jongen, terwijl ze Rafiki bijvoert totdat hij zelf in staat is om genoeg eten te vangen. Sommige zonen helpen als ze ouder zijn de moeder met het vangen van prooien voor nieuwe nestjongen. Ook het Rescue Team legt geregeld vers konijnenvlees neer, om de soort te ondersteunen, nu de konijnenstand nog in herstel is.
’s Avonds in bed is het warm. Door de open ramen horen we de kwakende kikkers en de tsjirpende krekels. Na de bijzondere ervaring van vandaag, voelt het alsof we werkelijk in de jungle zijn. We zijn op safari, maar dan heel langzaam. Elke dag één nieuw dier.

Lezend in bed zie ik vanuit mijn ooghoek een fel groene kleur bewegen. Ik moet denken aan een leguaan, maar die komen hier niet voor. Het blijkt een parelhagedis* te zijn.
In de vallei horen we geregeld een miauw-achtig geluid, waarvan ik dacht dat het misschien van de lynx was, maar ik hoorde dat het van een klein uiltje zou zijn. Nooit eerder heb ik een uil gezien, dus op een avond wandel ik terug en bij zijn laatste miauw-uithalen zie ik een steenuiltje* zitten in een steeneik. Wauw!
Ik geniet enorm van al die nieuwe, vrij levende dieren (die ik heb aangegeven met *). Als geboren en getogen stadsmens voelt het bijzonder om te ontdekken dat ik eigenlijk een natuurmens ben, als ik mijn hart volg. Dit deel van mij was me totaal onbekend, tot zo’n negen jaar terug deze ontwikkeling begon.
Onze laatste nacht brengen we door in het gebiedje met glooiend weiland, waar we eerder de edelherten* zagen. Die laten zich nu niet meer zien, maar wel de moeflon, een dik zwijn en… een paar damherten*. Zij hebben witte vlekjes op hun kastanjebruine vacht.

Parelhagedis, Steenuiltje en Damherten

De politieke soaps die we op afstand volgen brengen ons geregeld in een kolderieke stemming. Na de eindeloze afleveringen van Trump en de Brexit-soap, waren we wel weer eens toe aan een productie van vaderlandse bodem: De uitgelekte notities bij de verkenning van een nieuw kabinet, met moties van wantrouwen en afkeuring… Intriges in een falend bestuurssysteem. Naast dat we er een kans in zien voor verandering, vinden we de potsierlijke vertoning ook best vermakelijk.
Gebeurtenissen uit het nieuws proberen we te duiden: wat betekent iets in het grotere plaatje? Hoort iets bij het (krakende) oude systeem of is iets een vernieuwing, soms wellicht een ‘blessing in disguise’? Af en toe neemt cynisme bij ons de overhand en dan kijken we online naar colleges over de 'de ontwikkeling der mensheid', om alles weer in het juiste perspectief te plaatsen en vooral de grotere tijdschalen van ontwikkeling weer helder te hebben.

Na 3,5 week zijn we eigenlijk toe aan boodschappen doen. Bah, ik zie ertegen op. Ook ons water is bijna op. We hebben het laatste restje drinkwater gekregen van de vertrekkende spottervrienden. Qua eten schakelen we over op ons ‘noodrantsoen’, maar voor water rijden we 2,5 uur over de zeer slechte weg, om een berg heen, terwijl we hemelsbreed maar zeven kilometer verkassen. Bij één van de tientallen gaten in de weg, zitten een stuk of vijf jonge konijntjes. Wanneer wij in slow motion aan komen rijden, duiken ze weg in hun hol ónder dat wegdek!
Terug bij de waterbron van twee weken geleden, tappen we 140 liter in 2,5 uur. Acht minuten voor een acht literfles vol is en daarmee heuveltje op en af, in de stralende zon. Wat is het genieten dat tijd in onze manier van leven weinig waarde heeft en de puurheid van bronwater des te meer.

Aan de Jándula rivier ontdekken we een nieuwe natuurplek. Eind van de middag zitten we in de schaduw van de rots aan de waterkant. Het is groen en stil, wéér een topplek! Open voor welke dieren zich zullen tonen bekijken we de bewegingen van een rivierfkreeftje*. En even later steekt ineens een waterschildpad* zijn koppie boven het water uit, om ons te observeren. We verwonderen ons over al het nieuwe dat we deze periode zien en leren. Wanneer Klaas de ’s avonds afwas doet en ik in de schemering aan de waterkant zit vliegt er een ijsvogeltje* voorbij. Geweldig die helder blauwe kleur, met oranje borst, maar zó schuw en snel.
De volgende middag zitten we weer otters te spotten. Om de lynx te spotten hoefden we niet muisstil of bewegingsloos te zijn, maar voor de otter... Jemig, wat is dat dier schuw! Hij ziet en hoort elk minuscule beweging of geluidje en dan duikt hij al onder. Wanneer ik uiteindelijk naar de camper ga, komt Klaas niet veel later terug. Gelijkend op zijn jonge kleinzoon roept hij opgetogen: ‘Ik zag een otter! Hij buitelde in het water en ik sloop ernaar toe en hij zag mij niet!’ Wat hou ik toch van die man met zijn ontwapenende karakter!
Tegen zevenen ‘s avonds is het nog steeds ruim 20 graden, dus doen we een eenvoudige BBQ met vegetarische knakworsten en -balletjes, afbakstokbrood, gepofte sjalotjes en knoflooksaus. En ondertussen rondkijken waar het water kringelt en de otter zijn aanwezigheid prijsgeeft. Daar aan het water, in het groen met het  gekwetter van vele vogels om ons heen is het zó vredig! Fantastisch. Naast vinkjes, merels, zwaluwen, spechten, blauwe eksters, de nachtegaal en nog veel meer horen we ook continue de koekoek. Het lijkt wel een kapotte klok: hij koekoekt urenlang en we zien de vogel nooit. We lezen dat het een mannetje moet zijn, want het vrouwtje is in deze tijd een sluw plan aan het uitvoeren. De koekoek besteedt de zorg voor zijn jongen uit. Het vrouwtje legt haar ei in het nest van een andere vogel, die vervolgens zijn jong groot brengt. Dat klinkt allemaal heel gezellig, maar de oorspronkelijke jongen worden door de koekoek uit het nest gekieperd. De zorg voor een jong op een ander afschuiven valt of staat met het stiekem leggen van de eieren, want de adoptieouders mogen natuurlijk niet zien dat een koekoek een ei in hun nest legt. De vrouwelijke koekoek slaakt, nadat ze een ei in het nest heeft gelegd, een kreet die sterk lijkt op die van een sperwer, een natuurlijke vijand van andere vogels. Het resultaat: de geschrokken vogel blijft langer weg van het nest, waardoor de koekoek voldoende tijd heeft om zijn ei te leggen en zich uit de voeten te maken.
En… dan tegen negenen, nét voor het donker, zie ook ik voor het eerst een otter* zwemmen. Tof!

Rivierkreeft, Waterschildpad en de Otter

Wat ik hier allemaal ontdek is te veel om in me op te nemen. Wat het meest opvalt komt als eerste binnen en als dat verwerkt is, vallen steeds kleinere details op, maar dan nog... té veel!
We nemen een wandelroute in het afgesloten park, weg van de rivier. Misschien zien we nog wel een lynx of de schuchtere koekoek. We bestijgen een heuvelwand van 100 meter hoogte en wandelen daarna kalm over een egaal stuk, tussen twee heuveltoppen in. Pinke moet tussen ons in, want we zijn nu gewaarschuwd voor de lynx.
Het uitzicht is fenomenaal! Lieflijk smalle paadjes tussen bomen en struiken, alwéér veel waanzinnig mooi bloeiende lavendel, rode klaprozen, afgewisseld met weids uitzicht over de riviervallei. En daar lopen wij in ons uppie! Er is niemand! We kunnen het niet begrijpen en tegelijkertijd prijzen we ons rijk. Mijn oog valt op steeds kleinere bloemetjes en ik ontdek minuscule perfectie! Wauw!

Het gele bloemetje is 0,5 cm en het blauwe zelfs maar 2 mm! Waanzinnig!

Dit is voor ons het interessantste natuurgebied van Spanje dat we tot nu toe ervaren hebben. We overpeinzen of en hoe we nu verder zullen reizen, mede vanwege de boodschappen… Rijden we naar de stad op en neer? Of naar het grootste natuurgebied van Europa, in west Spanje? Misschien zijn we na 9 maanden wel voldaan, en hebben we geen behoefte om ons weer opnieuw te openen voor wéér een ander gebied. Zullen we alvast noordelijk rijden? In Spanje blijken we terug naar huis te mogen rijden, maar Frankrijk legt met de verplichte PCR-test en een vragenformulier belemmeringen op… dáchten we. Van een campervriend krijgen we de tip, dat er op het Franse reisformulier staat: ‘ontheffing voor reisbeperking ten behoeve van gezondheidszorg en preventieve procedures (inclusief vaccinatie)’. Klaas heeft zijn vaccinatie-oproep binnen. Het verlangen naar ons bosperceel in NL was de afgelopen weken naar de achtergrond verschoven, maar niet weg, blijkende ons metéén opwellende enthousiasme. De vaccinatie is dus niet alleen bescherming tegen het virus, maar het is ook ons 'ticket home'! En ik mag mee, als chauffeuse van de ‘kwetsbare en behoeftige mens’. We are só lucky!
Dus… we gaan terug naar NL!
Het is begin april, als we twee uur lang met weemoed afscheid nemen van het prachtige gebied. Samen in stilte het licht zien worden, op de rots aan de Jándula rivier. Tussen de indrukwekkende vogelgeluiden nog twee otters gezien en een waterschildpad.

Met een vaccinatieafspraak en boodschappen voor drie weken, kunnen we formeel aan alle covid-maatregelen voldoen...
Meebewegen met het onverwachte hebben we afgelopen jaren geleerd en we zijn het gaan waarderen.

Na 3 dagen Malaga-stad verkassen we naar Los Montes de Malaga, waar we op 10 km afstand en 500 meter hoogte neerkijken op deze één na grootste stad van Andalusië. We zien de zee, de haven en realiseren ons dat in de tientallen ‘legoblokjes’ beneden, wel 40 gezinnen of meer dicht op elkaar wonen. Wat we van beneden als een mierenhoop hebben ervaren, is vanaf hoogte een stilleven. Dagelijks parkeren er jongeren uit de stad naast ons die hier de rust zoeken met lekker harde muziek. Soms kunnen we elkaar binnen niet meer verstaan. Omdat irritatie uiten contra werkt, zoek ik in mijzelf begrip voor hun situatie. Ze hebben een hond bij zich en wanneer ik hem water geef drinkt hij gulzig. De jongeren kijken vertederd en dan vraag ik of het een ‘poco suave, porfavor’ kan, waarna de muziek een stuk zachter gaat.

We luisteren vooral naar onze innerlijke stem, maar hebben ook zin aan wat dynamiek van buiten. We staan een nacht op een camping om de laptops te updaten via de wifi en nemen voor het eerst sinds acht maanden een douche. Wahaa, wát een luxe! Een stellage die van bovenaf vele liters warm water laat vallen en waar ik alleen maar onder hoef te staan. Heerlijk! Na een paar minuten tintelt mijn huid van de warmte, wát een sensatie! Beetje zingen in de galmende akoestiek, lekker hoor. Het ontzettende gemak ervaren we als iets bijzonders, toch hebben we het gedoe van een camping er niet voor over.

We zijn nu ruim twee maanden in de provincie Malaga, een gebied dat zo groot is als Drenthe, Groningen en Friesland bij elkaar. Op die ene middag na, toen we weggestuurd werden door de parkranger, zijn we niet meer in een gebied geweest waar de natuur overheerste. Twintig kilometer uit de kust staan we aan een stuwmeer, maar in het weekeind is er daar gigantisch druk. Corona? Dat speelt in een andere galaxy.
Het landschap, lawaai, drukte… overal is de mens bepalend. Met de focus op de enkele natuurlijke elementen redden we ons best in de wereld waar de mens domineert, maar het voedt ons niet. Her en der bloeit er een strookje wilde bloemen zoals koolzaad, borage, papaver, de distel. Geel, paars, blauw, rood… stralend tonen ze wat ze in zich hebben. Ik bewonder hun kracht hoe ze daar zó uitbundig floreren.

Geduldig hebben we gewacht tot de besmettingscijfers laag zouden zijn, zodat de provinciegrenzen zich weer openden. Op 19 maart besluit men om… de provinciegrenzen weer drie weken langer dicht te houden en de cafés en de avondklok uit te breiden. Vermoedelijk omdat mensen tóch al massaal bij elkaar komen. Er overvalt me enige moedeloosheid. Klaas en ik hebben discussies over het overschrijden van de regels, om naar een rustigere provincie te gaan. We zien twee type regels: als eerste zijn er de basismaatregelen om de verspreiding van corona tegen te gaan en als tweede regels die voortvloeien uit het niet volgen van de basismaatregelen.
Ik vind dat we geen goede reden hebben om de regels te breken. Klaas leeft vanuit de houding dat het volgen van het geweten belangrijker is dan regels. Langzaam beweeg ik naar de opvatting dat regels centraal stellen (door ze te volgen of je ertegen verzetten) een kinderlijk standpunt is t.o.v. de overheid als ouder. Die positie brengt met zich mee dat ik me machteloos voel, wanneer anderen de regels niet volgen. Verantwoordelijkheid nemen om een gezamenlijk doel te bereiken is wat er in wezen van mensen gevraagd wordt, dat is volwassenheid. En dat geldt voor veel meer aspecten van samenleven, dan corona alleen. (Strakke) Regels kunnen een middel zijn, wanneer een groot deel van de mensen de verantwoordelijkheid zelf niet kan of wil nemen. De vraag speelt of de politiek zich als een goede ouder opstelt en daarmee volwassenheid bevordert, of dat het beleid juist kinderlijk gedrag stimuleert…?

Gezien ons quarantaine leven, draagt níets wat wij doen bij aan het oplopen of verspreiden van het virus, dus zullen we meer pragmatisch met de regels omgaan en onze bewegingsruimte vergoten. Over kleine bergweggetjes ontvluchten we de drukke kust, richting de provincie Granada. 200 Kilometer lang jakkeren we door de monocultuur van olijfbomen naar de provincie Jaén. Hier zijn de dorpen en steden verrassend leeg, zoals we kennen van het binnenland. We strijken neer in natuurpark Sierra de Andújar, onderdeel van het grotere Sierra Morena. Het staat bekend om haar vele wilde dieren. Wanneer we rond zessen aankomen in het naaldbos is Pinke opgelucht dat haar huisje tot stilstand is gekomen en we eindelijk gaan wandelen. Nog nét kan ik haar behoeden voor de dennenprocessierups, het veel gevaarlijkere broertje van de eikenprocessierups. Op drie meter van de camper kruipt er een sliert van zo’n 7 meter in colonne, neus aan kont. Hun brandharen maakte dat deze diertjes Pinke vier jaar geleden bijna haar leven kostte, omdat ze eraan gelikt had. Wanneer ze er één binnen had gekregen, zou ze binnen het uur gestikt zijn, vanwege de zwelling. Toen werd ze een nacht bij de dierenarts geobserveerd en heeft ze een wekenlange herstelperiode gehad, vanwege de brandwond in haar bekkie. Uiteindelijk is er een stukje tong afgestorven en de bovenkant verschrompeld. Met warmte is het blijvend oppassen, omdat ze met hijgen haar warmte niet meer goed kwijt kan.

De volgende dag rijden we verder het natuurpark in en staan al snel oog in oog met twee reetjes in dikke wintervacht. We parkeren bij het dorpje Virgen de la Cabeza, op een heuveltop in het hart van het natuurpark. Dit bedevaartoord is het heiligdom van een van de beroemdste en meest gevierde maagden van Spanje. De maagd Maria zou hier in de 13e eeuw aan een herder zijn verschenen in de gedaante van een hoofd (cabeza). Gewoonlijk komen het laatste weekeind van april duizenden devote pelgrims hiernaar toe.
Met een zonnetje en 15 graden wandelen we naar de basiliek op de bergtop, waar maar een handvol mensen zijn. Vanaf de poort tot aan de kerk loopt een breed stenen pad, waar een devote pelgrim kruipend ‘de kruisweg’ aflegt, tussentijds stil biddend. In de kerk is een (Spaanse) dienst gaande die buiten te horen is via de luidsprekers. Alles bij elkaar een aparte sfeer. Klaas neemt graag cultuur in zich op en filosofeert over wat religie heeft betekend in de ontwikkeling van de mensheid. Met zijn duiding is het voor mij ook van waarde om zo nu en dan deze kant van het bestaan in me op te nemen.
We overnachten tussen de steeneiken en dennen aan de rand van het dorpje, om de kans op wegsturen te minimaliseren. ’s Avonds hoor ik zacht krijsen. Mijn oren zijn gespitst en het komt dichterbij. Ineens zie naast de camper drie donkergrijze wilde zwijnen met wel acht jonkies, die een bruine vacht hebben met horizontale lichtbruine strepen. Wat een toffe verrassing!

Wild zwijn zeug met frislingen (niet mijn foto)

Ik verdiep me wat meer in het wilde zwijn, ofwel het everzwijn. ‘Wilde zwijnen leven in groepen die rotten worden genoemd en bestaan uit twee á drie vrouwtjes met hun jongen, frislingen genoemd van een/ twee jaar. Enkel de vrouwtjes zijn sociaal, mannetjes leven alleen. De camouflerende vacht van de frislingen wordt ook wel zwijnenpyama genoemd. Wilde zwijnen zijn schuwe dieren en laten zich niet gauw overdag zien, maar zijn in de schemering en 's nachts actief. Zij hebben een scherp gehoor en goed reukvermogen, maar kunnen slecht zien. Zij zijn alert, bij het geringste geluid, beweging, of geur, rennen ze weg. De grootste kans om ze in het bos te vinden is in het voorjaar en de zomer, wanneer de zeugen met biggen veel op stap zijn om voedsel te zoeken en daarbij de grond om te woelen.

Tot onze verrassing is het vanaf hier heel aardig wandelen. Rondom het dorpje is er veel kaalslag voor kamperende pelgrims, maar daarbuiten hebben we toegang tot het schitterende natuurpark. Het is heel divers met stukken naaldbomen, dan weer eiken, maar geregeld ook open vergezichten op valleien en rotswanden.
Het is overweldigend lente. Er zijn vele nuances groen, overal bloeien struiken en bloemen, de lavendel heb ik nooit eerder in zo’n prachtige kleur paars gezien en het zoemt er permanent van de insecten. We zitten samen stil op grote keien rond te kijken, ons te laven aan de natuur. Het latente ‘wachtgevoel’ van de laatste twee maanden is verdwenen en we gaan geboeid op in onze beleving. Wentelend in de verstilling van luisteren, kijken en voelen. De windvlagen, vogelgeluiden, de zon en schaduwen, al die verschillende kleuren, blikken in de verte, details dichtbij...  De gewaarwording van gedachten die komen en weer weg drijven. Opgaan in het voorbeeld dat de ongerepte natuur geeft: niks nastreven, najagen of ontkennen, maar aanwezigheid.

Het vinden van drinkwater is hier lastig. Op weg naar een verlaten gebiedje net buiten het beschermde natuurpark, is een bronnetje met een mager straaltje. We rijden een onregelmatig heuveltje op tot vlakbij de bron en doen er een uurtje over om onze watervoorraad aan te vullen met zestig liter. Bij het wegrijden hangt de camper gevaarlijk scheef, waarbij hij soms op drie wielen hangt. Aiii, iets teveel risico genomen, maar het geluk is aan onze zijde en we komen er heelhuids weg.
Dan rijden we drie kwartier over een slingerweg en nemen de afslag naar een weggetje van drie meter breed, met een heel slecht wegdek. Ik kan er max. 20 km p/u rijden vanwege de gaten en hobbels. Over negen km doen we nog eens een half uur. Dán komt er nog tien km onverharde weg vol kuilen, waar we een uur lang tussendoor slingeren met max. 10 km p/u. Tegen vieren lunchen we maar ergens langs de kant van de weg. En… alsof we op safari zijn zien we zomaar een kudde edelherten. Op de elanden na het grootste herten van Europa.
Dat belooft veel goeds.
We markeren op de navigatie goeie parkeerplekken voor de terugweg en hobbelen verder tot de weg stopt bij het langgerekte stuwmeer ‘Embalse del Jándula’, tussen de steile heuvelhellingen. Er is een 240 meter langer dam en een van de oudste waterkrachtcentrales van Spanje. Met een speurende blik op de hellingen ontdek ik de Iberische steenbokken, terwijl Klaas geïntrigeerd het bouwwerk bekijkt. 1000 Werknemers realiseerden met kar en paard de 87 meter hoge dam, tussen 1923 en 1932. Iets hoger ligt een ruïne dorpje waar de 1000 gezinnen woonden, in totaal zo’n 3000 mensen, omdat de stad veel te ver was om op en neer te gaan. Naast vele kleine huisjes waren er stallen voor de dieren, moestuinen, maar ook een kerk en zelfs een theater. We beleven dit gebied heel verschillend. Ik zie de verlaten ruïnes, Klaas loopt door een bruisende geschiedenis.

Edelherten
Jonge Iberische steenbokken

De hobbelweg terug zullen we steeds kleine stukjes verkassen, om te speuren naar de diverse soorten wild die hier leven. Vooral hopen we een blik te vangen van de zeldzame Iberische Lynx...

‘Jawel, de volgende keer meer over alle dierenvriendjes
uit het Grote Dierenbos.’

Lang heb ik gedacht dat er deze reis wel een moment zou komen dat we mensen zouden gaan missen, maar steeds vaker denk ik dat dit niet meer gaat gebeuren. We hebben het fijn. De intensiteit van het leven op onszelf is heerlijk. Ruimte voor het ervaren van het werkelijke leven dat zich ontvouwt, in plaats van geleefd worden door de klok of verplichtingen. Wandelen, schrijven en lezen... het verwondert me dat het (nog?) niet saai wordt. De autonome, bijna zelfvoorzienende manier van leven voelt heel natuurlijk, zelfs binnen de begrenzende gezondheidsmaatregelen die zijn verbonden aan de pandemie.

Tegenstellingen zijn inherent aan het leven, zo ook in ons vrije bestaan. Het maakt dat we het leven in alle volheid kunnen ervaren; zonder donker weten we niet wat licht is.
Het gebeurt weinig, maar zo eens in het jaar wordt Klaas boos. Dat gebeurt nu tijdens een wandeling. Al discussiërend, kakel ik boven de stormwind uit. Hij valt uit dat ik te heftig ben. Er is bij hem iets geraakt en dat raakt bij mij weer een gevoelige snaar. Na úren van een gespannen stilte bepraten we het. Daarna dalen we beiden af in zelfonderzoek. Weer uren van stilte verder delen we in open kwetsbaarheid, welke pijnlijke ervaringen uit ons verleden we op elkaar geprojecteerd hebben. Dat doet ons weer verbinden.
Een conflict is verre van leuk, maar wanneer we alle onprettige gevoelens wegduwen (als dat al kan) dan duwen we 50% van het leven weg. Dan zouden we ons afsluiten van de volheid van het leven. We gaan alles samen aan. Zoals Klaas het verwoord: ’Ik ga niet voor makkelijk’. Onze manier van leven vraagt daar ook om, er zijn weinig vluchtmogelijkheden. We móeten wijsheid toelaten op zulke momenten, wat resulteert in groei, verdieping, bevrijding.

Quote Byron Katie:
Life is simple. Everything happens for you, not to you.
Everything happens at exactly the right moment, neither too soon nor too late.
You don't have to like it... it's just easier if you do.’

Terwijl we op 2500 km afstand zijn van Drenthe, volgen we de ontwikkelingen van ons bosgebied nauwgezet. De gemeenteraad neemt positieve natuurbesluiten over een aangrenzend recreatiebos, waarbij permanent wonen legaal wordt, in ruil voor concrete verplichtingen tot natuurkwaliteitsverbetering: begrenzing van het ‘gebruiksvlak’, de rest van het bosperceel krijgt de bestemming natuur en alle hekwerken in de natuur moeten verwijderd. Het maakt dat we weer heel enthousiast worden over ons perceeltje in het Drentse bos. We hebben zin om ons stukje bos verder te verbeteren en onze voorzieningen te laten aansluiten op de toekomst. We slaan aan het fantaseren en tekenen een bouwplannetje. Wat hebben we hier samen toch veel plezier in. Opgesloten in een nat, koud Ronda en met onze gedachten bij ons bosperceel, maakt dat Spanje héél ver weg voelt…

We hoppen wekenlang rond in deze gemeente. (zie de foto's) Zolang we luidruchtige inwoners kunnen mijden voelen we ons het prettigst. Het wordt wel steeds lastiger. Jongeren komen samen voor rumoerige coronaparty’s en houden zich slecht aan de regels. We zijn gezegend met een avondklok, zodat er een eindtijd is en de rust terugkeert.
Wanneer we laag in het land staan, met uitzicht op de oude stad boven ons, begint een Amerikaan een praatje, met mondkapje op en continue op drie meter afstand: 'Ben jij Anneleen?' Blijkt dat hij het blog al een tijdje volgt. Ook hij ziet het als een kado om een tijd niet op te gaan in allemaal activiteiten, maar veel te mediteren. De volgende ochtend komt hij 'baklava', Turkse zoetigheden van de bakker brengen. Zó aardig.

Op 18 februari is het tien jaar geleden dat mijn relatie met Klaas begon. Ik werkte toen zes dagen per week en kluste alle vrije dagen aan mijn oude huis in renovatie... Druk, druk, druk.
Op een vrijdagmiddag kwam mijn dorpsgenoot Klaas, thee drinken en streelde hij mijn vermoeide voeten. Dát was het moment dat ik impulsief mijn muur liet zakken en me overgaf met de zin: 'Geen idee waar ik aan begin, maar wat vínd ik dit fijn'… En wat heeft het me veel gebracht! Voor het eerst samen leven, zonder baan, geen huis, alle vrijheid én verbondenheid. Less is so much more!
We vieren deze dag vreugdevol: Wakker worden met muziek van Herman van Veen - Liefde van Later (tekst onderaan), heerlijke appeltaart bakken en Klaas is verrast wanneer op zijn desktop een digitale fotocollage van 10 jaar samen staat. Aan het eind van de dag zijn we bekaf door zoveel stromende liefde.

Bijna alle verkeer moet in de stad over één rotonde, waar we worden gecontroleerd vanwege de lockdown. Met een paar Spaanse woorden, kan ik duidelijk maken dat we op de hoogte zijn van de gesloten gemeentegrenzen en dat we al vier weken hier verblijven. Gelukkig mogen we door.
1,5 Week voor Ronda als een van de laatsten officieel open gaat, zijn we bij het zoeken naar een nieuw plekje aan de gemeenterand, plots in een ander dorp. We mochten de stad niet uit, maar vooral niet in… dus zijn we zomaar vrij.
Online zoek ik geregeld naar wandelroutes en zo weet ik een tópplek in natuurpark de Sierra de las Nieves. Een hobbelige toegangsweg leidt ons naar een schitterend, afgelegen en groen parkeerplekje, naast een waterval en diverse wandelroutes. Joepie! Wanneer het donker is, komt het vertrouwen dat we hier in ieder geval wel een nachtje kunnen verblijven. Maar helaas, helaas... Rond achten komt een parkranger langs en op vriendelijke wijze stuurt hij ons weg. Overdag mogen we er staan, maar overnachten in de bergen mag niet. Hij wijst ons een legale plaats aan de rand van het dorp. We hebben er helemaal begrip voor én tegelijkertijd voel ik me ook verdrietig. Ik mis het verblijf in de rust en de schoonheid, de weg is daarbij te slecht om vaker op en neer te rijden. Soms is de realiteit gewoon zó anders dan wat we willen.

Pinke is een straatvreter, altijd al geweest. Bijna wekelijks moet ze ‘s nachts kotsen, stenen, takjes, botjes of iets ondefinieerbaars. Een paar weken geleden heeft ze op een ochtend iets gegeten in het landbouwgebied. Gif? Een weekeind lang is ze er hondsberoerd van; kotsen en lamlendig.
Het is steeds een keuze tussen haar continue aangelijnd houden, of
deels risico nemen en haar los laten lopen. Na lang aarzelen koop ik een muilkorfje. Dan komt er een keuzemogelijkheid bij om haar de vrijheid te gunnen en tegelijk te beschermen, wat natuurlijk ook in mijn eigen belang is. Op een hondenwelzijnsite vind ik een leuke muilkorftraining: Het woord muilkorf is nogal beladen. Wie aan een muilkorf denkt, denkt haast automatisch al aan iets naars: blaffen, bijten, je hond de mond moeten snoeren. Veel mensen vinden het omdoen van een muilkorf bij hun hond dan ook al bij voorbaat vervelend. Dat gevoel slaat over op je viervoeter. Die peilt het gedrag van zijn eigenaar en denkt: ‘Nee, dit wordt vast niet leuk’. Maar maak van het woord ‘muilkorf’ nu eens ‘feestneus’. ‘Hup, zet je feestneus op’, zal je doen (glim)lachen. Dat breekt de spanning, iets waar honden erg gevoelig voor zijn. Het is de toon die de muziek maakt! Met dit feestneuzenspel leert de hond stapsgewijs aan de feestneus te wennen, zelf zijn neus erin te steken en langere tijd te dragen, waarbij het hem aandacht en lekkers oplevert.’ Dagelijks oefen ik, vrolijk beginnend met de oude carnavalskraker van Toon Hermans: ‘Pink waar is je feestneus? Pink waar is je neus? Waar is je feestneus gebleven?’, waarbij Pinke enthousiast en kwispelend naar me toe komt.

We trekken verder naar het stuwmeren gebied 'Embalse de Guadalhorce'. Langs een weg van vijf kilometer zien we wel 30 campers, waarvan de helft hippies die ook permanent in hun camperbus wonen. Het hoppen van plek naar plek is nog steeds niet voorbij. Soms zijn er weinig wandelmogelijkheden, is de kans op wegsturen groot, vinden we het te druk of niet beschut genoeg tegen een koude wind. Er is een terugkerende gedachte dat ik zin heb om op ons bosperceel aan de slag gaan. Het vraagt om overgave aan de realiteit.
Na zeven weken zijn onze twee gastanks met LPG leeg, dus gaspitten en koelkast doen het niet meer. We hebben een boodschappendag in Antequerra en gaan daarna ons geluk beproeven in het geologische natuurreservaat El Torcal. De rotsen uit de karstperiode zijn door erosie in bizarre vormen gemodelleerd. Het is een fenomenaal sprookjesachtig gebied. Wanneer we boven op 1200 meter aankomen, kunnen we in een rij van tien campers aansluiten. De paden worden druk met wandelaars, terwijl het maximaal zeven graden is en de mist al snel dichttrekt. We leggen ons erbij neer dat het niet mee zit.
We laten onze wensen los en hebben geen plan meer.
Een paar uur later vertrekken we spontaan richting de kust. In Malaga blijkt het 18 graden en zonnig! De warmte is zó aangenaam! We voelen het lijf ontspannen. Het lijkt al maanden geleden dat we zulk Spaans weer hadden. We vinden een parkeerplek buiten de stad, via park4night. Bij zo’n 10 tot 20 steeds wisselende campers uit Spanje, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Hongarije, Groot Brittannië, Tsjechië, Zweden en nog een paar meer uit Nederland, staan we eerste rang met uitzicht op de Middellandse zee.

Ik voel aan Pinke dat ze zich ‘anders’ gedraagt. Een hele subtiele verandering die Klaas niet opmerkt, ietsje minder energie, minder ontspannen liggen... Eén nacht wil ze ‘s nachts ineens naar buiten om te plassen. Beetje raar. Wanneer ze een dag niet wil eten ga ik met haar naar de dierenarts. Röntgenfoto’s, bloed- en urine onderzoek wijzen uit dat ze afwijkende leverfunctie-waarden heeft  en ‘blaasgruis’; microscopisch kleine korreltjes in de blaas, vergelijkbaar met zand. Die irriteren, kunnen blaasontsteking geven en de nieren beschadigen. Waar het van komt is niet precies duidelijk. Ze krijgt dieetvoer. Deze voorkomt blaasgruis én ze gaat er veel van drinken, zodat ze de kristallen zal uit plassen. Na een dag wil ze alweer energiek op het bed met de bal spelen. Dat is mooi, maar ze is snel uitgekeken op het dieet, dus voer ik haar brokje voor brokje. Er moet nog één onderzoeksuitslag komen, dus dan heb ik sowieso weer overleg met de dierenarts.

Sinds ons vertrek bijna acht maanden geleden hebben we slechts 5100 km gereden, maar wel zo’n 100 verschillen slaapplekken gehad. Wat zijn we al lang onderweg!
Klaas vind het reizende bestaan nog steeds een fijne basis om tot schrijven te komen, maar ik lummel een beetje rond. Niets kan mijn aandacht langere tijd vasthouden. Vaak komt zin in de Hollandse lente op, lekker klussen op ons bosperceel. Alleen kunnen we voorlopig niet noordelijk reizen. Naast dat de Franse grensbarrières voortduren, zijn alle provincies in Andalusië dicht, zo ook alle regio's in heel Spanje. Het zou wel eens mei kunnen worden, maar ik blijf alert op een eerdere mogelijkheid.
Thuis hebben mensen zin om te gaan reizen, terwijl ik juist zin heb om terug te keren… En voor beide is het nu niet het moment. De kunst is om niet gevangen te worden (en te blijven) door weerstand tegen de realiteit en de stroom te volgen die zich aandient.

Herman van Veen- Liefde van later

Als liefde zoveel jaar kan duren...
Dan moet het echt wel liefde zijn...
Ondanks de vele kille uren...
De domme fouten en de pijn...

Heel deze kamer om ons heen
Waar ons bed steeds heeft gestaan
Draagt sporen van een fel verleden
Die wilde hartstocht lijkt nu heen
Die zoete razernij vergaan
De wapens waar we toen mee streden

Ik hou van jou...
Met heel mijn hart en ziel hou ik van jou, ,
Langs zon en maan tot aan het ochtendblauw.
Ik hou nog steeds van jou

Jij kent nu al mijn slimme streken
Ik ken al lang jou heksenspel
Ik hoef niet meer om jou te smeken
Jij kent mijn zwakke plaatsen wel

Soms liet ik jou te lang alleen,
Misschien is wat jij deed verkeerd
Maar ik had ook weleens vriendinnen...
We waren jong en niet van steen
En zo hebben we dan toch geleerd
Je kunt altijd opnieuw beginnen

Ik hou van jou.
Met heel mijn hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou

We hebben zoveel jaar gestreden.
Tegen elkaar en met elkaar.
Maar rustig leven en tevreden
Is voor de liefde een gevaar...

Jij huilt allang niet meer zo snel
Ik laat me niet zo vlug meer gaan
We houden onze woorden binnen
Maar al beheersen we het spel
Een ding blijft toch altijd bestaan de zoete oorlog van het minnen…

Ik hou van jou
Met heel mijn hart en ziel hou ik van jou
Langs zon en maan tot aan het ochtendblauw
Ik hou nog steeds van jou

In natuurpark ‘Los Alcornocalis’ rijden we een half uur, om aan de andere kant van de berg, hemelsbreed 2 km, te kunnen verblijven in de kurkeikenstreek. Het is weekeind en druk, mondkapjes moeten echt op. Érgens bij het recreatiegebiedje moet een mobiel signaaltje op te pikken zijn en na drie uur lukt het me, om precies die specifieke positie te vinden. Verbaasd lees ik dat in Andalusië in vier dagen tijd de besmettingen verdrievoudigd zijn en de situatie dubbel zo ernstig is dan in NL. In Spanje is de 3de golf begonnen. Gerustgesteld lees ik op een Nederlandstalige Spanje-site dat het regiobestuur nog tien dagen afwacht. Voordat ik de computer afsluit bevredig ik nog wat nieuwsgierigheid, door even te neuzen in een Andalusische online krant (met behulp van translate). Door meer geluk dan wijsheid ontdek ik dat er nét is besloten, om diezelfde avond ingrijpende maatregelen in te laten gaan: De acht provincies in Andalusië gaan op slot en ook een deel van alle gemeenten. We moeten snel beslissen waar we opgesloten willen zitten. Na onze koffie in het bos, vangen we een drie uur durende bergrit aan vanuit de provincie Cadiz oostelijk naar de provincie Malaga.
Turend in bergdorpjes naar een bergbronnetje met drinkwater, rijden we op een provinciale weg plots langs een bergwaterkraan. Mazzel! Met 160 liter water kunnen we weer twee weken vooruit.
We laten ons een onbekend aantal weken opsluiten in de gemeente Ronda, die met 50 km doorsnee niet klein is en naast een bijzondere stadskern ook weids buitengebied heeft. Alle regiobesturen doen ondertussen een stevig beroep op de landsregering om mensen weer in hun huis op te kunnen sluiten, zoals in de eerste golf. Het begint ietsje spannender te worden qua reizen. We zien, we zien...

Ronda, met jaarlijks 2 miljoen toeristen, bekijken zónder toeristendrukte is een unicum. Het 3000 jaar oude stadje ligt op 750 meter hoogte en is gescheiden in twee delen. De rivier heeft een kloof uitgesleten van 500 meter lang en 100 meter diep. Het oudste deel met smalle straatjes wordt met de markt verbonden, door een indrukwekkende ‘nieuwe brug. De bouw hiervan begon in 1735. Vijf jaar later stortte de nog onvoltooide brug in, wat 50 arbeiders het leven kostte. In 1793 was de brug voltooid. Boven in de brug zijn ruimten die tijdens de Spaanse Burgeroorlog werden gebruikt als gevangenis en martelkamer, waarbij mensen gedood werden door ze uit het raam te gooien.
De oude stad was een Romeinse nederzetting. Aangezien Klaas in coronatijd nergens naar binnen gaat, kan hij niet in de oude kelders afdalen, maar er zijn wel andere, jongere gebouwen uit de 14de eeuw. En in de buitenlucht kan hij zowaar zijn hart voor oude gebouwen aangenaam kietelen.

Speurend op de kaart naar de uiterste gemeentegrenzen ontdekken we dat een, ons bekende, standplaats hier binnen valt. We rijden 20 km de stad uit en de verademing is groot wanneer we ook hier in een schitterend heuvellandschap parkeren, omringd door de bergketens van de Sierra de Grazalema en Serrania de Ronda. Fijn om die nog steeds zo prominent in zicht te hebben, nadat we er zo snel moesten vertrekken.
Het glooiende landbouwgebied is een lappendeken. Geparkeerd op een heuvel kijken we erop uit, gelijk vanuit een luchtballon. Als een patchwork zijn de subtiel kleurige lapjes grond aan elkaar geregen. Jong lentegroen gras en bruinvarianten van aardedonker, roodbruin, warmbruin, vaalbruin tot zandbeige. Sommige percelen ogen als een duur tapijt met een vleug, afhankelijk van de kijkrichting glimt er een groen-bruine of bruin-groene kleurwaas op. Scherpe hoogteverschillen en begroeiing rondom rotskeien die in de akker liggen, vormen mini(n)atuurgebiedjes met veel vogels, biotoopjes die het landschap onderbreken.
Goh, wat worden we weer verrast! En de stilte is… fe-no-me-naal! Na het lawaai in Ronda-stad, voel ik me hier buiten weer geraakt door de vrede stilte. Ontroerd besef ik dat ik het steeds prettiger heb in de innerlijke leegte.

In deze historisch koude winter, kampen we met het laatste brandhout dat zelfs een beetje nat is, dus de kachel stoken is bewerkelijk. Er is hier geen bos en we beraden ons hoe we aan droog brandhout kunnen komen. Met de wandeling langs de steengroeve zie ik bruine, modderige kluiten liggen. Wanneer ik ze nader bekijk zie ik dat het een grote hoeveelheid resthoutjes is. Hard hout en precies in ons formaatje! Mijn stem schiet omhoog van ongeloof en verrukking. Dit krijgen we zo in onze schoot geworpen! Hoe komt dat hier in dit kale akkergebied? Als kinderen in een snoepwinkel komen we steeds terug met onze stoffen tassen om onze (hout)honger te stillen. Iedere keer sjouwen we 10 kilo hout de heuvel weer op. Met beurse schouders stouwen we 50 Kilo aan houtjes her en der weg. Het is toch ongelooflijk dat dat allemaal weer past in ons 12m2 huisje op wielen!
Op een ander wandelpad heeft de stortvloed van storm Filomena een modderstroom gegeven. Klaas onderzoekt en ontdekt dat de opgedroogde prut tot bruikbare klei gerekend kan worden. Voordat de volgende nattigheid over ons gebied heen komt, gaan we met het vouw-steekwagentje ernaar toe en schept Klaas zo’n 40 kilo pure klei in zakken. Over het hobbelige, onverharde pad ploeteren we de ‘kleikar’ omhoog. Het kost wat energie, maar het voelt ambachtelijk en puur.

In lockdown op deze schitterende plek steekt na een paar lekkere, zonnige dagen Geatan, storm nummer twee, op. De wind loeit en de camper schudt hevig. We kunnen er niet van slapen en moeten verkassen. Zoals dat bij ons gaat, bedenk ik in dit soort gevallen de oplossingen en verrijd ik de camper achter de heuvel.
Na een achteloze aanwijzing van Klaas komen we vast te zitten in de modder. De linker voorkant van deze bijna 4000 kilo wegende camper, hangt 25 cm lager dan de achterkant. Ik voel acuut een faalgevoel/ schuldgevoel opkomen, maar druk dat meteen weg naar het onbewuste. Prompt komt er een enorme irritatie op en ga ik Klaas de schuld geven. Meteen herinner ik me: álles wat in mij geraakt wordt, zegt alléén iets over mijzelf; over mijn bril waardoor ik de wereld zie. Ik stop mijn beschuldigingen en werk met Klaas (zo goed en zo kwaad als het gaat) samen aan een oplossing. Terwijl de ondergrond om de camper heen steeds soppiger wordt, loopt al het regenwater van de camper af bij die linker voorpunt, die langzaam verder wegzakt. In de stromende regen zijn we uren bezig om de camper weer iets rechter te krijgen, tot hij nog maar zo’n 10 cm schuin staat. Ook de volgende dag werken we verder om de ondergrond onder de voorwielen beter te stutten. Omdat Hortence, storm nummer drie erop volgt, zitten we een week opgesloten in de drassige modder, maar gelukkig wel uit de wind. Een dubbele lockdown dus.
In overgave aan de situatie ontstaat er ruimte voor zelfreflectie. Welke diepe overtuiging speelt me parten, in zo’n ogenschijnlijk lullige situatie? Met een open geest herhaal ik steeds de vraag: ‘Hoe zit dat met beschuldigen?’ Oordeelvrij blijf ik bij deze onderzoeksvraag. Geen verhalen erbij bedenken, niet wegstoppen, niet ertegen vechten, maar er liefdevol erbij blijven zodat de verkramping kan smelten. Ik merk hoe een diepe pijn in mijn hart zit, veroorzaakt door een sterk schuldgevoel. Terwijl het rauw schrijnt, blijf ik stil erbij aanwezig: Observerend, niets invullend, compassievol. Ik zie hoe een groot schuldgevoel me is aangeleerd. Niet alleen op het individuele vlak, ook het schuldgevoel dat dominant is in onze westerse, christelijke cultuur. Ik zie dat ik ben gaan geloven dat ik schuldig ben… en doorzie: nét zoals het de volwassenen uit mijn jeugd is aangeleerd, zij het zijn gaan geloven en ernaar zijn gaan handelen. Het vraagt om erkenning van verdriet dat me is aangedaan ÉN tegelijkertijd inzien dat anderen ook niet beter wisten... De volgende stap is de vaste overtuiging ‘er moet iemand schuldig zijn’, los te laten en een zekere onschuld durven toekennen aan onwetendheid van mensen.
Vasthouden aan beschuldigingen is als op slot zitten. Het doet pijn in mijn hart. Dát is eigenlijk de derde en meest pijnlijke lockdown.
De grootste lockdown zit in onszelf, in de beperktheid van onze denkgeest. Het is verheugend te ervaren dat we ons daar áltijd uit kunnen bevrijden.

-Albert Einstein-
Als ik blijf kijken zoals ik altijd heb gekeken
Blijf ik denken zoals ik altijd dacht
Als ik blijf denken zoals ik altijd heb gedacht
Blijf ik geloven wat ik altijd heb geloofd
Als ik blijf geloven wat ik altijd heb geloofd
Blijf ik doen zoals ik altijd heb gedaan
Als ik blijf doen zoals ik altijd heb gedaan
Blijft mij overkomen zat mij altijd overkomt
Maar als ik mijn ogen sluit en goed kijk naar binnen
Dan kom ik deze cirkel uit en kan ik steeds opnieuw beginnen
Als je doet wat je altijd deed krijg je wat je altijd kreeg

Na drie weken is 90% van de gemeenten in Andalusië afgesloten. De besmettingscijfers beginnen te stabiliseren, maar gaan nog niet omlaag. De opsluiting zou wel een zes, acht weken of nog langer kunnen duren.
Frankrijk is tegelijk steeds meer barrières aan het opwerpen om het land door te reizen, dus voorlopig is terugkeren naar NL heel lastig. Het geeft ons een leuk spannende kriebel. Dan wonen we hier voorlopig...

Wanneer twee zonnige, warme dagen ons doen denken dat de nattigheid voorbij is, rijd ik de camper terug op de heuvel. Echter completeren Ignacio en Justine, de vijf stormen in drie weken tijd. In de zwiepende regen en loeiende wind blijven we nu maar staan op die heuvel.
We wandelen in onstuimige weersomstandigheden. Geregeld koukleumend, maar ook vaak genietend van de dynamiek. Wolkenluchten die met het uur veranderen, qua massa en kleur: wit, geel, oranje, blauw, paars, en grijs. We zien ze jachtig over het land drijven en zware, zwarte wolken over een bergtop verticaal naar beneden vallen. Er wordt royaal gestrooid met regenbogen. Wanneer een bundel zonnestralen de kans krijgt, breekt hij door het massieve wolkendek heen en trekt als een spotlight onze aandacht naar steeds weer aan ander kleurig detail in het doffe landschap. De vale gieren, met een spanwijdte van meer dan een meter, zweven imposant door de lucht om op muisjes te jagen, wanneer dichte mist zich heeft teruggetrokken tot de bergen.
De beweging buiten komt overeen met mijn beweging van binnen. Tijdloos rondkijkend, me liefdevol verbindend met het innerlijke proces, voel ik een verzachtend herstel gaande. Er begint een gevoel van bevrijding en vreugde te stromen, dat vergelijkbaar is met het moment dat we boven de wolken zitten en uitkijken op het schitterende landschap.

                                             HEAVEN ON EARTH

Voor vertrek in juli zagen we dat ons interieur wel een flinke schoonmaakbeurt kon gebruiken, maar we stelden andere prioriteiten… en daarna eigenlijk ook. Het stof is in het afgelopen half jaar verworden tot schimmel. Het nieuwe jaar beginnen we met ‘een schoonmaakgesprek’. Klaas verwoordt het treffend: ‘Ik gun het mezelf niet, om tijd aan overbodige dingen te besteden’. Heerlijk, zijn gevoel voor relevantie! Ik moet aan Klaas zijn zoon denken die als kind huiswerk had en verontwaardigd riep: ’Maar dat gaat allemaal af van mijn speeltijd!’ Zó voelt het voor ons ook. Maar goed, we zijn geen kind meer, dus enige mate van discipline maakt dat we beginnen met soppen. En wat hebben we een eer van ons werk!

Ook in Spanje is het coronavirus als kerstcadeautje uitgewisseld, dus de besmettingen lopen weer op en de maatregelen gaan aangescherpt worden. Op zich zijn de besmettingen nu in Andalusië nog 3x zo laag als in NL, maar hier in Spanje ziet men het begin van een derde golf, waar niemand op zit te wachten. Er is kans dat de gemeentegrenzen weer dicht gaan en waar willen we dan opgesloten zitten? Na bijna vier weken zijn we ook wel weer toe aan boodschappen, dus plannen we ons vertrek. Het doet ons wel wat! Jemig, wat is dit een geweldige plek! Het voelt als een weemoedig afscheid. Klaas maakt nog een ‘afscheidswerkstuk’ voor op het strand www.clayaway.eu en met de laatste wandelingen nemen we de magnifieke kust nog eens in ons op.

Er is een regenperiode begonnen en in voorstadjes ten westen van Sevilla doen we een dag tijdsinvesteringen, maar daarna geeft dit ons veel vrijheid en dus plezier. Klaas heeft zijn halfjaarlijkse bloedcontrole voor de prostaatkanker en de uitslag is weer goed. We tanken gas en gaan naar drie supermarkten. Ál die schappen met voorraden wordt steeds bijzonderder, ongelooflijk die hoeveelheden. Ik word draaierig van de indrukken. De ontspanning in de natuur opent de zintuigen en dan komt dit heftig binnen. Ik moet tussendoor stilstaan en mijn ogen sluiten om niet tegen de vlakte te gaan.
Wanneer mijn taken erop zitten, eindigen we bij de wasmachines die in deze zuidelijke landen buiten bij sommige supermarkten staan. Klaas vult een trommel van 18 kilo met ruim twee maanden aan was. We wachten tevreden, dat we alles van ons lijstje hebben kunnen afwerken. En dáár is een domper die deze voortvarende dag dwarsboomt: na een uur in de droger, blijkt deze helemaal niet warm te zijn geworden en… de was ruikt niet fris. Vermoedelijk is de wasmachine ook niet warm geworden en heeft het zonder de standaard wasmiddel gedraaid. Dus voor 16 euro hebben we… 18 kilo koud gespoelde, natte, onfris ruikende was. Zucht!
In het donker rijden we een dorpje in de Sierra de Grazalema binnen, 100 km oostelijker dan vanmorgen. Vanwege de regen hangen we de was binnen te drogen, terwijl we flink de houtkachel opstoken. We leven een dag in een muf washok. De kleding hangt aan de waslijnen boven het dashboard, we spannen lijnen in het middenpad voor het beddengoed, knutselen een plekje voor het wasrek voor alle keukendoeken en al het bestek zetten we klem onder bakjes om ondergoed aan op te hangen. Met de was links en recht naast ons, zitten we te computeren, alsof er niks aan de hand is. Pinke ligt heel bescheiden onder de vaatdoekjes. Het voelt uiteindelijk wel tof, dat we ons er makkelijk bij neerleggen en de aandacht richten op de oplossing i.p.v. het probleem. Als alles droog is gaat het gewoon weer de kast in, dat geurtje nemen we op de koop toe.

In dit gebied zijn 0 besmettingen, wat een prettig idee is; toch gelden de maatregelen in heel Andalusië. De avondklok en horecasluitingen worden iets aangescherpt, maar in bijna heel Andalusië mogen we voorlopig vrij reizen. De enige gemeentebegrenzingen zijn die ten noorden van Gibraltar, want daar is extreem genoeg de besmettingsgraad 40x hoger dan in Andalusië.

In zuid Europa heeft de koude lucht vanuit het noorden dit jaar een flinke invloed. De kou dringt door tot het zuidelijkste puntje van Spanje. De vochtige lucht vanuit de Atlantische oceaan botst tegen de koude lucht wat resulteert in storm Filomena. In hoger gelegen gebieden valt sneeuw, wat betekent in grote delen van Spanje, dat feitelijk één grote hoogvlakte is. In de Picos de Europa wordt een recordtemperatuur van -36 graden gehaald. In Madrid ligt 50 cm sneeuw en is het verkeer stil gevallen. We lezen over verplegend personeel dat 22 kilometer door de sneeuw loopt, om collega’s af te lossen die diensten van 24 uur achter de rug hebben. Wij ontvangen zorgzame vragen of we er last van hebben, maar Spanje is onvoorstelbaar groot dat het vergelijkbaar is met Groningers vragen of ze last hebben van de sneeuw in zuid Limburg.
In het zuiden van Spanje geeft de storm veel regen en temperaturen onder de 10 graden. We verblijven een paar dagen in bergdorpjes op harde ondergrond en moeten flink het kacheltje stoken. Eigenlijk hebben wij hier een ouderwetse Hollandse winter en dat zijn we niet meer gewend. Gelukkig duurt het geen 6 maanden, maar 6 dagen.
We wandelen aan de dorpsrand door de boomgaardjes, met hokken van afvalmateriaal voor kippen en hanen. En veel honden aan korte lijnen of opgesloten in kleine hokken... Zo gaan velen hier met dieren om. Het is triest om te zien, ze zien hen als een ding en niet als een levend wezen. Ineens is er een middagje zon in een blauwe hemel. De camper warmt lekker op, zodat de raampjes open kunnen. De buurvrouw hangt zingend de was buiten. Ook komen twee Spaanse stellen uit hun camper, stoeltjes buiten en op schreeuwvolume beginnen ze een 'gezellige conversatie’... Na een half uur komt bij mij de vurige wens naar een regenbui op, zodat ze weer aftaaien.

Wanneer de regen voorbij is gaan we naar het buitengebied, maar eerst de 120 liter watertank vullen met bergwater. De bron is op de doorgaande rotonde midden in het krappe dorp. We parkeren ons dan toch wat logge gevaarte, half op de stoep. Achteropkomend verkeer moet wachten tot de tegenliggers voorbij zijn. Mondkapjes op en met twee 8-liter flessen vul ik de ene bij de watertap, terwijl Klaas de andere leeg giet in de tank. Spaanse oude mannetjes staan er te praten. Het leuke is: geen irritatie dat we het verkeer ophouden of angstige blikken dat toeristen dit gebied onveilig maken in coronatijd. Met lachende ogen boven hun mondkapje vertellen ze dat het heerlijk drinkwater is en heel goed voor om te tank mee te vullen. Het lijkt alsof ze trots zijn op hun bergwater en blij dat we in hun bergdorp zijn. Dat is dan weer mooi van die ongecompliceerde Spanjaarden.

Het weer gaat over naar zonnig en koud, sommige dagen met ijzige wind. In de vallei hebben we een paar graden nachtvorst. Wij slapen behaaglijk onder een dubbel dekbed en hebben een kruik voor onze steenkoude voeten. Pinke in haar mandje geeft een zucht van genot wanneer ik mijn fleecetrui over haar drapeer.
Binnen worden we wakker met 5 graden op aanrechthoogte, terwijl de campervloer 0 graden aangeeft. Het ijs is zowel buiten als binnen op de ramen gevroren. Het vraagt moed om als eerste het bed uit te gaan, om de houtkachel aan te maken. Pinke gaat dan zij snel op mijn warme plekje liggen. Met het koppie boven de dekens kijkt ze wachtend toe tot ze eten krijgt. Klaas staat op als de camper iets warmer is en ik buiten wandel in mijn dikke schapenwollen vest en Pink in haar rode slobbertruitje. Het landschap met koeien, schapen en hun jongen erin, is ijzig wit. De hoogste bergkammen zijn bedekt met sneeuw. Als de zon boven de berg uit piept, doet zijn stralen de aangevroren rijp op de planten smelten en stijgen er dampwolken op. De camper staat prachtig in dat grijs-witte landschap, rook krinkelt uit ons schoorsteentje en ook de camper dampt van smeltend ochtendrijp. Alles wordt weer groen.

De brandhoutjes gaan er rap doorheen en we moeten sprokkelen. Park Natural Los Alcornocalis is het meest zuidelijk gelegen beschermde natuurgebied van Spanje van 165.000 hectare groot. In het noorden van dit geweldige gebied rijden we een uur over een afstand van 30 km aan kronkelde weggetjes, naar La Sauceda. Hier lopen een kwartier door een heerlijk gemengd bos en komen uit bij het oude toevluchtsoord voor vluchtelingen in de tijd van de burgeroorlog (1936-1939), dat het begin was van de overheersing door dictator Franco (1939-1975). In die burgeroorlog is het gebombardeerd geweest. Een deel van de lieflijke cabañas is herbouwd en worden verhuurd ter recreatie in de schoonheid van eenvoud: geen stroom, verwarming, stromend water, telefoonbereik of internet... Een bijzonder en sfeervol oerdopje. De grote, brede bomen met kronkelende takken waarop mos, varens en andere plantjes leven, maken dat we er heerlijk kunnen wandelen. Overàl horen we het geruis van watervallen die omlaag kletteren over opgestapelde, bemoste keien. De bruggetjes eroverheen doen sprookjesachtig aan. De wandelpaden zelf worden gekruist door waterstroompjes en een deel van het pad ís een glibberige waterstroom, waardoor er flinke kluiten modder aan onze natte schoenen kleven.
We treffen de jonge beheerder met tatoo’s en lekker alternatief en dik gekleed. Hij spreekt geen Engels en ik maar enkele woordjes Spaans. Zijn zwarte hondje heet ‘Negro’ die meteen Pinke opzoekt. Ik grap ‘Negro y Blanco’ (zwart en wit) en er is meteen vriendelijk contact. De jongeman haalt een jong konijntje die in een muts zit, uit zijn zak. Had hij gevonden in het bos. Hij heet ons ‘welcome’ in dit gebied en waarschuwt ons voor de gladde bruggen.

We sprokkelen kletsnatte houtjes. Er wordt hier duidelijk vaker gesprokkeld, maar de half vergane restjes is beter dan niets. Het kan goed drogen, want de zon schijnt volop en we hebben veel profijt van onze groene en dus warmte-absorberende camper: buiten is het 10 graden, binnen 26. Het ervaren van de kou afgewisseld met de warmte op onze huid, maakt ons dankbaar voor basisbehoeften die in een huis zo vanzelfsprekend zijn. Het bewust ervaren van de basiselementen geeft het verkwikkende gevoel van léven i.p.v. geleefd worden. Het doet ons filosoferen hoe we in de westerse maatschappij natuurlijke elementen als hinderlijk ervaren, in de jacht naar méér controle, comfort, efficiëntie en geluk.

Tijdens een pittige middagwandeling naar een bergtop ontdekken we dat we daar een mobiel signaaltje kunnen oppikken. Even de mail, weerbericht, nieuwskoppen en coronamaatregelen checken.
Twee uur later aan het einde van deze rondwandeling is de zon weg. Bij een afgelegen hek staat Negro te blaffen. Wanneer hij ons ziet komt hij onderdanig naar ons toe. Dit dominante mannetje dringt zich op aan Pinke, maar laat zich meteen corrigeren. Hij gaat met ons door het hek en loopt mank met ons mee. Hij laat het gewillig toe, wanneer ik zijn pootjes controleer op stekels. Ik zou hem bij de ingang van de rondwandeling weer het hek kunnen binnen laten, dichterbij de cabanã van de beheerder. Terugkerende wandelaars geven hem op de parkeerplaats chocola (gevaarlijk voor honden!) en oud brood dat hij opschrokt. Met talent voor een sneu snuitje zit hij met een hangend pootje op de weg te wachten in de kou. Tja… en dan ga ik om! Klaas wil het persé niet, maar ziet dat mijn dierenliefde dit niet kan aanzien. Hij ziet zijn in gedachten zijn nachtrust in rook opgaan met zo’n logé in huis, net zoals toen geitje Wiep een paar jaar geleden bij ons in de camper sliep. Toch legt hij zich erbij neer, want hij ziet dat dit is wie ik ben. Na binnen rondsnuffelen en een bak hondenvoer ligt Negro rustig op de grond, op Pinke’s buitenkleed. Voor de nacht een plas buiten, nog wat voer, drinken, een dikke knuffel en dan brengt hij de nacht door op de stoel. Het valt Klaas alles mee. Pinke heeft er iets meer moeite mee: ze trekt zich helemaal terug sinds er een ander hondje aandacht vraagt. Later doorzie ik pas waarom: Pinke kwam als te klein, mager puppy bij ons. Zij kon haar ruimte niet claimen in een nest vol dominante reutjes. Nu gebeurt er dus hetzelfde. Ze reageert nauwelijks wanneer ik haar aanhaal.
De volgende ochtend loop ik met de twee hondjes het bos weer in. Pinke blijft achter, terwijl ik met Negro een eindje oploop. Hij lijkt zijn weg te herkennen en gaat vooruit. Op de terugweg ziet Pinke dat ik alleen ben en begint van blijdschap op en neer te rennen. Tijdens ons ontbijt kruipt ze zowat bij me op schoot. Ze geniet dat ze weer haar eigen plek in onze roedel kan innemen. Wat is het toch een aandoenlijk, gevoelig beestje.
Negro scharrelt even later weer rond de camper. Ondanks het zonnetje is het 5 graden. Hij wil weer naar binnen, maar leg ik hem uit dat hij terug naar zijn eigen baas moet en negeer hem verder. Een uurtje later komt de beheerder aan en roept verheugd: Negró! Ze zijn blij om elkaar te zien en met de enkele woorden die we uit kunnen wisselen, begrijpt de man dat hij bij ons gelogeerd heeft. Hij is dankbaar, want zijn vriendin huilde van zorg om hun hondje en biedt ons een cabaña aan, vanwege de kou. Dat laatste is niet nodig, maar ik geniet gigantisch van deze uitwisseling! Door het gebrek aan taal delen we de essentie en blijft al het slap geouwehoer achterwege. De taal van het hart is wereldwijd bruikbaar.